Raad van Arbitrage heeft kennis van de bouw, juist bij geschillen

Artikel delen

Partijen in de bouw- of gww-sector kunnen een geschil voorleggen aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA). De uitspraak van de arbiter heeft dezelfde rechtskracht als een vonnis van de gewone (burgerlijke) rechter. Echter, de RvA heeft bouwkundige vakkennis, de arbitrage is meestal (veel) goedkoper en de doorlooptijd is korter. 

Een paar feiten over de Raad van Arbitrage voor de Bouw:

  • bestaat al sinds 1907;
  • is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk;
  • wordt geheel gefinancierd uit de kosten die bij partijen in rekening worden gebracht voor de behandeling van de geschillen;
  • doet ook de arbitrage voor geschillen die vallen onder de Woningborg Garantie- en Waarborgregeling;
  • mr. Klaas Mollema (voormalig coördinerend vice-president bij het gerechtshof in Leeuwarden) is bestuursvoorzitter. De voorzitter is een onafhankelijke oud-rechter en voorgedragen door Raad voor de Rechtspraak voorgedragen;
  • mr. Bas van Luik is directeur.

Gefixeerd tarief

Stichting Raad van Arbitrage voor de Bouw is ondanks haar lange bestaan bij veel partijen in de bouw onvoldoende bekend. Vooral mkb-bedrijven denken dat het bij kleine geschillen te duur is om naar de rechter of arbiter te stappen. Om de kosten in kleine geschillen beperkt te houden, geldt bij de RvA een verkorte procedure tegen een gefixeerd tarief.

Er geldt een plafond van € 9.000 (incl. btw) voor een eis tussen € 50.000 tot € 100.000. Hoe lager de eis, hoe minder je betaalt. Dat start al bij € 250 voor een eis tot € 1.000 en loopt zo stapsgewijs op met steeds vaste maximale bedragen (tot een eis van € 100.000). Partijen weten dus waar ze aan toe zijn.

Lagere kosten

Deze bedragen liggen veel lager dan de proceskosten bij een burgerlijke rechter over een bouwtechnisch geschil. Redenen: 

  1. de kortere procedure;
  2. de tarieven van RvA-arbiters liggen veel lager dan die van deskundigen (doorgaans ook arbiters van de RvA) die de burgerlijke rechter inschakelt om hem te adviseren over bouwtechnische aspecten in een bouwgeschil;
  3. de RvA betaalt de arbiters niet per uur, maar zij zien deze functie als een erebaan.

Overigens betaalt uiteindelijk de verliezer van de procedure de kosten van de RvA aan de winnaar.

Keuze

De keuze voor arbitrage bij de RvA wordt meestal gemaakt in 

  • de (koop-/)aannemingsovereenkomst
  • de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn verklaard 
  • of een ander contractstuk. 

De overeenkomst tot arbitrage kan ook in een apart document van later datum staan, zelfs na het ontstaan van het geschil. 

Er hoeft zelfs geen schriftelijke overeenkomst tot arbitrage te zijn. Als een verweerder in een procedure bij de RvA geen beroep doet op de onbevoegdheid van de RvA, dan neemt het scheidsgerecht aan dat tussen partijen een overeenkomst tot arbitrage bestaat of dat de verweerder deze overeenkomst door stilzwijgende aanvaarding (alsnog) wil. 

Bij geschillen met consumenten is het overigens, vanwege een nieuwe wettelijke regeling, verstandig om deze een maand de tijd te geven alsnog te kiezen voor de gewone rechter, voordat men met het geschil naar de RvA gaat.  

Vakmensen

Zoals gezegd is de inzet van arbiters met een bouwkundige achtergrond de grote kracht van de RvA. De RvA heeft ruim 80 leden-arbiters met een (bouw)technische achtergrond die samen alle terreinen in de bouw bestrijken. Dit zijn leden-arbiters die worden voorgedragen door:

  • opdrachtgevers: Aedes, Staat, VNG;
  • aannemers: Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra;
  • gespecialiseerde aannemers: OnderhoudNL/NOA, VHG, VMRG;
  • adviseurs: BNA, KIVI, NLingenieurs;
  • gespecialiseerde adviseurs: RvA Metaalnijverheid en -Handel.

