fbpx

Tiny House Pionier pakt door

Artikel delen

In het voorjaar van 2015 liep Tiny House pionier Marjolein Jonker met wat globale plannen rond en een schetsje van haar eigen Tiny House. Marjolein is echter geen dromer, maar een aanpakker. Nog geen anderhalf jaar later woont ze in haar eigen Tiny House op een geweldige groene locatie in Alkmaar. Ze geeft lezingen over Tiny Houses in het hele land, verzorgt radio- en tv-interviews en ze schrijft blogs over haar belevenissen en bevindingen in ‘Marjolein in het Klein’. Ze is tevens mede initiatiefnemer van de website Tiny House Nederland en mede-oprichter van de Stichting Tiny House Nederland.

 Tekst: Ir. Marcel van Mierlo
 

Bij het ontwerp is goed nagedacht over de afmetingen en het gewicht, omdat deze Tiny House ook op de openbare weg moet zijn te vervoeren.

‘De bouw van mijn Tiny House is gestart in februari 2016 en afgerond op 22 mei 2016. Het ontwerp is gemaakt door Lena van der Wal, Laurens van der Wal en Vincent Höfte van Buro Walden. Dimka Wentzel van Tiny-House.nl, heeft het huisje gebouwd’, vertelt Marjolein enthousiast. ‘Inmiddels woon ik erin en geniet me suf op een prachtlocatie in Alkmaar. In m’n huisje ben ik van alle gemakken voorzien. Ik heb een echte badkamer, een mooi keukenblok en een werkplek. Daarnaast is er ook nog plek voor de houtkachel en een zithoek met opbergmeubel. Door handig te schuiven met inklapmeubels kan ik m’n huisje op veel verschillende manieren gebruiken. Bovendien krijgen meubels vaak meerdere functies. De trap naar de loft is tevens een opbergmeubel en biedt plek aan de koelkast.’
 

Tiny House pionier Marjolein Jonker: ‘Heb je maar 20 m2, dan moet je natuurlijk economisch omgaan met de ruimte. Dus eerst flink ‘ontspullen’.’

 

Let op je gewicht!

‘De afmetingen van m’n huis zijn 6,6 m x 2,55 m x 4 m. Inclusief de loft heeft het huisje een oppervlakte van ongeveer 20 m2. Bij het ontwerp hebben we goed nagedacht over de afmetingen en het gewicht, omdat m’n Tiny House ook op de openbare weg vervoerd mag worden. De trailer is speciaal ontworpen, het model is bijvoorbeeld extra laag en kan ingekort worden.’ Dimka voegt hieraan toe: ‘Een aanhanger achter een normale auto moet altijd een type goedkeuring hebben. Boven de 750 kg, dus in geval van een Tiny House on Wheels altijd, krijgt het een eigen kenteken. De maximale maten zijn dan 12 meter lang, 2,55 meter breed en 4 meter hoog en het maximale gewicht is 3.500 kg. Uiteraard is er dan wel een auto nodig die dat mag trekken. Meestal een flinke 4×4 of een grote bus, en een ervaren bestuurder met BE rijbewijs.’
In de praktijk zal het gewicht vaak de grootste beperking zijn: de meeste Amerikaanse Tiny-Houses die je op YouTube en Google zult vinden, zijn vaak veel zwaarder dan hier is toegestaan. Gelukkig is er een hoop gewicht te besparen door lichter te bouwen. Bijvoorbeeld met slankere balkenframes en dunner, dus lichter, multiplex, in plaats van het zware OSB dat in de Amerikaanse Tiny-Houses vaak wordt gebruikt. Een huis van 6 tot 7 meter is met enig denk- en rekenwerk prima te bouwen onder de 3.000 kg, inclusief onderstel.
 

