Bouwen we scholen of een leeromgeving?

Artikel delen

Velen hebben denk ik bij scholen een beeld van geschakelde klaslokalen van 7-8 m in het vierkant. Met brede gangen waarin veel haakjes aan de muur om jassen op te hangen en natuurlijk een centrale ruimte voor opvoeringen, pauzeopvang, proefwerken en natuurlijk om diploma’s uit te reiken. Soms ook nog een gymzaal. Buiten is altijd een plein met 30×30 stoeptegels waarop bij basisscholen vaak een klimrek staat. Zo’n gebouw wordt vaak vanuit de gemeente bekostigd en wordt in 30 jaar afgeschreven. Onderweg zijn er een paar opknap en schilderbeurten en als de 30 jaar voorbij zijn, rekt de gemeente de levensduur liefst met nog eens 10 of 20 jaar op.

De vraag is of dat beeld standhoudt. Er verandert ontzettend veel in onderwijsland en wat vandaag standaard is, staat binnen enkele jaren al weer ter discussie. Wie meent 30 jaar, laat staan 50 jaar, vooruit te kunnen kijken, mag zijn vinger opsteken. Niemand weet natuurlijk hoe het ideale gebouw anno 2050 eruit moet zien. Natuurlijk klimaatneutraal en onderhoudsarm, maar er is zoveel meer. Laten we eens naar de beginselen gaan.
Primaire functie
Mensen leren en willen leren. Dat doen we sowieso. Ook zonder scholen leren we van ervaringen. We beleven zaken, maar we lezen ook. Boeken, kranten, tijdschriften, en steeds meer snelle informatie online, zoals blogs, vlogs, opinie-berichten etc. We communiceren en we ondernemen acties. Sommigen werken, andere leiden tot teleurstellingen.
Het doel van opleidingen is dat de leercurve steiler verloopt dan die van een natuurlijk leerproces. Daar steken we maatschappelijk veel kapitaal in. In gebouwen, in goede docenten en in leermiddelen. De vraag die ik hier nu opwerp is of gebouwen dit leerproces beter zouden kunnen ondersteunen dan ze nu doen.

Leercurves

Binnenklimaat

Zo blijkt veelvuldig uit onderzoek dat een beter binnenklimaat (met name ventilatie) tot betere leerprestaties leiden. Dat is gemeten met taal- en rekentoetsen in klassen waarbij de CO2 concentratie gevarieerd kon worden. Klassen werden daarbij uitgewisseld om niveauverschillen tussen leerlingen te elimineren.

Overigens staat de gemeten CO2 concentratie model voor de ventilatiekwaliteit. Er zijn veel meer stoffen dan alleen CO2 die invloed hebben op de leerprestatie, maar er is wel een verband. Als de CO2 concentratie hoog is, betekent dat dat de ventilatiekwaliteit slecht is en dat ook de concentratie van andere stoffen zoals allergenen en Vos (Vluchtige Organische Stoffen) relatief hoog zal zijn.

Uit dit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de output op basis van een gezonde CO2 concentratie van 800 ppm ca. 20% beter is dan bij 1500 ppm. Iets wat standaard veel voorkomt. Nu mag je niet concluderen dat 20% betere prestaties ook zal leiden tot 20% sneller leren. Maar dat een versneld leerprogramma in een gezonde leeromgeving meer kans van slagen heeft dan in een klas met een slecht binnenklimaat, is wel zeker. Dat nog afgezien van het feit dat leerlingen en docenten minder vaak ziek zullen zijn.

Dit zogenaamde molenwiek diagram, legt een verband tussen de kosten van een gebruiker en de economische opbrengst van maatregelen. In het voorbeeld rechtvaardigt een beter klimaat een bouwkostenniveau van maar liefst 150%! (Evaluatie methode naar Wargocki, P et al. 2006 Indoor Clamate and Productivity in Offices, Rehva, Brussel).

Dominante normen

Maatschappelijk hebben we strakke normen wat een schoolgebouw mag kosten, maar de vraag is of dat wel een goed criterium is. Want stel dat we de ventilatiekwaliteit zouden verbeteren en leerlingen sneller een opleiding kunnen doorlopen levert dat een besparing op in de vorm van minder loonkosten, onderhoud, energie,… etc. per leerling. Het gebouw zit doorgaans voor minder dan 10% in de jaarlijkse exploitatiebegroting. De andere 90% zijn hoofdzakelijk de salarissen voor docenten en ondersteunend personeel. Daarmee is het zeer waarschijnlijk dat de meerkosten van een betere ventilatie, uitgesmeerd over bijv. 15 jaar ruimschoots wegvallen tegen de besparingen in het korter durende leerproces.
Hoe triviaal dit ook mag klinken. De beperking van budgetnormen die staan voor een schoolgebouw staan extra investeringen in de weg. Nu is er wel wat extra geld voor een zogenaamde ‘frisse school’, maar dan nog moet er ook eigen geld worden ingelegd. En dat is er vaak niet.
Meer leerlingen
Stel dat een frisse school meer leerlingen trekt en de school daardoor groter wordt dan deze van nature zou zijn. Wat betekent dat dan voor de extra inkomsten, die veelal aan het leerlingenaantal zijn opgehangen. En die gedachte is volstrekt realistisch. Gaat u maar na bij uzelf. Als u zou weten dat een bepaalde school bekend staat om de matige ventilatie of luchtkwaliteit, zou u dan uw kind daaraan willen toevertrouwen? En als er beter wordt gepresteerd, zuigt dat natuurlijk aan.

