fbpx

Buitengevelisolatie wint snel terrein

Artikel delen

De toepassing van buitengevelisolatie neemt de laatste jaren snel toe. Vooral de combinatie met steenstrips is populair. De stijgende populariteit wordt onder meer veroorzaakt door de grote opgave om de bestaande bouw energiezuiniger te maken, toename van prefab gevelelementen bij renovatie en nieuwbouw en een oplopend tekort aan vakmensen.
 

Renovatie portiekflats uit 1964 in Arnhem Presikhaaf van Volkshuisvesting Arnhem, met buitengevelisolatie en steenstrips. Foto: Norbert Duijvelshoff.

Tekst: ing. Frank de Groot

De komende jaren moet de energieprestatie van veel bestaande woningen en kantoren worden verbeterd. Vanaf 2021 moeten nieuwe woningen (bijna) energieneutraal zijn (BENG eisen) en in 2050 moeten alle bestaande woningen in Nederland zelfs energieneutraal zijn. Dat staat in het Energieakkoord dat de Nederlandse overheid in 2013 heeft ondertekend. Om deze enorme verbeterslag in de energieprestatie in goede banen te leiden is in 2015 de vereniging Stroomversnelling opgericht om Nul op de Meter verder te brengen en op grote schaal mogelijk te maken voor bestaande bouw, maar ook nieuwbouw.
 

Nationale afspraken

Huurwoningen

Al voor het Energieakkoord maakte de overheid afspraken met verhuurders en de Woonbond over het energiezuinig maken van huurwoningen. In het ‘Convenant Energiebesparing Huursector’ is in eerste instantie afgesproken dat corporatiewoningen in 2020 gemiddeld energielabel B moeten hebben. Maar minister Blok (voormalig minister Wonen en Rijksdienst) verwees eind vorig jaar naar de recente Nationale Energie Verkenning 2016 (NEV): daarin staat dat woningcorporaties de afgesproken doelstelling van gemiddeld label B in 2020 waarschijnlijk niet halen. Daarom wil de minister nu corporaties gaan verplichten hun oude woningen te verbeteren naar label C. Daarnaast staat in een brief van Blok aan de Tweede Kamer dat in 2023 elk kantoor in Nederland energielabel C of hoger moet hebben.

Nieuwbouw

Vanaf 1 januari 2021 moeten nieuwe woningen (bijna) energieneutraal zijn (BENG eisen) en in 2050 moeten alle bestaande woningen in Nederland zelfs energieneutraal zijn. Dat staat in het Energieakkoord dat de Nederlandse overheid in 2013 heeft ondertekend. Voor overheidsgebouwen gelden de BENG-eisen trouwens al vanaf 1 januari 2019, omdat de overheid hierin een voorbeeldrol vervult.
In Nederland wordt de energieprestatie voor bijna-energieneutrale gebouwen vastgelegd aan de hand van drie eisen (BENG 1, 2 en 3):
1.    De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar: 25 kWh/m2.jr voor woningen, 50 kWh/m2.jr voor utiliteitsgebouwen en onderwijsgebouwen en 65 kWh/m2.jr voor gezondheidszorggebouwen.
2.    Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar: 25 kWh/m2.jr voor woningen en utiliteitsgebouwen, 60 kWh/m2.jr voor onderwijsgebouwen en 120 kWh/m2.jr voor gezondheidszorggebouwen.
3.    Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten: 50% voor alle gebouwen.
 

Recent renovatieproject in Wageningen: renovatie van 99 BENG woningen met buitengevelisolatie en steenstrips.

Isoleren of installeren?

De energieprestatie van gebouwen is te verbeteren door beter thermisch te isoleren en/of het nemen van installatietechnische maatregelen. De Trias Energetica is een driestappenstrategie om een energiezuinig ontwerp te maken. De drie stappen zijn basisvuistregels bij het duurzaam ontwerpen van gebouwen. Deze drie stappen zijn, in volgorde van prioriteit:
1.    Beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan; bijvoorbeeld een compacte gebouwvorm of door isolatie van gevels en daken.
2.    Maak maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen, zoals wind-, water-, en zonne-energie; bijvoorbeeld door installatie van een zonneboiler of een zonnepaneel.
3.    Maak zo efficiënt mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien; bijvoorbeeld door gebruik te maken van een warmtepomp, lage temperatuurverwarming (vaak in de vorm van vloerverwarming) of het beperken van leidinglengten van verwarmings- en ventilatiesystemen.
Het beperken van de energievraag door beter isoleren heeft dus de hoogste prioriteit. In de praktijk is echter niet iedereen even gecharmeerd van deze prioritering. Het zal u niet verbazen dat de leveranciers van installatiesystemen, zoals warmtepompen, zonnepanelen, zonnecollectoren, zonneboilers, HR-ketels, warmteterugwinning en andere installatietechnische oplossingen, liever zelf bovenaan de ladder staan.