 

Mijn huisje ademt

Tiny Housers bouwen vaak zelf hun huisje met hulp van vrienden. Marjolein heeft ervoor gekozen om het ontwerp en de bouw door professionals te laten uitvoeren. Met gebruik van mooie duurzame materialen en zorgvuldige detaillering ontstaat een architectonisch fraai geheel. Bijzondere aandacht is bijvoorbeeld gegeven aan de dakvorm, die een lichte knik heeft en een aantal mooie dakramen.
De houtskeletbouw constructie is gevuld met schapenwol. Een gevelbekleding van Modiwood en een binnenafwerking van berken multiplex zorgen voor sfeer en een warme uitstraling van het huis. Onder het houten dak ligt een waterdichte epdm-folie. En dat is precies wat Marjolein wil: ‘Een waterdicht huisje met een ademende gevel.’
Heb je maar 20 m2, dan moet je natuurlijk economisch omgaan met de ruimte. Eerst flink ‘ontspullen’: weggooien wat je niet persé nodig hebt of waar je niet persé heel blij van wordt. Vervolgens: slim inrichten. Opbergruimte vind je onder alle banken en de tafel is inklapbaar. Achter de keuken is de badkamer inclusief kleinst denkbare zitbad en toilet. In deze ruimte doet Marjolein ook de wasjes met water dat ze opvangt in een grote tank buiten. Uiteraard maakt ook Marjolein gebruik van een verhoogde slaapplek met een slim trapje, dat tevens functioneert als kast.
 

 

Weinig nodig, weinig afval

Kleine huisjes hebben kleine wensjes. Ze vragen weinig energie om op te warmen of te koelen, een beetje elektriciteit voor de verlichting en nauwelijks materiaal om te worden gebouwd. Maar een paar uitdagingen heeft een micro-huisje nog wel. ‘Hoe zorg ik dat zonne-energie en water beschikbaar zijn als ze echt nodig zijn? En hoe kom ik af van m’n afwaswater en toiletresidu?’ Marjolein Jonker vertelt hoe ze met deze vragen omgaat: ‘De energie, die ik opwek met zonnepanelen, wordt opgeslagen in accu’s. In combinatie met energiezuinige apparaten en de was weer ouderwets met de hand, kom je een heel eind.’
Voor het douchewater maakt Marjolein gebruik van regenwater, dat ze opvangt, verzamelt en filtert, zodat je het alleen hoeft op te warmen als je het nodig hebt. ‘Voor het afwaswater heb ik een filtersysteem en ik gebruik alleen maar biologisch afbreekbare producten in m’n huisje. Met het gefilterde water, kunnen plantjes groeien, die weer kruiden leveren voor m’n eigen verbouwde maaltijden.’ De grootste boodschap verdwijnt via een composteringstoilet.
 

 

Zonnetje in huis

Marjolein laat zich graag goed en professioneel adviseren, maar ze is inmiddels ook zelf technisch specialist is geworden. Zo legt ze feilloos hoe haar keuzes voor de zonne-energie tot stand zijn gekomen. ‘Ik wil graag zelfvoorzienend zijn wat elektriciteit betreft in mijn huisje. Men spreekt ook wel van off-grid. Nu is dat in Nederland nog niet zo makkelijk; in de wintermaanden heb je maar een beperkt aantal zonuren. Volgens het KNMI heeft december gemiddeld slechts twee zonuren per dag. Het is dus zaak je stroomverbruik en levensstijl aan te passen aan het ritme der seizoenen. Daarnaast moet je keuzes maken wat betreft de apparatuur die je wilt gebruiken: mijn huisje heeft straks geen wasmachine maar wel een koel-vries combi. Het is maar net wat je belangrijk vindt. Om uit te rekenen hoeveel energie ik nodig heb om de basics te laten draaien, heb ik op een rijtje gezet welke apparaten ik minimaal in mijn huis van stroom wil voorzien.’ Dat zijn:
•    Koel-vries combi (109 kwh per jaar).
•    Laptop.
•    LED-verlichting.
•    Kleine keukenapparatuur: blender, sapcentrifuge, crockpot, staafmixer.
•    Ventilator van het droogtoilet.
 

