fbpx

Maxime Verhagen ziet nieuw elan in de bouw

Artikel delen

De komende jaren wordt de bouw geconfronteerd met diverse opgaven. Die opgaven komen niet één voor één, maar allemaal tegelijkertijd. Een sterk groeiende vraag naar woningen door uitgestelde vraag tijdens de crisis en de toestroom van vluchtelingen. Maar ook transformatieprojecten in stedelijke omgeving, energiezuiniger maken van de bestaande woningvoorraad, energienotanul bouwen en uitdagingen op het gebied van vergrijzing en klimaatverandering. BouwTotaal schoof aan tafel bij Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland. Hoe gaat de bouw anticiperen op al die uitdagingen?  


Tekst: ing. Frank de Groot 

Foto en video: Bernd Kruyt, DutchUncle.tv

Welke kansen biedt de recent geopende Nationale BouwCampus in Delft? 
‘Bouwend Nederland heeft samen met Rijkswaterstaat aan de wieg gestaan van de BouwCampus. De nieuwe BouwCampus biedt een stimulans voor innovatie. Denk aan het ontwikkelen van nieuwe producten, concepten en processen. Dat wil niet zeggen dat er in de bouw niet geïnnoveerd wordt. Sterker nog: er wordt meer geïnnoveerd dan vaak wordt gesuggereerd. Maar veel van die innovaties houden de bedrijven voor zichzelf, vanwege het vermeende concurrentievoordeel. Er is echter, in tegenstelling tot andere sectoren in de Nederlandse economie, weinig tot geen open innovatie. Juist door open innovatie worden door kruisbestuiving – ook met andere sectoren – veel meer nieuwe producten ontwikkeld.’ 
    
‘Als je bedenkt welke opgaven er op ons afkomen dan moeten we veel innoveren. En die opgaven komen niet één voor één, maar allemaal tegelijkertijd. Denk aan het vervangen van 4.400 bruggen die aan het eind van hun levensduur zijn, het energiezuiniger maken van duizenden scholen en verbetering van het binnenklimaat, de verduurzamingsslag in de woningbouw en de nu snel toenemende vraag naar nieuwe woningen. En dan hebben we nog de uitdagingen op het gebied van vergrijzing, klimaatverandering, et cetera. Juist door samenwerking tussen onderzoekers van bijvoorbeeld de technische universiteiten, de opdrachtgevers en de ondernemers, kun je nieuwe innovatieve oplossingen vinden voor die vraagstukken. Het zijn dan ook de drie ‘O’s’ van Onderzoeken, Opdrachtgeven/Overheid en Ondernemen die je – analoog aan het topsectorenbeleid – samenbrengt bij de BouwCampus. Mijn oproep is dan ook: probeer samen in de pre-competitieve sfeer oplossingen te vinden. Je kunt wel voor iedere nieuwe brug een bestek op de markt gooien en een aanbesteding organiseren, maar is het niet slimmer om samen één basisoplossing te bedenken en die 4.400 keer toe te passen? Uiteraard met ruimte voor maatwerk.’ 
 
Welke voordelen biedt de ontwikkeling van complete prefab concepten, die nu in opkomst zijn? 
‘Bedrijven moeten nu ook wel industrieel gaan werken, om de faalkosten naar beneden te brengen. Er zijn nieuwe technieken en de digitalisering van de bouw – denk aan BIM – neemt ook toe. Wil je daar optimaal gebruik van maken dan moet je meer in de keten samenwerken: van ontwerper tot eindgebruiker. Daarnaast kun je aan de eindgebruiker inzichtelijker maken hoe het gaat worden. Dat is een heel andere manier van bouwen als sector, dan twintig jaar geleden.’ 

‘We zien de komst van complete prefab schil-, gevel- en woningconcepten. Daar heeft de bouw de laatste tijd grote stappen in gemaakt. Dat geldt ook voor de opkomst van BIM, robotisering en 3D-printing. De industrialisatie zal zich voortzetten, maar de klant moet wel centraal blijven staan. De oplossing moet niet een soort ‘one size fits all’ worden: hier heb je de sleutel en betaal maar. Nieuwe concepten moeten aanpasbaar zijn aan de wensen van de klant. Het is prachtig dat er een prefab badkamer op de bouwplaats aankomt waar de closetrolhouder al in hangt. Maar als de klant die rolhouder aan de andere kant wil hebben omdat die linkshandig is, dan moet dat wel kunnen.’ 
 ‘Ik geef toe dat in de praktijk klanten niet gewend zijn te kiezen, waardoor ontwikkelaars van woningconcepten er vaak voor kiezen een beperkt aantal varianten aan te bieden. Maar dat ligt ook aan de vraagstelling naar de klant. Je zoekt naar pro-actieve ideeën en oplossingen. De klant wil in de basis geen woning: hij wil wonen, hij wil licht, hij wil vervoer, et cetera. Industrialisatie gebruik je daarbij om de klant zo goed mogelijk te bedienen. De aannemer zal samen met de ontwerper, de installateur en de adviseur moeten kijken hoe ze het beste iets kunnen bieden dat tegemoet komt aan de vraag van de klant.’ 
 
