fbpx

Voormalig kaaspakhuis met slim installatiewerk

Artikel delen

In het voormalig Kaaspakhuis De Producent in Gouda, een Rijksmonument, worden door Vergeer Bouw uit Reeuwijk 52 koopappartementen van 52 tot 175 m2, en 500 m2 commerciële ruimte gerealiseerd. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van White House Development. Binnen de verdiepingen is in principe ruimte genoeg om leidingen onder verlaagde plafonds te installeren. Maar architect Robert Winkel van MEI Architecten wil juist de oude deels houten en deels betonnen vloeren/plafonds en houten kapconstructies in het zicht laten.
 

Het voormalig kaaspakhuis De Producent in Gouda is een Rijksmonument en wordt getransformeerd tot fraaie woningen waarin het oude gebouw herkenbaar blijft.

Tekst: Paul Engels

‘Want het Kaaspakhuis moet in alles afwijken van een normaal woonhuis,’ zo schetste Winkel het beeld voor de toekomstige eigenaren. De installaties zijn aangebracht bovenop de betonvloeren in een extra laag betopor, aangezien de dikte van de vloeren geen ruimte bood voor andere installaties dan elektra en water.
 

De steeg tussen twee gebouwdelen is verbreed tot een atrium voor daglicht, woninggalerijen, liften en noodtrappenhuizen.

Het Kaaspakhuis De Producent aan de Wachtelstraat is in verschillende fases gebouwd. Het oudste deel met houten vloeren dateert uit 1916 en in 1949 verrees ernaast – met een steeg ertussen – een tweede gebouwvolume. Beide gebouwvolumes zijn indertijd ontworpen door architect P.D. Stuurman. Opdrachtgever was de Coöperatieve Kaasproducentenvereniging tot Export van Volvette Goudsche Kaas onder Rijksmerk, die later kortweg De Producent ging heten. In hoogtijdagen lagen er tot 40.000 stuks kazen. De zware beneden, de kleine Edammertjes helemaal bovenin de nok.
In 2013 verhuisde De Producent naar een andere locatie en het oorspronkelijke Kaaspakhuis dat in 2002 de monumentenstatus had gekregen, kwam leeg te staan. Bij de transformatie blijft het een fraai Rijksmonument; het authentieke, ambachtelijke karakter van het pand blijft behouden. Dat geldt voor de gevel met het ritme van de smalle verticale kozijnen, maar ook voor de inrichting met z’n sfeervolle balkenplafonds, kolommen en oude elementen.
 

In de nieuwe constructieve vloeren is alleen plek voor elektra en verticale doorvoeren.

 

Licht en lucht

Projectleider Antoon Versteeg van Vergeer Bouw: ‘De bewoners kunnen medio 2017 hun woningen betrekken. Dan hebben zij een moderne, comfortabele woning, maar zien bijvoorbeeld ook een oud luik in hun plafond of oude spijkergaten en balken met houtwormgaatjes, waarbij de houtrot uiteraard behandeld is. Het worden bijzondere woningen door die unieke sfeer, die je alleen in een oud pakhuis vindt.’
Was het voorheen een vrij gesloten gebouw waar kazen in het donker lagen te rijpen, toch is er toestemming gegeven om op sommige plaatsen gevel en dak open te breken voor grotere ramen/schuifpuien, loggia’s en dakramen. Maar dan wel precies in lijn met de aanwezige kozijnen. Zo krijgen de ruimtes aan de buitengevel extra licht en lucht. Tevens is de steeg van 2,5 meter tussen de gebouwen verbreed door happen uit beide gebouwen te halen, waardoor een breedte van 10 meter ontstond. Zo heeft de architect een prachtig atrium gecreëerd met een glazen dak. Aan deze ruimte komen de hoofdingang, lift en trappenhuizen en galerijen met toegang tot de woningen. Maar ook hier delen van de oude gevels met de authentieke houten schuifdeuren.
 

Op de constructieve vloer worden mechanische ventilatie en riolering in een laag Betopor aangebracht.

Vergeer Bouw is in een vroeg stadium van de ontwikkeling bij het bouwteam betrokken. Versteeg: ‘Het gaat om gebouwen van 100 en 60 jaar oud, die getransformeerd worden naar moderne, comfortabele woningen. Het feit dat het een Rijksmonument betreft zorgt voor grenzen. Zo kunnen we in de opgeknapte kozijnen monumentenglas plaatsen, maar geen extra isolerend glas. Bij het atrium met nieuwe kozijnen met HR+ glas kan dat wel. De bestaande buitengevel kon alleen worden geïsoleerd door middel van voorzetwanden. Het dak is van buitenaf geïsoleerd, waarbij de bestaande pannen zijn teruggelegd. Zo is het gebouw binnen de mogelijkheden op een hoger energetisch plan gebracht.’
 