‘Op basis van die gegevens hebben we berekend dat ik met 3 PV panelen van 300 Wp een heel eind kom. Maar van half oktober tot en met februari is het nog altijd krap. In de zomer zal ik stroom over hebben, in de winter moet ik zuinig aan doen. Ik zal wel een nood generator nodig hebben voor als het echt nijpend wordt en wie weet dat ik in de toekomst nog uit kan breiden met een windmolentje.’
 

Je hebt dus accu’s nodig en er moeten een omvormer en een acculader komen zodat de appraten op 220 V gewoon hun werk kunnen doen met wisselstroomverdeling en zonnelaadcontroler. Nu kun je dit allemaal los kopen en aan elkaar verbinden, maar er is een betere oplossing, waar drie van deze functies in één apparaat gecombineerd zijn. ‘Dimka raadde me dit mooie systeem aan: minder snoeren, de apparatuur is perfect op elkaar afgestemd en er kan minder fout gaan.’ Het systeem bestaat uit:
•    3 x 300 Wp DPS zonnepaneel Full Black van 195,5 x 99,5 cm.
•    1 x EasySolar 24V: een MPPT zonne-laadcontroller, een omvormer/lader en wisselstroomverdeling in één behuizing.
•    2 x LiFePO4 Lithium battery 12,8V.
‘Daarnaast een accu monitor, Color Control monitor en wifi ontvanger zodat ik op afstand kan zien wat mijn verbruik is. Wat een luxe! Maar niet alleen luxe. Door mijn gedrag aan te passen kan ik uit de voeten met zonne- energie alleen. Het helpt dan wel als ik goed mijn verbruik in de gaten kan houden. Het wordt een sport om zo lang mogelijk met alleen de kracht van de zon te kunnen leven!’
 

Bron: marjoleininhetklein.com
 
 

Wat kunnen we leren van Marjolein Jonker?

Bouwers weten hoe je moet bouwen: dat is waar. Alléén bouwers weten hoe je moet bouwen: dat is niet helemaal waar! Bewoners denken gelukkig zelf na en nemen zelf het voortouw: hoe wil ik leven, hoe wil ik wonen en welke bijdrage wil ik leveren aan een duurzame leefomgeving? Marjolein Jonker is gestart met haar eigen Tiny House en kreeg veel volgers. Toen ze begon, vond iedereen haar supercool, terwijl ook werd gedacht: hoe ga je dit financieren, welke regels gelden voor jouw Tiny House, wie stelt straks grond ter beschikking?  Maar liefst 99,99 % van de mensen haakt af bij al die vragende gezichten. Maar echte pioniers zien een uitdaging en maken het verschil. Marjolein helpt organisaties graag om samen te pionieren met Tiny Houses.

 
 

Opkomst Tiny Houses

‘Je kan de Tiny Housers in Nederland verdelen in: pioniers, broedvogels, wortelschieters en Econesten’, aldus Arthur van der Lee van Woonpioniers. Sommigen beginnen en kijken wel waar het avontuur uitkomt, vaak nog zonder te hebben nagedacht over een sta- of woonplaats. Maar er zijn ook voorbeelden van goed voorbereide plannen, die worden voorgelegd aan een gemeente, in combinatie met meerdere Tiny Houses. Ook Ecodorpen blijken een warm nest voor kleine huisjes. Leven in verbinding met elkaar en de natuur spreekt veel Tiny Housers aan in combinatie met het zelfvoorzienende karakter van de Ecodorpen.