Dertig jaar vooruit kijken

‘Je bouwt een woning voor 50 jaar. In die tijd moet je gemiddeld drie keer je cv-ketel vervangen. En de isolatie? Die hoef je nooit te vervangen’, zegt Norbert Duijvelshoff. Het is senior projectmanager en passiefhuispecialist bij Sto Isoned bv, wereldwijd specialist in gevelisolatiesystemen. We zijn nog niet overtuigd: bij vervanging kun je een cv-ketel immers aanpassen aan de nieuwste eisen, terwijl de isolatiewaarde 50 jaar hetzelfde blijft en dus na enige tijd niet meer voldoet. ‘Mee eens! Daarom is het zo belangrijk om een woning te bouwen die toekomstbestendig is. In 2050 moeten alle woningen energieneutraal zijn. Dan moet je zorgen dat je nu al energieneutraal bouwt, zodat een woning ook over ruim dertig jaar nog aan de eisen voldoet. Extra isolatie kost relatief weinig en het gaat 50 jaar mee’, reageert Duijvelshoff.
Hij ergert zich wat dat betreft aan het voorstel van minister Blok om de label-B verplichting voor corporaties te verlichten naar Label C. ‘Als je een woning renoveert, doe je dat voor circa dertig jaar. Dan ga je nu toch niet voor label C? Dan moet je straks die woningschil weer aanpakken.’ Ook de BENG-eisen zijn volgens hem het resultaat van gepolder: ‘Bij nieuwe passiefhuisbouw is de grens voor de maximale energiebehoefte 15 kWh/m2.jr. Maar de BENG-eisen gaan uit van 25 kWh/m2.jr voor woningen. Dan denk ik: waarom pakken we het niet gelijk goed aan?’
Nog een praktijkvoorbeeld: ‘Ik kocht een paar jaar geleden een woning met energielabel A. Maar, zei de eigenaar, de energierekening was wel een stuk hoger dan je zou denken. Wat bleek: er stond een zonne/gasboiler met een pomp die dag en nacht aan stond. En als de boiler een tekort had aan warm water sprong er een cv-ketel bij. Dus het was een dubbel systeem. Maar met een zonneboiler en zonnecollectoren haal je wel energielabel A. Ik heb direct die zonneboiler eruit gehaald. Het gaat immers om de werkelijke energiekosten. Probleem is dat je met zonnepanelen, zonnecollectoren en wellicht nog een warmtepomp makkelijk kunt scoren bij energielabeling en epc, maar het zegt weinig over je werkelijke gebruik. Wat dat betreft ben ik blij dat de epc-berekening vervangen gaat worden door een rekenmethodiek voor BENG-indicatoren. Dan zal ook blijken dat goed isoleren hoger scoort dan allerlei trucjes met installaties uit te halen.’
 

De Groene Linten in Haarlem is een vernieuwbouwproject in het oosten van Parkwijk. StoTherm Wood met minerale steenstrips. Foto: Ronald Tilleman.

 

Plakken van steenstrips. Foto: Norbert Duijvelshoff.

 

Buitengevelisolatie

Sinds de jaren zeventig passen we in Nederland vooral spouwisolatie toe. Een alternatief is buitengevelisolatie, maar zo veelvuldig toegepast als in Duitsland is dit systeem in Nederland nooit geweest. Toch levert Sto Isoned al sinds de midden jaren ’70 met succes heel veel vierkante meters thermische buitengevelisolatie. In het begin voornamelijk met stucwerk, maar allengs kwamen er meerdere afwerkingen. Sto Isoned ziet de afgelopen tijd weer een sterke groei ontstaan. Na de crisisjaren zien we een snel toenemende belangstelling voor buitengevelisolatie in combinatie met minerale of keramische steenstrips. Belangrijke oorzaak: onder andere de opkomst van industrieel bouwen (renoveren), waarbij complete gevels geprefabriceerd worden aangeleverd en de toenemende vraag naar energiezuinig bouwen en renoveren.
Een type gevelelement dat sterk in opkomst is, betreft het zogenoemde Structural Insulated Panel System (SIPS). De beplating van deze panelen is veelal van OSB/3 (drie layers), cementvezel of Magnesiumoxide (MgO), met een dikte van 12 of 15 mm. De isolerende hardschuim kern kan bestaan uit polyurethaan (PUR), polyisocyanuraat (PIR), geëxtrudeerd polystyreen (XPS) of geëxpandeerd polystyreen (EPS, tegenwoordig ook Airpop® genoemd, in witte of de beter isolerende grijze uitvoering). Indien de panelen als binnenspouwblad worden uitgevoerd, kunnen alle bekende gevelbekledingen worden toegepast. Ook is een afwerking met pleisterwerk of minerale steenstrips mogelijk. Om een nog hogere isolatiewaarde te behalen wordt dan nog een extra isolatielaag van hardschuim aan de buitenzijde aangebracht.
SIPS haalt al hoge isolatiewaarden met geringe diktes. De diktes variëren tussen de 114 en ruim 260 mm. Afhankelijk van het gekozen isolatiemateriaal kan bij een minimale dikte van 122 mm al snel een Rc-waarde van 4,5 m2K/W (minimale eis Bouwbesluit voor gevels) worden behaald, met 173 mm behaalt u een Rc-waarde tot 6,8 m2K/W en met 268 mm behaal u een Rc-waarde tot wel 11 m2K/W. Uiteraard zijn ook andere dikten mogelijk. De panelen zijn veelal verdiepingshoog.
 