Bij de opening van de BouwCampus is een Themakaart Bouw gepresenteerd met acht thema’s die slimme oplossingen vragen: omgeving, steden, gebouwen, materialen, energie, mobiliteit, bouweconomie en constructies. Waar liggen de grootste uitdagingen voor de bouw? 
‘Al die thema’s komen tegelijkertijd op ons af. Daar zit geen prioritering in. Maar als je kijkt welke maatschappelijke doelen je wilt realiseren heb je een routekaart nodig om de eindbestemming te bereiken. Uit al die doelen vloeien bouwopgaven voort. We kunnen ons daarbij geen traditionele één op één aanpak veroorloven. Dus moeten we zoeken naar slimme oplossingen, die tegen zo laag mogelijke kosten een nieuw antwoord geven op die vraagstukken die op ons af komen.’ 
‘Van belang daarbij is ook om slimme oplossingen te creëren die meerdere doelen dienen, door een integrale aanpak. Als je bijvoorbeeld woningen levensloopbestendig maakt, zodat mensen langer in hun woning kunnen blijven, neem dan ook gelijk energiebesparende maatregelen.’ 

Andere doelen voor de bouw zijn verhoogde kwaliteit en verbetering van de positie van de consument door aansprakelijkheid bij verborgen gebreken anders te regelen. Hoe zijn die doelen te bereiken? 
‘Alle oplossingen die gekozen worden voor de eerder genoemde vraagstukken zullen een kwalitatief heel goed product moeten opleveren. Daarnaast gaan we – als de Wet Kwaliteitsborging ook inderdaad van kracht wordt – van een papieren toetsing van een bouwplan aan de bouwregelgeving door de gemeente, naar een toetsing bij oplevering door een private kwaliteitsborger. Voor die kwaliteitstoetsing in de praktijk wil iedere bonafide bouwer ook gaan staan. Bovendien heeft het Economisch Instituut voor de Bouw becijferd dat de invoering van de Wet Kwaliteitsborging 1,5 miljard euro voordeel oplevert. Dat is deels voor de gemeenten en deels voor de aannemer. Maar dan moet je het wel goed uitvoeren.’ 

‘Maar het kan niet zo zijn dat we verantwoordelijk worden voor de toetsing aan de bouwregelgeving en tegelijkertijd leges blijven betalen voor iets dat de gemeente dan niet meer doet. Dus die bouwleges moeten dan wat mij betreft van tafel. Dat daardoor een ander probleem voor gemeenten ontstaat is niet mijn verantwoording. De financiering van gemeenten is een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. Dus die discussie moeten ze dan daar maar voeren en dat heb ik ook tegen minister Blok gezegd.’ 

‘Wat betreft de aansprakelijkheid van bouwbedrijven voor verborgen gebreken moet de consument uiteraard kunnen vertrouwen op de kwaliteit en daar moet de bouwer garant voor staan. Maar op het moment dat een professionele opdrachtgever een bepaald materiaal of product eist, dan moet hij na afloop niet bij de bouwer klagen dat het materiaal of product niet voldoet. De aansprakelijkheid op gebreken moet daarom zo zijn geregeld dat de consument daar een beroep op kan doen, maar dat de professionele opdrachtgever zich niet kan verschuilen achter de bouwer, terwijl hij zelf opdracht heeft gegeven voor bepaalde materialen of producten.’ 
 
Zal de voorziene private kwaliteitsborging zorgen voor een daling van de faalkosten? 
‘De faalkosten moeten sowieso naar beneden. Ook als je geen private kwaliteitsborging hebt is het in belang van iedere goede aannemer om de faalkosten te reduceren. Dat die faalkosten lange tijd niet goed beheersbaar bleken te zijn heeft te maken met bepaalde middelen die vroeger niet beschikbaar waren, zoals BIM. Dan zie je al bepaalde fouten in het ontwerpstadium, zoals een leiding die op een plaats van een kolom staat geprojecteerd. Zonder BIM zie je die fout pas in de uitvoering en kun je met de slijptol aan de slag. Met BIM kun je ook samen met de klant inzichtelijk maken wat de kosten zijn van veranderende wensen. Bovendien liggen wijzigingen direct vast, zodat je er niet in de uitvoering nog achter komt dat een bepaalde klantwens niet is doorgevoerd. Dat herstel kost allemaal weer geld.’ 
‘Ik verwacht trouwens wel dat de Wet Kwaliteitsborging ook een bijdrage zal leveren aan een verhoging van de kwaliteit in de bouw. De vraag is echter of de wet door de Tweede Kamer heen komt. Als minister Blok er in slaagt de wet door de kamer te loodsen dan denk ik dat het al snel 2018 wordt voordat deze wordt ingevoerd. Maar als die er komt zullen we minder opleverpunten krijgen.’ 
 