Woonpioniers schreef een notitie voor de gemeente Almere, die recent met Woonatelier een Tiny House prijsvraag uitschreef. De prijswinnaars kregen allemaal een stuk grond toegewezen in Almere, waar ze hun droom huisje mogen verwezenlijken. Momenteel worden de plannen uitgewerkt en wordt gezocht naar passende financiering. Maar Almere is niet de enige gemeente die deze nieuwe bouwstroom omarmt. Arthur bespreekt in z’n rapport bijna 30 Tiny Houses, verspreid over heel Nederland. Variërend van initiatief groepen en oriënterende politieke interesse tot  bewoonde huisjes.
De notitie gaat ook in op de uitdagingen. Waar mag je staan met je Tiny House? Hoe lang mag je er staan? En hoe zit het met een postadres? Zijn er ontheffingen, eventueel tijdelijk? Woonpioniers geven de trend weer. Koploper gemeenten proberen steeds meer mogelijk te maken voor tijdelijke of permanente bewoning. Ze zoeken mee naar locaties. En kijken naar ruimte in de wetgeving en bestemmingsplannen. Zo biedt de gemeente Boekel ruimte aan het Ecodorp om af te wijken van bepaalde eisen door ze een experiment status te geven in het kader van de Crisis- en Herstelwet. Bovendien is de bestemming in Boekel omgekeerd geregeld. Alle bestemmingen mogen, tenzij expliciet is aangegeven dat ze niet mogen.

Bron: notitie Tiny Housing van Woonpioniers, Arthur van der Lee.

 
 

Bouwbesluit mag specifieker

Tiny Houses zijn zo jong, dat het Bouwbesluit nog wel een paar aanpassingen mag maken voor deze huisjes. Zo zijn isolatie-eisen in het Bouwbesluit afgestemd op veel grotere woningen, die langzaam opwarmen. Een Tiny House, zelfs met minder dan de voorgeschreven isolatie, is sneller warm en makkelijker warm te houden en kan dus waarschijnlijk ook prima functioneren met wat minder isolatiedikte. En dat zou dan weer helpen om de breedte van een rijdend Tiny Housje binnen de maximale afmetingen voor wegvervoer te krijgen.
Ook de eisen voor de populaire slaapverdiepingen mogen worden geëvalueerd. Welke hoogte is nodig, hoe constructief moet de trap zijn? Of gaan de Tiny Housers het zelf oplossen met een losse hoogslaper en een lichte trap? Iedereen, die meer wil weten over wonen in Tiny Houses, zou het rapport van de Woonpioniers eens moeten lezen,  informatief en gemakkelijk leesbaar.

Bron: notitie Tiny Housing van Woonpioniers, Arthur van der Lee.

 
 

BouwTotaal en Slim Ruimtegebruik

In januari 2013 is ir. Marcel E. van Mierlo gestart met kennisplatform LEVEN IN TUINEN, een podium voor uitwisseling van kennis over ‘innovatieve en duurzame gebouwtjes in de achtertuin’. Op www.facebook.com/levenintuinen kan iedereen nieuwe voorbeelden posten en vragen behandelen, die te maken hebben met het leven in de achtertuin. In een twee-wekelijkse interactieve blog op www.levenintuinen.nl behandelt Marcel een specifiek thema, bijvoorbeeld: de kleinst mogelijke footprint (vanaf 1 m2), het tweede leven van zeecontainers, leef je eigen sprookje in een Hobbit Huis, mantelzorg in je achtertuin, biologische huisjes en plug and play. En natuurlijk thema’s op verzoek van de platformdeelnemers.
 
 

Boek over Slim Ruimtegebruik

In BouwTotaal laat Marcel van Mierlo in iedere uitgave een slimme oplossing van ruimtegebruik zien. De getoonde voorbeelden zijn namelijk niet gebonden aan de achtertuin, maar kunnen overal worden toegepast waar slim ruimtegebruik is gewenst. Inmiddels is er ook een handzaam boekwerk verschenen met 20 eerder in Bouwtotaal gepubliceerde voorbeelden van Slim Ruimtegebruik. U kunt het boek bestellen via www.bouwtotaal.nl/slimruimtegebruik.