Plakken van steenstrips. Foto: Norbert Duijvelshoff.

 

Nieuwbouw

Buitengevelisolatie is zowel geschikt voor nieuwbouw als renovatie. Duijvelshoff legt uit: ‘Bij renovatie kun je denken aan het aanbrengen van isolatie met een gevelbekleding tegen de gemetselde buitengevel. Veelal kiest men dan voor steenstrips om de uitstraling van metselwerk te behouden. Maar pleisterwerk of een gevelbekleding van hout, natuursteen, kunststof of metaal is ook mogelijk. Daarbij is het tevens mogelijk om de gevel in een dag te vervangen met behulp van een geprefabiceerde gevelelement. Dat kan SIPS zijn, maar ook een gevelelement met betonnen binnenblad, van staalframebouw of een houtskeletbouwelement. Voordeel van die laatste twee is dat je ook isolatie tussen de stijlen van het element kunt opnemen, waardoor de dikte van de hardschuimisolatie aan de buitenzijde beperkt kan blijven.’
Bij nieuwbouw lijkt de keuze voor buitengevelisolatie wellicht minder logisch, maar dat wordt ontkracht door Duijvelshoff: ‘Nee, dat klopt inderdaad niet. Een traditionele gevel met gemetseld buitenspouwblad en isolatie in de spouw is bij hogere isolatiewaarden veel dikker dan bijvoorbeeld een kalkzandsteen binnenspouwblad, waartegen hardschuimisolatie en steenstrips worden aangebracht. De kosten voor materiaal en arbeid zijn ook veel lager bij buitengevelisolatie. Feitelijk isoleer je bij een traditionele spouwmuur het binnenspouwblad en dan zet je er nog een regenwerende buitenmuur voor. Waarom eigenlijk? De buitenmuur en spouw zijn zo’n 140 mm dik en de isolatiewaarde is 0. Dan wordt het een duur regenjasje.
 

Expressieve gevel met bijzondere steenstrips

U denkt bij steenstrips aan waalformaat keramische strips, die de uitstraling hebben van traditioneel gemetselde gevels. Inderdaad een prachtige oplossing, maar het kan nog veel uitdagender. Wat te denken van steenstrips met een lengte van 490 mm? Of steenstrips met bijzondere brandeffecten en kleurnuances. Nog gekker: keramische steenstrips met golven, digitale prints of andere oppervlakte texturen. Het kan allemaal!
 

Nieuw in het programma van Sto zijn de collecties StoBrick die toegepast kunnen worden op het gevelisolatiesysteem StoTherm Vario. De bijzondere keramische steenstrips worden gemaakt door partner Ströher. Deze Duitse fabrikant heeft meer dan 130 jaar ervaring met de productie van keramiek design. Bijzonder is dat zij werkt met Westwalderklei. Dit stelt haar in staat om een extreem compacte steenstrip te produceren, die goed bestand is tegen vorst én waardoor lichte kleuren jarenlang gevrijwaard zijn van algenaanslag. Door de solide structuur kan zij bovendien extreem lange strips maken, tot wel 490 mm, twee keer langer dan een waalformaat steen.

StoBrick

StoBrick omvat zes collecties. Alle variaties zijn uit voorraad leverbaar. Zoals de zeer donkere kleuren, de strips met bijzondere brandeffecten door meegesmolten mineralen én StoBricks met dubbele brandingen of kleurnuances die verkregen worden door toepassing van engobe.