fbpx

Het dak beschouwen als maaiveld

Artikel delen

“We moeten het dak leren beschouwen als maaiveld”, aldus Albert van den Hout, directeur BDA Groep.

Zijn bureau ligt vol handgeschreven A-viertjes. Hij is druk bezig om een onafhankelijk advies te schrijven in een geschil tussen twee partijen. Steeds vaker blijken geschillen over daken niet op minnelijke wijze te kunnen worden opgelost, dus resteert een gang naar de rechter. Niet zelden wordt dan aan Albert van den Hout om een onafhankelijk advies gevraagd. Niet verwonderlijk, want hij is al veertig jaar dakadviseur. Eerst bij Vebidak en Erdo en vanaf 1978 bij BDA Dakavies bv, thans onderdeel van de BDA Groep. Hij staat bekend vanwege zijn gedrevenheid om alle literatuur over daken te lezen en te bewaren. Van den Hout schreef zelf ook al honderden artikelen, is auteur van SBR-publicaties en vakdocumenten, zoals de Vakrichtlijn, het Handboek Daken en natuurlijk het onvolprezen BDA dakboekje. In zijn vrije tijd geeft hij sinds 1994 ook nog het succesvolle vakblad Dakenraad uit, waarvan nummer 100 in februari 2011 bij de lezers op de deurmat plofte. En met een dikte van 118 pagina”s zal dat bij veel lezers een zware dreun zijn geweest. Een mooie gelegenheid dus voor BouwTotaal om Van den Hout te bevragen over de stormachtige ontwikkeling die het dak momenteel doormaakt.

Albert van den Hout, directeur BDA Groep: “Zorg dat je als dakdekker op het dak blijft! Het gevaar bestaat dat de rol van de dakdekker op het dak wordt overgenomen door allerlei gespecialiseerde onderaannemers.

Veiligheid

Gevraagd naar de belangrijkste ontwikkelingen op daken, noemt Van den Hout als eerste de toegenomen veiligheid op daken: “Begin jaren negentig was dakveiligheid nog geen issue, maar daarna is het gevaar van vallen van hoogte nadrukkelijk op de kaart gezet. Er is veel aan voorlichting gedaan en de toeleverende industrie heeft veiligheidssystemen ontwikkeld voor het werken op platte en hellende daken. Ook worden er risico-inventarisaties gemaakt voorafgaand aan dakprojecten. Als je nu nog zonder valbeveiliging op een dak werkt dan ben je een beunhaas of het is iemand die op zaterdag op het dak aan het klussen is. Wat dat betreft ben ik heel tevreden: veilig werken op daken is goed door de markt opgepakt.”

Groene daken

De ontdekking van het dak als gebruiksruimte dateert in ons land van circa twintig jaar geleden. Eind jaren tachtig verschenen de eerste Nederlandse artikelen en rapporten over groene daken. De voordelen werden geroemd, zoals de natuurlijke uitstraling, verbetering van het micro-klimaat in de stad door temperatuurmatiging en stofbinding, een betere regulering van de hemelwaterafvoer door waterbuffering, reductie van stadslawaai en een demping van geluid en extreme buitentemperaturen in de onderliggende verblijfsruimten. Meer aandacht voor groene daken kwam er onder meer door de publicatie “Groene daken” van de Faculteit Bouwkunde, TU Delft in 1991. Deze publicatie werd door ir. Christoph M. Ravesloot en ir. Peter G. Teeuw geschreven in opdracht van StadsOntwerp en Milieu (SOM) en ging in op vorm, structuur en functie van groene daken. Een jaar later verscheen de SBR-publicatie Daken in”t Groen van Nico Hendriks en Albert van den Hout van BDA Dakadvies BV. “We moesten naar Duitsland om groene daken te bekijken, want hier waren ze er nog niet.”

Inmiddels is de situatie flink veranderd en vergroent ook het Nederlandse dakenlandschap langzamerhand: “Er zijn intensieve en extensieve groene daken en zelfs hybride daken, waar je ook op kunt parkeren. Een fraai voorbeeld is het Dakpark Rotterdam aan de Vierhavenstraat. Hier is sprake van dubbel grond gebruik. Op straatniveau bedrijvigheid en op de daken van winkels en bedrijven een riant park. Het park op de daken wordt maar liefst één kilometer lang, 80 meter breed en 9 meter hoog. In het park komen drie themaparken: een mediterrane -, een speel- en buurttuin. De gemeente heeft een Programma Groene Daken opgesteld. Dat gaat uit van 800.000 m2 groen dak in Rotterdam in 2030. Daarbij moet de helft van de gemeentelijke panden een groen dak hebben.”

