fbpx

Het Dok in Amsterdam: 3 torens, 70 meter hoog en 1 verdieping per week

Artikel delen

In Amsterdam verrijzen in een razend tempo 449 appartementen van hoge kwaliteit. Bij de realisatie van Het Dok zorgen prefab gevelelementen en een strak plan voor het vooropperen van binnenwanden voor een ongekende bouwsnelheid.

Amsterdam, Rotterdam en Utrecht: de grote Nederlandse steden laten bijna allemaal hetzelfde beeld zien. Binnen en buiten het centrum verrijzen tientallen nieuwe wooncomplexen. De woontorens met appartementen zijn daarbij favoriet. De hoogbouw is (een deel van) een antwoord op het almaar oplopende woningtekort in Nederland. Dat tekort bedraagt dit jaar al ruim 330.00 woningen en de verwachting is dat het oploopt naar 419.000 woningen in 2025.

Een must: snel bouwen

Snel en hoogwaardig kwalitatief kunnen bouwen is een pré geworden in Nederland. Of beter gezegd: een must. Project Het Dok in Amsterdam is hier een goed voorbeeld van. In het NDSM haventerrein realiseert aannemer Van Wijnen een door Architekten Cie. ontworpen wooncomplex met 449 woningen, verdeeld over drie torens in combinatie met laagbouw. De woningen variëren van 50 tot 106 vierkante meter.

18 disciplines in één gevel

Hoofduitvoerder Jan van den Boogert van Van Wijnen over de bouwmethode met prefab gevelelementen van beton: “We bouwen de torens steigerloos, met een gevelelement dat onderdeel is van de draagconstructie. In de gevels komen maar liefst 18 bouwdisciplines samen: van metselwerk, kozijnen, glas zetten en isoleren tot het luchtdicht maken.” De elementen zijn inclusief lateien en balkons. “Die elementen hijsen we in één keer naar boven, dat is heel gaaf om te zien.”

Over het waarom van deze bouwwijze is Van den Boogert duidelijk. “Bouwtempo. Als je de lucht ingaat zijn de gevels direct water- en winddicht waardoor je heel snel met je afbouw binnen kunt starten.” Ook over de bouwkwaliteit van de gevels is hij enthousiast. “Alles wordt in de fabriek gemonteerd, van de steenstrips tot de kozijnen. Onder goede verlichting en met de juiste bouwwarmte. Wat naar de bouwplaats komt is echt een 10.”

Engineeringsfase

Waarom niet altijd zo bouwen dan, vraag je je af? “Er gaat heel veel tijd zitten in de voorbereiding. Als je bij wijze van spreken over een maand wil gaan bouwen, dan is dit niet de manier. Prefab bouwen vraagt veel afstemming en een goed plan van aanpak.”
De meeste tijd gaat in de engineering en de afstemming met de verschillende partijen zitten, stelt Van den Boogert. “Hoe ga ik met de gevelelementen omhoog, hoe zet ik ze vast, wat zijn de toleranties waarmee je werkt. Dat moet je heel goed met elkaar afspreken.” Hij zegt dat alleen de engineeringsfase van Het Dok al “zo’n zeven tot acht maanden heeft gekost.”

Strak plan met vooropperen

Maar niet alleen de ruwbouw is tot in details uitgedacht. Ook voor de afbouw is een strak plan gemaakt waarin vooropperen een belangrijke rol speelt. Aangezien Het Dok op een postzegelocatie ligt, kiest men voor Just in Time-delivery (JIT). Voor materiaalopslag is immers nauwelijks ruimte en daarom past vooropperen goed bij het bouwplan. De bouwoplossing met vooropperen levert per verdieping dagen tijdwinst op, waardoor de totale bouwtijd met ruim zes maanden verkort kan worden.

De uitdaging in Amsterdam is vergelijkbaar met de recente bouw van de Regentesse in Den Haag. Pakketten Ytong cellenbeton (binnenwanden) worden per verdieping op blokken gezet, nog voordat de niet-constructieve vulvloer gestort is. Die draagblokken zijn zo geplaatst dat ze de kanalen voor elektra, lucht en water in de vloer niet in de weg zitten. Zodra die geïnstalleerd zijn en de vulvloer is uitgehard, kan er direct gestart worden met het stellen van de wanden.

Cellenbeton is vochtongevoelig

Aangezien cellenbeton vochtongevoelig is, kunnen de panelen in de ruwbouwfase worden voorgeopperd. In tegenstelling tot andere binnenwandsystemen worden de panelen dus niet achteraf via een bouwlift naar boven getransporteerd. Dit scheelt een aanzienlijk aantal verticale en horizontale transportbewegingen en de afbouwtijd wordt aanzienlijk versneld. Zo kan Van Wijnen maar liefst één verdieping per week afbouwen.