U laat zelf uw woning verbouwen. Wordt dat een nul-op-de-meter woning? 
‘Ik heb een oudere woning en dan is het te kostbaar om van label F naar energienotanul te gaan. Dan moet je ook tevreden zijn met label B. Ik heb gezocht naar een installateur en aannemer die creatief meedenken en dat zoeken we de optimale oplossing voor mijn woning. Ook met het maken van enkele labelstappen kunnen we enorm veel energie besparen in de bouw.’ 

‘Dat geldt ook voor woningcorporaties. Binnen hun bezit moeten enorm veel woningen geïsoleerd worden. Dan moet je denken in labelstappen. Maar bij nieuwbouw zijn we al prima in staat om energieneutraal of zelfs energieleverende woningen te bouwen. Terwijl de eis is dat we pas in 2021 bijna energieneutraal bouwen: nou, dat doen we dus nu al! Maar voor bestaande woningen ligt dat anders. We hebben bijvoorbeeld 2,5 miljoen sociale huurwoningen die merendeels op label D zitten. Als we die op label B kunnen krijgen, dan moet je eens kijken wat je bespaart! Als de rijksoverheid al haar eigen gebouwen op label B zou krijgen, dan bespaar je net zoveel energie als nu één miljoen huishoudens gebruiken! Er zit dus een enorm potentieel.’ 
‘Natuurlijk moeten de energiemaatregelen nog wel goedkoper kunnen. Bij verbouwing schrapt men als eerste de energiebesparende maatregelen. Men ziet de voordelen op de lange termijn te weinig. Bouwend Nederland heeft dan ook enorm gelobbyd om de hypotheekruimte te vergroten voor woningen die energieneutraal zijn, omdat de woonlasten nu eenmaal lager liggen. Stel een energieneutrale woning kost 30.000 euro meer, dan moet je eigenlijk die ruimte in de hypotheek hebben. Uiteindelijk is de hypotheekruimte verruimd door de wetgever, maar nog niet voldoende om de volledige meerkosten te dekken. Toch zijn de eerste stappen gezet. Bij de bestaande woningen blijft het probleem echter wel aanwezig, omdat je vroeger 120 procent van de woningwaarde kon lenen, nu gaat het terug naar honderd procent. Dan zijn die extra energiemaatregelen moeilijk te financieren. Natuurlijk ligt er een taak bij de bouwsector om de energiemaatregelen goedkoper te maken, maar er ligt ook een taak bij de overheid.’ 
 
We staan voor een enorme nieuwbouwopgave door een uitgestelde vraag tijdens de crisis en de toestroom van vluchtelingen. Hoe kunnen we die inhaalslag maken? 
‘De plancapaciteit komt momenteel absoluut niet overeen met de vraag. We hebben te maken met een uitgestelde vraag, asielzoekers en ouderen die door mantelzorg langer thuis blijven wonen. Tot 2040 komen er een miljoen huishoudens bij! Die mensen moeten ergens wonen. Dat betekent dat gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten nemen in relatie tot plancapaciteit. Dat betekent ook dat het betaalbaar moet zijn. Gemeenten moeten dus niet denken dat ze de grondprijs op het peil van 2008 kunnen houden, want dan wordt het onbetaalbaar voor bijvoorbeeld huurwoningen met een huurprijs van 600 tot 1.000 euro. Het mag niet zo zijn dat alleen de happy few nog in de binnensteden kan wonen en we dus een ongewenste segregatie gaan krijgen.’ 

‘Ook op het gebied van transformatie moeten gemeenten sneller werken met wijzigingen bestemmingsplannen en welstandseisen. Wij pleiten dan ook voor flexibele bestemmingsplannen. Dat duurt nog vaak veel te lang. Aan de andere kant moet je ook niet denken dat je alle vragen kunt beantwoorden met het transformeren van lege kantoren. Slechts tien procent is echt geschikt voor woningbouw, door bijvoorbeeld de ligging en indeling. Dus alleen daarmee los je het probleem niet op.’