fbpx

De (on)mogelijkheid van ‘Stookkostenvergelijk’

Artikel delen

U kent de discussie waarschijnlijk wel over stookkosten. U woont in dezelfde woning als uw buren en toch heeft u veel hogere stookkosten dan de buren of omgekeerd. Het vervolg van die gespreken gaat nogal eens over isolatie, verwarming, ventilatie, schimmels, enzovoort. In de huurwoning in dit voorbeeld hebben de bewoners deze discussie ook gehad met meerdere buren en de antwoorden waren niet allemaal even duidelijk.
 

Schimmelvorming plafond eerste verdieping, ondanks dat deze recent opnieuw is geschilderd.

Tekst: ing. S. den Ouden
Bureau voor Bouwpathologie BB
www.bouwpathologie.nl

Probleem

De bewoners van de hoekwoning zijn al enige jaren ontevreden over de woning en dan met name over de steeds maar hoge energierekening, ondanks de aanhoudende kou die ze ervaren in de woning. Uit gesprekken met buren en met bewoners van vergelijkbare woningen uit de wijk blijkt dat de energierekening inderdaad veel hoger is dan die van vergelijkbare woningen. Over de kou wordt in veel gevallen anders gedacht. Sommigen zeggen dat een extra trui helpt of een dekentje op de bank en andere zeggen weer dat ze de verwarming wat hoger zetten of geen kou ervaren. Uitkomst voor de bewoners is dat de tussenwoningen een lager energieverbruik hebben dan de hoekwoningen, waar de bewoners ook meer klagen over koude. Bovendien zitten er bij de hoekwoningen ook uitschieters, die in de buurt komen van hun rekening.
 

Inwerking vocht bij aftimmering kozijnen.

 

Onderzoek

Het onderzoek is gestart met een gesprek met de bewoners over de problematiek en de woningen waarover het zou gaan. Besloten is een tweetal woningen nader te onderzoeken om een vergelijking te hebben voor wat betreft de uitkomsten. Gekozen is een hoekwoning met een relatief lagere energierekening en de betreffende hoekwoning met de hoge rekening.
Beide hoekwoningen zijn bouwkundig onderzocht op isolatie- en ventilatievoorzieningen. Hieruit bleek dat de situatie voor beide woningen gelijk was. Zijgevel, voor- en achtergevel, begane grondvloer en dak zijn ongeïsoleerd uitgevoerd. Gevels zijn wel uitgevoerd als spouwmuur en de vloeren zijn steenachtig. De woningen worden verwarmd met een centrale verwarming met radiatoren, in gelijke uitvoering en plaatsing in de woning. Ook de ventilatie bestaat voor beide woningen uit een centrale afzuiging en toevoer via roosters boven de beglazing. De beglazing is uitgevoerd als geïsoleerde beglazing. De woningen zijn circa tien jaar geleden gerenoveerd, echter zonder isolerende voorzieningen voor de niet doorzichtige uitwendige scheidingsconstructies. Gaskachels zijn wel vervangen door centrale verwarming en de gevels zijn door middel van nieuwe kozijnen en beglazing naar een hoger niveau gebracht.
Op meerdere plaatsen in de woning is sprake van schimmelvorming of donkere verkleuring door vocht. Deze plaatsen bevinden zich met name op of grenzend aan de ongeïsoleerde zijgevel en voor-/achtergevel. Omdat de bouwkundige situatie gelijk leek is in overleg met de bewoners een vervolgonderzoek gepland om de temperatuur en luchtvochtigheid in de woning over langere tijd te registreren. In een winterperiode is over enkele weken gemeten met behulp van dataloggers.
 

Schimmelvorming slaapkamer.

 

Conclusies

Bouwkundig en qua ligging zijn de onderzochte woningen vrijwel identiek. Op basis van het gemiddelde van het verbruik van de tussenwoningen is vastgesteld dat het verbruik van de hoekwoningen gemiddeld ruim 1,5 keer hoger lag. Gekozen is voor het onderzoek aan de hoekwoningen, omdat tussenwoningen geen zijgevel hebben die grenst aan buiten en dus per definitie een geheel ander warmteverlies kennen. Uit de metingen is gebleken dat de bewoners met de klachten de woonkamer in de avonduren wel tot ruim dertig graden verwarmden en dat de luchtvochtigheid dan soms steeg naar waarden rond de 65%. De temperatuur van de zijgevel en het plafond op de eerste verdieping en in iets mindere mate de voor- en achtergevel, bleken in dergelijke situaties tot ruim 15 graden lager te zijn. Voornamelijk achter meubels en in inwendige hoeken van de gevels trad condensatie op. Uit verkregen fotomateriaal bleek ook de schimmelvorming met name op die plaatsen te ontstaan. De referentiewoning bleek op vergelijkbare momenten een woonkamer temperatuur te hebben van circa 20 graden bij een gelijke luchtvochtigheid. Echter ook hier bedroeg het temperatuurverschil met de zijgevel soms ruim 10 graden. Veel lagere temperaturen, veel lagere stookkosten, maar wel vergelijkbare condensatie- en schimmelproblematiek. Het verschil in energierekening bleek in hoge mate bepaald door het ‘stookgedrag’ van de bewoners.
 

Warmtebeeldopnamen geven goed de koudebruggen weer.

 

Herstel

Aan de bewoners zijn adviezen verstrekt over een aangepaste wijze van verwarming en ventilatie. Tevens is in overleg met de eigenaar van de huurwoningen besloten de woningen te laten na-isoleren zodat de koudeklachten mogelijk afnemen en ook om die reden het ‘stookgedrag’ als vanzelf veranderd. Na-isoleren leidt echter veelal wel tot een verhoging van de huurprijs
 

Warmtebeeldopnamen geven goed de koudebruggen weer.