fbpx

Graffiti op monumenten voorkomen

Artikel delen

Graffiti kan monumenten flink ontsieren, maar kan ook voor aanzienlijke schade zorgen. Verwijderen van graffiti leidt maar al te vaak tot aantasting van de gevel. En voorkomen is bij dit probleem niet altijd mogelijk. Het aanbrengen van een anti-graffiti systeem vraagt om een aanvullend onderzoek én zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen. De RCE legt bij de informatie hierover de nadruk op steenachtige ondergronden.

Tekst: Carla Debets Bouwtekst
Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

 

Graffiti aangebracht op de betegelde wanden van een NS-station. Van de geglazuurde tegels zijn ze relatief eenvoudig te verwijderen, maar in de poreuze voegen blijven restanten achter (foto: Michiel van Hunen).

Met graffiti worden diverse beschadigingen aangeduid: tekeningen, patronen, krabbels of boodschappen die op een muur of ander oppervlak zijn geschilderd, geschreven of gekrast. Velen ervaren graffiti als storend, beschadiging van de architectonische waarde van een gebouw of als ontsiering van de openbare ruimte. Vaak is echter de schade die aangebracht wordt door het verwijderen van graffiti minstens zo ernstig.
Voorkomen van graffiti is niet eenvoudig. Maatregelen zoals het beperken van de toegankelijkheid en/of het aanbrengen van beplanting zijn niet altijd mogelijk. In een aantal grote steden voert men een succesvol ontmoedigingsbeleid via meer toezicht en het snel verwijderen van graffiti. Wanneer men graffiti namelijk binnen 24 uur verwijdert, is reiniging met veel minder inspanning mogelijk en wordt nieuwe bekladding ontmoedigd.
 

Esthetische schade, ontstaan na het verwijderen van graffiti met chemische reinigingsmiddelen, waarbij het ondergelegen gevelmateriaal niet werd afgeschermd (foto: Michiel van Hunen).

 

Anti-graffitisystemen

Er zijn beschermlagen mogelijk om indringen van graffiti in de ondergrond te voorkomen en aangebrachte graffiti eenvoudig en veilig te verwijderen. Soms kunnen echter hinderlijke bijverschijnselen optreden, zoals een lichte glansvorming of donkerverkleuring. Bovendien veroorzaakt het aanbrengen van een beschermlaag een verstoring van het normale vochttransport in een gevel. Bij veel monumenten kan dat schadelijke gevolgen hebben. De Rijksdienst stelt in de eerste plaats dat anti-graffitisystemen geen risico op fysieke schade mogen veroorzaken. De behandeling moet ook ongedaan gemaakt kunnen worden. En er moet natuurlijk worden gestreefd naar een zo klein mogelijke invloed op het uiterlijk van het monument.
 

Verstoring van het gevelbeeld door veelvuldig verwijderen van graffiti (foto: R. Crèvecoeur).

Een juiste aanpak van bescherming tegen graffiti is niet mogelijk zonder beoordeling ter plaatse. In de meeste gevallen moet er een proefvlak worden gemaakt. Daarbij is vooral het verschil van belang in poreuze, steenachtige ondergronden, zoals baksteen en natuursteen, en minder poreuze ondergronden, zoals geverfde materialen. De eigenschappen van het oppervlak bepalen niet alleen de mate van indringing en de hechting van de graffiti, maar ook de hechting van een anti-graffitisysteem. De hechting hangt vooral af van de mate waarin het oppervlak bevochtigd kan worden, de poriegrootte en de ruwheid van het oppervlak.
 

Monumentale gevel waarbij het aangebrachte anti-graffitisysteem duidelijk zichtbaar is (foto: TNO Bouw).

 

Soorten systemen

Een goed anti-graffitisysteem is een beschermlaag die is aangepast op de specifieke omstandigheden, met daarop afgestemde reinigingsmiddelen en –methoden. Een dergelijk systeem moet indringen van graffiti in de onderlaag voorkomen én mogelijk maken dat aangebrachte graffiti eenvoudig en zonder schade aan de ondergrond verwijderd kan worden. Een goed systeem sluit de poriën af en vermindert de hechtingsmogelijkheden. Hoe beter het oppervlak is afgesloten, des te gemakkelijker kan de graffiti verwijderd worden. Maar hoe meer de oppervlakte wordt afgesloten, des te meer wordt de vochthuishouding beïnvloed. In sommige situaties leidt ophoping van vocht achter een anti-graffitisysteem tot schade aan de gevel. Het is dus belangrijk een deskundig bedrijf in te schakelen.
Anti-graffitisystemen worden onderscheiden in permanente, zelfopofferende en semipermanente systemen:

– Permanente systemen blijven tijdens en na de reiniging onveranderd en behouden hun functie. Ze zijn vaak zichtbaar aanwezig als glimmende of matte laag. Soms zijn hechtproeven nodig, bij voorbeeld bij kalksteensoorten. Permanente systemen zijn relatief kostbaar, maar ze gaan wel circa tien jaar mee.
– Zelfopofferende systemen hebben de eigenschap dat ze met het verwijderen van de graffiti ‘meeverdwijnen’. De beschermlaag lost op en moet dus nadien weer opnieuw worden aangebracht. Ze zijn meestal nauwelijks zichtbaar en hebben en hoge waterdampdoorlatendheid. De levensduur is mede sterk afhankelijk van de regen- en zonbelasting.
– Semipermanente systemen. Deze zijn veelal opgebouwd uit een permanente grondlaag en een zelfopofferende toplaag. Maar er bestaan ook eenlaag-systemen. Na het verwijderen van de graffiti moet men in beide gevallen een nieuwe toplaag aanbrengen. Deze systemen kunnen op vrijwel iedere ondergrond, behalve betonsteen, worden aangebracht. Als er vaak graffiti wordt verwijderd, zijn dergelijke systemen kostbaar.
 

In de dagkant van het poortje van het stadhuis van Leiden is als proef een zelfopofferend anti-graffitisysteem aangebracht. Het op was gebaseerde systeem is in dit geval niet zichtbaar (foto: Michiel van Hunen).

 

Kiezen van een systeem

Zowel óf er een systeem moet worden toegepast als de keuze van het anti-graffitisysteem vergen een zorgvuldige afweging. Daarbij spelen niet alleen de kans op graffiti, de esthetische eisen, kosten en restauratiefilosofische uitgangspunten een rol, maar ook de kwetsbaarheid, de cultuurhistorische waarde én de bouwfysische en –technische conditie van de ondergrond. De waterdampdoorlatendheid van een systeem is een belangrijke eigenschap. Vooral de beïnvloeding van het drooggedrag kan grote nadelige gevolgen hebben.

Vaak wordt in de praktijk als belangrijkste eis gesteld dat het systeem niet zichtbaar mag zijn. Bij monumenten echter geldt in de eerste plaats dat anti-graffitisystemen geen fysieke schade mogen veroorzaken. Een beschermlaag moet daarom compatibel zijn (geen schade veroorzaken aan het al aanwezige historische materiaal) én reversibel (de ingreep moet ongedaan kunnen worden gemaakt). Per situatie moet men beoordelen welk systeem het beste aan de eisen voldoet. In het algemeen heeft de RCE een voorkeur voor zelfopofferende systemen.
Het aanbrengen van een anti-graffitisysteem vraagt om veel kennis van de materie. Zowel van de ondergrond als van de producten. Belangrijk hierbij zijn de weersomstandigheden, het vochtgehalte van de ondergrond en de drogings- en uithardingstijden. In veel gevallen moet de ondergrond eerst zorgvuldig worden gereinigd.

Tenslotte vormt het goed documenteren van alle informatie over het aangebrachte anti-graffitisysteem door de beheerder van het monument een belangrijk uitgangspunt voor het onderhoud. Op grond van controle kan een herbehandeling noodzakelijk blijken. Behalve visuele controles kan een niet-zichtbaar systeem worden getest met proefvlakken.

Meer informatie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Brochure Techniek 39. Graffiti op monumenten.
 

Vergunning en subsidie

Voor het aanbrengen van een anti-graffitisysteem is het noodzakelijk een vergunning aan te vragen. Een behandeling in het belang van het behoud van cultuurwaarden is in beginsel subsidiabel.
 

Restauratietechniek

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort stelde vele technische brochures samen over diverse aspecten van restauratie. RenovatieTotaal besteedt aandacht aan diverse restauratietechnieken, waarvoor medewerking van de Rijksdienst werd verkregen. Meer informatie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Postbus 1600, 3800 BP Amersfoort, tel. 033 – 4217421, Info@cultureelerfgoed.nl en www.cultureelerfgoed.nl