fbpx

Echte kwaliteit of papieren ‘zekerheid’?

Artikel delen

Wie een nieuwbouwwoning koopt, moet vanzelfsprekend erop kunnen vertrouwen dat het goed zit met de kwaliteit van dat huis. Ook als – zoals nu – de wet op het Bouw- en Woningtoezicht (BWT) veranderd wordt. Daardoor ziet vanaf 1 januari 2018 niet de gemeentelijke overheid, maar een particulier bureau toe op de bouwkwaliteit van onder meer nieuwbouwwoningen. Zo’n grote verandering moet natuurlijk eerst beproefd worden, via pilots. De deelnemende gemeenten en bouwbedrijven staan er samen positief in, anders doe je niet mee. En als het nu nog niet goed loopt, dan los je dat samen op – en schrijf je op wat je daarvan geleerd hebt.
 

Zo eenvoudig is het helaas niet. Onlangs moesten we in de media lezen dat de eerste ervaringen bij een enkele gemeente wel erg kritisch genoteerd zijn; een constructieve toon valt niet te ontdekken in het – naar de media gelekte – rapport. In elke zin klinkt een kille, afkeurende klank: ‘Voor de bouw van een woning is in de berekening van de constructeur in de computeruitvoer af te lezen dat het gekozen staalprofiel van een stalen ligger in de verdiepingsvloer niet voldoet. De toelaatbare staalspanning wordt ruim overschreden. Dit wordt zowel door de aannemer en constructeur als de private kwaliteitsborger niet opgemerkt. Op de constructietekening staat hetzelfde stalen profiel als gekozen is in de foutieve berekening. […] Wegens instortingsgevaar bij verder bouwen heeft de gemeente de bouw stilgelegd.’
Blijkbaar is men er, nota bene anderhalf jaar voor de start, al klaar mee: dit gaat niet lukken. De media maakten gretig gebruik van die tussenevaluatie om nu al te ‘bewijzen’ dat ‘de hele Nederlandse bouwsector’ na 1 januari 2018 geen kwaliteit levert. Vooral het woord ‘instortingsgevaar’ trok de aandacht. Wat heeft de consument te vrezen? Moet hij zijn nieuwe deuren maar niet al te hard dichtslaan? Woont hij in een tijdbom?
Waarom moest het allemaal anders, eigenlijk? Deze wet komt voort uit de aanbevelingen van de commissie Dekker. Daarin wordt de onduidelijke rolverdeling bekritiseerd, tussen de bouwkolom en de gemeente. Die leidt tot een soort van schijnzekerheid voor de bouwconsument. Ook concludeerde Dekker dat lang niet alle diensten Bouw- en Woning Toezicht in staat zijn om toetsing en toezicht adequaat in te vullen.
BWT bekijkt nu de bouwplannen vooraf en vaak blijft het daarbij, zoals u weet. Dat is de bescherming die de burger nu krijgt. Toetsing op het meest basale veiligheidsniveau is natuurlijk goed, maar dat is toch iets anders dan kwaliteitsverbetering. Daarom komt er onder andere een private kwaliteitsborger, die de rol van de gemeente zal overnemen qua toetsing en toezicht op de eisen uit het Bouwbesluit. Het gaat straks allemaal sneller, efficiënter en overigens met meer juridische mogelijkheden voor de nieuwe eigenaar, mocht er toch een gebrek tevoorschijn komen.
Niet alleen werken de private kwaliteitsbureaus sneller, maar ze leveren ook meer. Zij denken actief en maximaal mee over kwaliteit. Bij hen is bovendien precies helder waar je voor betaalt. Goedkoper zal het helaas niet worden, maar ze leveren meer waar voor het geld. Dat is beter dan de willekeurige, vaak torenhoge bouwleges, die volgens de gemeenten ‘kostendekkend’ zijn.
Daarnaast wordt de bouwsector ook alleen maar beter van al die aandacht voor kwaliteit. Maar de nieuwe bewoner is de grootste winnaar. Hij of zij krijgt meer echte zekerheden en meer gegarandeerde kwaliteit, met dit nieuwe stelsel.

Maxime Verhagen
Voorzitter Bouwend Nederland