Een voordeel van groene daken is volgens de dakadviseur dat er veel aandacht is voor kwaliteit: “Groene daken zijn kostbaarder dan gewone daken. Daardoor neemt de aandacht voor kwaliteit automatisch al toe. Bovendien is de gevolgschade bij lekkages veel groter, omdat je eerst de plek moet traceren en vervolgens de gehele groendakconstructie ter plaatse moet verwijderen. De ontwerpende en uitvoerende partijen zullen dus een extra inspanning leveren om lekkage te voorkomen. Een mooi voorbeeld is Leven op Daken, waarin dakdekkers, dakhoveniers en leveranciers de krachten hebben gebundeld. Om het gehele proces van design & construct te waarborgen zorgt BDA Dakadvies voor de onafhankelijke kwaliteitscontrole.”

Energiedak

Verder is er volgens Van den Hout steeds meer aandacht voor het gebruik van het platte dak als energiedak: “Bij dit type dak wordt met behulp van zonlicht elektriciteit opgewekt. Dat kan gaan om de opwekking van zonne-energie met zonnepanelen of het koelen of verwarmen van tapwater via leidingen met vloeistof op het dak en een warmtewisselaar. Ook zijn er al dakbedekkingen leverbaar waarin amorf zonnecellen zijn geïntegreerd. Maar dergelijke daken moeten wel goed op afschot liggen. Dat afschot moet minimaal 3° zijn, omdat er anders water op de zonnecellen blijft staan. Dat kan leiden tot vervuiling waardoor het rendement afneemt.”

“Een hele leuke oplossing vind ik het veiligheidshek van Oranjedak. Bijzonder is dat de roestvast stalen hekken zijn voorzien van lamellen, die als zonnecollectoren functioneren. Aan de buitenzijde is het hek voorzien van valbeveiliging door middel van kabelgeleiding. Ook op het hellende dak zijn er innovaties, zoals dakpannen met geïntegreerde zonnecellen of zelfs dakpannen met zonnecollectoren die je aan elkaar kunt koppelen tot één grote zonnecollector. Tot slot zie je prefab dakelementen waarin de zonnecollector al is geïntegreerd.”

Dakbanen met geïntegreerde amorfe zonnecellen.

Brandveiligheid

Op veel daken wordt gewerkt met branders, soldeerapparaten en slijptollen. Vooral in de buurt van dakaansluitingen en dakranden is er dan een verhoogd brandgevaar, doordat open vuur of vonken kunnen doorslaan naar holle ruimten met brandbaar isolatiemateriaal of houtconstructies. “Toch is werken met open vuur op daken mogelijk, zonder dat er veel kans is op het uitbreken van brand. Mits dit op een goede manier gebeurt. Hiertoe is in 2009 de norm NEN 6050 Ontwerpvoorwaarden voor brandveilig werken aan daken ” Gesloten dakbedekkingssystemen gepubliceerd. De markt kan met deze NEN 6050 aan de slag met duidelijke regels voor brandveilige daken. De norm geeft aan welke voorzieningen men moet treffen en in welke zones op het dak niet met open vuur gewerkt moet worden.”

Volgens Van den Hout is er nog wel meer onderzoek nodig naar de hechting van dakbanen bij alternatieve kleeftechnieken: “Bij dakranden en dakaansluitingen vermijdt men open vuur door de toepassing van andere kleeftechnieken, bijvoorbeeld door het gebruik van koude of warme kleefstof of kleven met hete lucht. Maar bij vorst en nattigheid in de winter blijkt de hechting soms minder te zijn dan gewenst.”

Brandveilig werken op daken zonder open vuur.

Luchtzuiverend

Platte en hellende daken kunnen ook een luchtzuiverende werking hebben. Bij groene daken gaat het vooral om de binding van fijnstof, maar er zijn ook daken die CO2 absorberen. Het gaat dan om daken met Olivijn. Van den Hout: “Dit minerale gesteente heeft de wonderlijke eigenschap om in combinatie met vocht, CO2 om te zetten in zand, magnesium, ijzer en bicarbonaat. Hoe kleiner de korreldiameter, hoe groter het reactieoppervlak, hoe sneller de reactie. Vergruisd Olivijn, met de grootte van zandkorrels, wordt in dertig tot honderd jaar geheel omgezet. Bovendien verloopt bij hogere temperaturen de reactie sneller. Eén kg Olivijn onttrekt 1,2 kg CO2 aan de atmosfeer. Er is genoeg delfbaar Olivijn aanwezig om het CO2 gehalte in de lucht en oceanen terug te dringen. Olivijn kan als ballastlaag worden toegepast, of als schutlaag bij bitumen dakbanen. Er wordt zelfs al geëxperimenteerd met kant-en-klare matten met olivijn die op het platte dak zijn te leggen. Of kunstgrasmatten die na gebruik als voetbalveld nog prima bruikbaar zijn op het platte dak. Het idee is dan om een mat met de vezels naar beneden op het dak te leggen, zodat deze als drainagelaag kan functioneren. Hierop komt dan een mat met de vezels naar boven. Op de mat wordt tot slot Olivijn uitgestrooid.”