Daarnaast heeft de RvA nog 20 leden-jurist. De voorzitter draagt hen voor. Het zijn altijd zeer ervaren rechters of oud-rechters. De arbiters worden bijgestaan door 16 secretarissen, juristen die gespecialiseerd zijn in bouwrecht.

Benoeming

Een arbiter wordt voor het leven benoemd, maar tot de statutaire eindleeftijd van 70 jaar. Nieuwe arbiters leren tijdens introductiecursus de theorie achter arbitrageprocedures. 

Ze doen praktisch ervaring op als toehoorder bij een aantal arbitrages van de RvA. Onder meer via cursussen gericht op het arbitervak houden ze hun kennis actueel. Na drie jaar is er een evaluatie: zijn beide zijden positief over het arbiterschap?

Maatwerk

Bij een rechtbank is het bij een geschil vaak de vraag of de rechter kennis heeft van de bouw. Termen als ‘fundering op staal’ of ‘afschot’ laten zien dat het lastig kan zijn om een geschil in de bouw door burgerlijke rechter te laten beoordelen. 

De RvA formeert bij een aanmelding van een geschil een team met een vakdeskundige arbiter en een juridisch secretaris. Partijen mogen zelf een arbiter kiezen, mits beide partijen akkoord zijn en de arbiter volledig onafhankelijk is. Bij geschillen boven de € 100.000 zijn er drie arbiters, tenzij de eenvoud van het geschil één arbiter mogelijk maakt of beide partijen dat wensen.

Andersom kunnen partijen bij geschillen onder € 100.000 drie arbiters vragen. Bij complexe zaken kan ook de voorzitter daartoe besluiten. Tot slot kan bij juridisch complexe zaken ook de hulp van een lid-jurist worden ingeroepen. Dat zijn zoals aangegeven arbiters met een achtergrond als rechter. De RvA levert dus maatwerk bij ieder geschil.’

Kort geding en hoger beroep

Ook bij de RvA is een kort geding of hoger beroep mogelijk. Het vonnis in een kortgedingprocedure is, anders dan dat in een bodemprocedure, voorlopig. Het biedt een oplossing in acute situaties.

Als er voorzieningen/maatregelen nodig zijn die echt niet kunnen wachten – zoals het aanbrengen van stutwerk tegen een gebouw dat dreigt in te storten – kan daarom worden verzocht in een kort geding. Dat kan op zeer korte termijn plaatsvinden, zelfs binnen een dag.

Het scheidsgerecht vormt zich in kort geding slechts een voorlopig oordeel in grote lijnen over de onderliggende rechtsvraag. De beslissing in kort geding heeft geen beslissende invloed op het oordeel in een reeds aanhangige of een later aanhangig gemaakte bodemprocedure over de onderliggende rechtsvraag (het werkelijke geschilpunt). 

Het definitieve oordeel in de bodemprocedure kan heel anders luiden dan het voorlopige oordeel in kort geding. Ook bij de RvA is veelal hoger beroep mogelijk. Er wordt dan altijd een lid-jurist ingeschakeld.

Deskundigenbericht

Ook als de partijen zijn overeengekomen dat de gewone rechter de geschillen moet beslechten, kan de RvA worden ingeschakeld. Bijvoorbeeld als er een geschil dreigt. Dit advies heet het deskundigenbericht van de RvA. 

Partijen kunnen dan alsnog op voorhand of achteraf besluiten dat zij zich neerleggen bij het deskundige oordeel. In dat geval kan sprake zijn van een bindend advies. Met name partijen die niet zijn overeengekomen eventuele geschillen in arbitrage door de RvA te laten beslechten, kunnen dus een deskundigenbericht aanvragen.

