fbpx

Historische serres en veranda’s

Artikel delen

Serres en veranda’s zijn niet alleen nu gewilde verblijfsruimtes, maar waren dat vroeger ook. Voorzien van vaak fraaie details zijn historische serres en veranda’s echter ook kwetsbaar en onderhoudsgevoelig. Wat is er mogelijk om deze ruimtes te blijven waarderen, behouden en herstellen?

Tekst: Carla Debets Bouwtekst
Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

In serres heerst overdag vaak een aangenaam klimaat. Als de zon maar even schijnt, wordt de ruimte door het vele glas snel opgewarmd, met name in het voor- en najaar. Het vele daglicht zorgt bovendien voor een prima overgang tussen buiten en binnen.

Een veranda is een aanbouw met open gevels in plaats van glas. Deze ruimte is vooral bij mooi weer en ’s avonds vaak nog aangenaam, maar het is wel een buitenruimte.
De benaming serre komt van het Frans serrer, dat sluiten of afsluiten betekent. Een serre is dus letterlijk een afgesloten veranda. In heel Nederland komen historische serres en veranda’s voor, zowel in steden als in dorpen; ze zijn niet streekgebonden en ze komen bij alle soorten gebouwen voor.

Crystal Palace

Het Crystal Palace, in 1851 gebouwd voor de eerste wereldtentoonstelling in Londen, gaf een enorme stimulans om méér serres te bouwen. Dit gold niet alleen voor de architectuur van winkelpassages en openbare gebouwen, maar ook veel huizenbezitters gaven hun architect opdracht een kleine glazen serre te ontwerpen. De technische ontwikkelingen zorgden ervoor dat er steeds grotere glasplaten mogelijk werden.
Daarnaast hebben de gunstige economische ontwikkelingen, het toegenomen reis- en consumptiegedrag (eigenaren van hotels en pensions speelden hierop in met ruime serres en veranda’s) én de bouw van tweede woningen de toename van serres en veranda’s vergroot.

Bij het cultuurhistorisch belang gaat het vooral om de fraaie uitvoeringen die het gevolg zijn van de hang naar meer comfort en luxe, maar waaraan ook vaak de status van de eigenaar is af te lezen. Serres en veranda’s kunnen in neorenaissancestijl, neoclassicistische stijl, chaletstijl, in de stijl van de Delftse School of nog andere stijlen zijn gebouwd. Honderden historische serres en veranda’s zijn wettelijk beschermd als onderdeel van een rijksmonument.

Bouwwijze

Serres en veranda’s zijn meestal aangebouwd aan de zonnige (zuid)kant van een pand, waardoor de warmte van het zonlicht het best benut kan worden. Aan de oost- en westkant profiteert de eigenaar sterker van de ochtend-, respectievelijk de avondzon. Er komen echter ook serres en veranda’s aan de koele schaduwrijke zijde voor, veelal om het contact met de straat te verhogen.

Serres en veranda’s zijn aanbouwen, en geen uitbouwen. Een aanbouw is tegen een groter bouwlichaam geplaatst. Een uitbouw is een vergroting van een ruimte, waarvoor vaak meer constructieve voorzieningen moeten worden getroffen dan bij aanbouwen. Serres komen alleen voor op de begane grond, soms met het sobere uiterlijk van een kas, maar vaak ook fraai afgewerkt, bijvoorbeeld met geprofileerde dakranden en gekleurd glas. De plattegrond is meestal rechthoekig. Ook veranda’s liggen op de begane grond. Ze bestaan uit staanders of kolommen die een dak ondersteunen, met tussen de kolommen lage hekwerken. De voorgevel is open; de zijgevels kunnen open of dicht zijn.
De gevels van de oudste serres zijn – net als oudere veranda’s – zowel in horizontale als verticale richting verdeeld in traveeën. Van onder naar boven geldt vaak een indeling van borstweringen, grote ramen en daarboven kleine ramen. Gebruik van staal en de komst van grotere ruiten zorgden ervoor dat de gevels in nieuwere serres vrijer ingedeeld konden worden. De toegang van een serre gaat zowel vanuit het huis of het pand als vanuit de tuin via dubbele deuren. Ook een veranda bereikt met vanuit het huis via een enkele of dubbele deur, waarbij het niveauverschil tussen beide ruimtes vrijwel altijd gering is.

Combinaties

Serres en veranda’s komen in verschillende combinaties voor, met balkons, erkers, galerijen en hier en daar met souterrains, portieken en zelfs uitkijktorentjes. Veel voorkomend zijn serres of veranda’s met een balkon op de eerste verdieping. Soms zijn daarbij meerdere balkons boven elkaar gebouwd. Deze balkons zijn gebouwd in hout, steen of staal, en kunnen de verschijning hebben van een veranda, vooral bij gebouwen uit de late negentiende eeuw. Deze ruimtes kunnen echter het beste worden aangeduid als overdekte balkons.

In plaats van een balkon kan ook een erker boven een serre of veranda zijn gebouwd. Een (grote) erker lijkt op een serre, maar heeft geen buitendeur. In het interbellum kregen woonkamers op de begane grond vaak een erker, zowel als uitbouw, maar ook als aanbouw.

Traditioneel in hout

De eerste serres en veranda’s zijn grotendeels in hout gebouwd. Tegen het einde van de negentiende eeuw wordt er steeds meer staal toegepast en soms gietijzer voor de constructie. Serres van woningen hebben traditioneel een bakstenen fundering en soms ook borstwering. Na 1900 wordt er ook beton toegepast, dat echter meestal niet in het zicht blijft. Natuursteen voor de afwerking wordt – vanwege de hoge kosten – niet vaak toegepast.
Bij serres en veranda’s kunnen verschillende bouwdelen op een andere wijze zijn toegepast dan voor de rest van een woning of gebouw. Daarbij gaat het dan om het dak, het houtwerk, glaswerk, de ventilatie en zonwering, de achterwand, de vloer- en plafond(afwerking). Bij herstel en/of restauratie verdienen vooral deze bouwdelen veel aandacht. In een volgend nummer van RenovatieTotaal wordt ingegaan op een zorgvuldige aanpak.