“Er zijn ook dakbedekking en dakpannen die de lucht zuiveren van giftige NOx-deeltjes. NOx-deeltjes zijn stikstofoxiden die als restproduct vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen door huishoudens, verkeer en industrie. De dakbedekking en dakpannen met titaniumdioxide zetten het NOx onder invloed van zonlicht om in veel minder schadelijke restproducten die door de regen worden weggespoeld.”

Van den Hout kan heel enthousiast raken van al die noviteiten: “Dat is toch smikkelen en smullen, als je al die innovaties ziet? Er is nu zelfs een volledige plantaardige dakbaan, als alternatief voor de bitumen dakbanen. Met zijn ecologische samenstelling ” onder andere plantaardige oliën en dennenharsen ” biedt deze dakbedekking een toekomstgerichte oplossing voor de grondstofproblematiek rond bitumen, een aardolieproduct. En dan hebben we nog dakbanen die je aan de ondergrond bevestigt met klittenband. Er gebeurt gewoon enorm veel op het dak!”

Veilig werken op daken.

Dakrenovatie

In het nieuwe Bouwbesluit ” dat naar verwachting op 1 januari 2012 in werking treedt – gaat de minimale Rc-waarde voor gevels en daken van 2,5 naar 3,5 m2K/W. Ook gaat de epc voor woningnieuwbouw van 0,8 naar 0,6. Voor bestaande daken betekent een dakrenovatie al snel dat men aan het Bouwbesluit moet voldoen. Dat heeft gevolgen voor de isolatiedikte en dus ook de opstandhoogte.

Van den Hout: “Probleem bij alle platte dakenprojecten is de detaillering bij dakranden en opstanden, doordat de isolatiedikte toeneemt. Heel belangrijk is de detaillering met het lood bij opgaand werk. Zorg dat de aansluitingen waterdicht blijven. De dakranden zijn eventueel te verhogen met houten balken of andere systemen voor dakrandverhoging.”

Alleen de recycling van bitumen dakbanen moeten we nog beter aanpakken, vindt Van den Hout. “Nu is storten nog altijd goedkoper dan aanbieden voor recycling. Ik hoop dat de overheid met een maatregel komt om recycling van bitumen dakbanen te stimuleren. Er ligt in Nederland 400 miljoen vierkante meter dak en driekwart daarvan is bitumen.”

Dakaannemer

De stortvloed aan nieuwe ontwikkelingen heeft natuurlijk ook gevolgen voor de dakconstructie en de rol van de dakdekker. Van den Hout wijst eerst op het belang van een goede dakconstructie: “We staan voor een enorme opgave om bestaande daken te optimaliseren. Door de toegenomen mogelijkheden om bestaande daken om te vormen tot gebruiksdaken, neemt ook het gewicht toe. Kijk dus eerst goed of de bestaande dakconstructie aangepast moet worden. Vooral groene daken resulteren in veel extra gewicht, maar ook zonnepanelen, zonnecollectoren en extra lagen Olivijn zorgen voor een toename van de belasting.”

En dan de dakdekker zelf: “Zorg dat je als dakdekker op het dak blijft! Het gevaar bestaat dat de rol van de dakdekker op het dak wordt overgenomen door allerlei gespecialiseerde onderaannemers. Maar de aanval op de waterdichtheid is de uitvoeringsfase. De dakdekker weet nog altijd het beste hoe hij een dak waterdicht moet maken. Zorg daarom dat je de regie in handen houdt. Haal voldoende kennis in huis of ga een co-makership aan met gespecialiseerde bedrijven. Daarnaast is het belangrijk om al die kennis al vroegtijdig in het proces in te brengen. Streef daarom naar design & construct contracten.”

De dakadviseur besluit: “De dakdekker moet niet bang zijn om de realisatie van nieuwe daken zelf te organiseren. De dakdekker wordt dakaannemer. Door de nieuwe functies die aan het dak worden toegevoegd, worden de kosten van de dakbedekking ondergeschikt. De dakaannemer kan daardoor een goede prijs maken en dus ook een goed dak maken.”