Aanvraag

De aanvraag van een deskundigenbericht kan per brief of mail aan de RvA. Daarin moet staan:

  • wie betrokken zijn bij het bouwwerk
  • een zo goed mogelijke omschrijving van het probleem, waarover opheldering moet komen.

De RvA selecteert op grond hiervan een lid dat beschikt over de gevraagde deskundigheid en geen relatie heeft met de betrokkenen. 

De deskundige maakt een inschatting van de kosten. Op basis hiervan wordt de aanvragende partij(en) gevraagd een waarborgsom voor de te maken kosten. Nadat de waarborgsom is ontvangen, wordt een afspraak gemaakt voor een bespreking tussen de deskundige en de partijen. 

Zo nodig kan hij ter plekke al dan niet destructief onderzoek doen. Is de klacht bijvoorbeeld dat de isolatie in de spouw niet goed is, dan kan het nodig zijn één of een paar stenen te verwijderen om in de spouw te kijken naar de aanwezige isolatie.

Als er vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd, eventueel door een extern bureau, dan bespreekt de deskundige dat ter plekke met partijen. De deskundige schrijft op basis van alle verzamelde gegevens het deskundigenbericht. Nadat partijen het concept-bericht van commentaar hebben voorzien, wordt het bericht definitief gemaakt en, na betaling van de kosten, aan partijen toegezonden. Daarmee is het deskundigenbericht voltooid.

Resumé

Volgens de RvA kunnen de voordelen meer partijen stimuleren om hun geschillen aan de RvA voor te leggen. De zitting vindt zo mogelijk plaats op of bij de locatie waar het om gaat, om de situatie in aanwezigheid van de partijen als een soort ‘rijdende rechter’ ter plekke te beoordelen. Dat is bij een burgerlijke rechter meestal niet mogelijk. 

Verder zijn de kosten vaak lager, is de doorlooptijd korter en werken de RvA met arbiters die de bouw kennen. In 2014 is bij 99 % van de circa 700 geschillen binnen 3 maanden na de zitting een uitspraak gedaan. Het totale belang van al die uitspraken samen was daarbij ongeveer € 175 miljoen.

Toename

De RvA verwacht in de toekomst een toename van het aantal ingediende geschillen:

  • De griffierechten bij de burgerlijke rechter stijgen.
  • De geschillen worden steeds complexer.

Daarnaast is het afwachten wat de overgang naar private kwaliteitsborging in de bouw met zich meebrengt. Toetsing van een bouwplan aan het Bouwbesluit in de laagste risicocategorie, zoals woningen, wordt aan daartoe gecertificeerde partijen (kwaliteitsborgers) overgelaten. Die kunnen ook het gecertificeerde toezicht tijdens de bouw verzorgen. 

De verantwoordelijkheid voor verborgen gebreken komt daarbij ook dwingender bij de aannemer te liggen. De bouw krijgt dan niet alleen te maken met geschillen tussen opdrachtgever en aannemer, maar ook tussen de kwaliteitsborger en aannemer of tussen de zogeheten instrumentenbeheerder en de kwaliteitsborger, verwacht de RvA.

Geschillen
Bovendien verwacht de RvA dat het aantal geschillen toeneemt door het groeiend aantal bouwcombinaties dat zich inschrijft voor projecten. De raad voorspelt dat geschillen tussen partijen binnen een projectcombinatie zullen toenemen, onder meer projecten steeds complexer worden.

Daarnaast levert de opkomst van DBFMO-contracten – waarbij de opdrachtnemer(aannemer) ook verantwoordelijk is voor het onderhoud tot wel 25 jaar na oplevering – naar verwachting meer geschillen op. Een deel daarvan wordt veroorzaakt doordat in die periode een contractpartij failliet gaat of men ineens geconfronteerd wordt met forse gebreken.

Meer informatie vindt u op www.raadvanarbitrage.nl