Door de houten vloeren konden eenvoudig en leidingen worden gevoerd.

 

Installaties in vloeren

Ook qua installatietechniek konden geen uiterst geavanceerde technieken worden ingezet. De projectleider: ‘De woningen krijgen een individuele cv-installatie en mv-box. In het atrium aan de galerijkant bij de entrees van de woningen komen alle nutsinvoeren. De grootste opgave bij dit project was om de leidingen in de woning weg te werken. Ergens tegen een balkenplafond een kanaal aanbrengen, is er niet bij. Er is gekozen om het gros van de leidingen in of over de vloeren te brengen en een deel in de metalstudwanden voor de woning(scheidende)wanden. Zo wordt al het leidingwerk keurig weggewerkt.’
 

Op slimme plekken zijn de grote verticale doorvoeren gesitueerd.

Constructief moesten de gebouwen worden versterkt. Dat vergde het nodige puzzelwerk. Na funderingsonderzoek bleek het noodzakelijk extra palen te boren voor een nieuwe keldervloer. Er was ook sprake van een dubbele fundering, één voor het gebouw en een tweede voor de kaasstellingen. ‘Die hebben wij aan elkaar verbonden door er betonnen funderingsbalken overheen te storten. De bestaande stalen kolommen zijn constructief versterkt met stalen strippen. De houten vloeren in de gebouwen moesten eveneens worden versterkt door middel van een 14 cm dikke betonvloer. Aangezien hier geen leidingwerk in aangebracht kon worden, bracht dit ons op het idee om het leidingwerk voor mechanische ventilatie en riolering er overheen aan te brengen. De ruimte tussen deze leidingen is opgevuld met Betopor. Daarboven nog een zwevende dekvloer waarin de vloerverwarming wordt opgenomen. In de vloer komen ook de centraaldozen voor elektra. In de wanden zitten vooral de leidingen voor elektriciteit en tapwater. Doordat er nieuwe constructievloeren worden aangebracht, was het mogelijk om ook op de juiste posities de nieuwe leidingschachten te creëren.’
Over het atrium komt een grote glazen kap. Via natuurlijke ventilatie kan de warmte ontsnappen. Wordt het heel warm, dan bieden ventilatieluiken uitkomst. In het atrium komt onder een galerijvloer nog een distributiekanaal voor de gasleiding.
 

Kapconstructies, kapconstructie en authentieke elementen blijven in de woningen zichtbaar.

 

Concessies

Versteeg spreekt van concessies die de bouwpartijen moeten doen om woningen in zo’n monumentaal pand te situeren. ‘Het liefst wil je alles op en top isoleren en geavanceerde technieken toepassen, maar dan moet je de gebouwen helemaal overhoop halen en het gevelbeeld aantasten. Dat mocht slechts in beperkte mate. We zijn al heel blij met de grote ramen en loggia’s, waardoor de toekomstige bewoners veel licht in hun woning krijgen; soms zelfs een dubbele patio.’
Antoon Versteeg besluit: ‘We liggen behoorlijk op schema ondanks de verrassingen die je vanzelfsprekend in zo’n pand tegen komt. Zo moesten delen van de begane grondvloer eruit worden gehaald, die waren slecht. Ook de goten moesten hier en daar worden hersteld. Elke dag loopt bij zo’n project anders dan je vooraf denkt. Belangrijkste is dat het echt een heel mooi plan met aantrekkelijke woningen is, ondanks of juist dankzij de beperkingen van een oud gebouw.’
Medio dit jaar wil Vergeer Bouw klaar zijn en kunnen de bewoners hun intrek nemen in hun unieke woningen. Architect Robert Winkel gaf eerder aan: ‘Het leuke aan een monument is dat er al heel veel waarde in zit. Bakstenen, kozijnen, goten: het is destijds allemaal met heel veel liefde en aandacht gebouwd. Als je daar met dezelfde liefde en aandacht iets aan toevoegt, ontstaat er een enorm rijk geheel.’
Voor de twee commerciële ruimten worden nog ideeën uitgewerkt. Zo is een kaas-experience geopperd in kaasstad Gouda. Ook zonder die directe link, ervaar je straks de sfeer van het voormalige kaaspakhuis. ‘Thuiskomen in kaas’, zoals de architect het noemt.
 

Over de bestaande fundering van gebouw en kaasstellingen zijn funderingsbalken gestort om de twee funderingen te koppelen.

 

Door de steeg tussen de gebouwen te verbreden ontstaat een groot atrium dat samen met de loggia’s en dakramen voor veel daglicht zorgt.