Meer geslaagden > hoger studierendement > betere rating > meer leerlingen > meer inkomsten

Flexibiliteit

En het gaat verder. Scholen gaan meer en meer af van het denken in klassen. Sommige leervormen kunnen prima in een klas, maar er is steeds meer aandacht voor individuele leerlingen. Talenten die nu als onderdeel van het peloton (de klas) in hun snelheid worden geremd, zouden enorm gediend zijn met individuele leervormen en versnelde programma’s. Dat vraagt om een mix van ruimtes, maar ook om omschakel mogelijkheden. Om een grotere ruimte in een handomdraai tijdelijk in kleine eenheden om te kunnen toveren. Om maar aan te geven hoe gebouwen het primaire proces veel beter kunnen faciliteren dan nu meestal het geval is. En dat mag gelet op deze belangrijke toegevoegde waarde best wat extra kosten (zie hierna).
Er is meer
Ventilatie, flexibiliteit en meervoudig ruimtegebruik lijken wellicht gangbare gespreksonderwerpen. Helaas vinden ze nog steeds te weinig doorgang naar de realisatie. En er speelt nog veel meer. Het beeld van scholen is de afgelopen jaren vrijwel ongewijzigd, dat terwijl onze gehele maatschappij en kennisstructuur onderhevig is aan grote veranderingen. Onderwijsomgevingen kunnen hierin voeden. Als ze slim zijn, inspirerend en bijvoorbeeld bijdragen aan bewustwording. Leerlingen begeven zich vele uren in een omgeving. Wanneer zij vanaf hun eerste contact met onderwijsomgevingen zich bevinden in omgevingen die duurzaam zijn, dan worden zij opgevoed met een duurzame geest. De grote transitieopgaven waar wij nu voor staan, kunnen op deze wijze eenvoudig worden aangepakt. Door dit niet te doen, blijven we vechten vanuit ‘verandering’ in plaats van dat een duurzame mindset een intrinsieke aanjager wordt voor de transities. Deze onderwerpen komen ruim aan bod binnen leeromgevingen van de toekomst. Omgevingen waarbinnen optimaal geleerd kan worden en omgevingen die zelf ook lerende omgevingen zijn, zogenaamde Learning Environments.

The Learning Environment

Welbeschouwd is het goedkóóp bouwen van scholen een volstrekt ondergeschikt doel. En wij als bouw maar steeds tegen elkaar op-concurreren op laagste prijs. De meeste gebouwen inclusief scholen worden ook zo aanbesteed. Nu nog wel, maar dat gaat rigoureus veranderen.
In een stroming The Learning Environment, een Atlas project n.a.v. de renovatie van het hoofdgebouw op de TU Eindhoven, zet partijen in een andere mind set. BLOC uit Rotterdam en Off Road Innovations uit Eindhoven hebben daartoe samen een social enterprise opgericht. Deze heet STIB.2030 refererend aan (duurzaamheids)doelen die in 2030 bereikt moeten zijn. Dat vergt veel meer dan het maken van keuzes. Het gaat overduidelijk om een complex proces, waarin ‘het maatschappelijk systeem’ om moet. Een transitie is het woord dat we daarvoor gebruiken.

Een van die doelen is dat in 2030 alle scholen in Nederland (10.000 leeromgevingen!) 180 graden anders worden aangevlogen. Niet vanuit het aanbod, maar compleet vanuit de vraag, het gebruik.

Grafische weergave hoe (ruimschoots) binnen 10 jaar, 10.000 leeromgevingen worden bereikt. Het gele tijdvak wordt gerealiseerd in het kader van het Atlas project.

STIB.2030 is momenteel inhoudelijk in gesprek met een groeiend aantal schoolbesturen om pilots te gaan draaien en we inventariseren met elkaar hoe de nieuwe leeromgeving en lerende omgeving eruit moet gaan zien. Zonder nu al op conclusies vooruit te lopen zullen dit omgevingen zijn die veel daglicht toelaten, bij elk gebruik een topklimaat hebben, extreem flexibel zijn, natuurlijk ook energieneutraal en onderhoudsarm zijn, etc. Ze zullen per m2 zeer waarschijnlijk duurder zijn, maar vanuit het leerrendement per geïnvesteerde Euro aanzienlijk beter presteren. De transitieversnelling houdt dus ook in dat we in ons platform werken aan nieuwe business cases. We doen dat met een groeiend platform waarbij we zijn gestart met opdrachtgevers, schoolbesturen en we nu ook het contact gaan zoeken met de maakwereld. De olievlek moet immers gaan groeien.
De vraag is ook wat u wilt met uw onderneming? Gelooft u het allemaal wel en blijft u vertrouwen op de tenders die regelmatig voorbij komen? Of wilt u actief betrokken raken bij een beweging als ‘The Learning Environment’? Uw antennes uitsteken en onderdeel worden van een propositie die past bij schoolbesturen die straks totaal anders gaan uitvragen.
STIB.2030 organiseert dit platform nu. Zo starten we met een interessant programma, waarin we deelnemers, uit vraag- en aanbodwereld, in een jaar tijd met allerlei events en activiteiten meenemen in een wezenlijke transitie.
Het is maar dat u het weet!
Mocht u nadere informatie willen of overweegt u aan te haken? Neem dan contact met ons op. Een mailtje naar Jos@offroadinnovations.nl is voldoende.

Jos Lichtenberg is em. Hoogleraar Bouwproductontwikkeling, Technische Universiteit Eindhoven en bedenker van het Slimbouwen concept, mede oprichter van Off Road Innovations en STIB.2030 BV.

Gratis BouwTotaal Nieuwsbrief

Actualiteit, rubrieken met praktische informatie, inspiratie en meer: abonneer je gratis op de BouwTotaal nieuwsbrief!

Nieuwsbrief