Geluidsisolatie voordeur zonder hal vraagt gelijkwaardige oplossing
Er komen steeds meer compacte appartementen en studio’s waarbij een hal ontbreekt. Dit betekent dat de voordeur als enige barrière fungeert tegen geluidsoverdracht tussen de gezamenlijke gang (de corridor) en de woonruimte. Er kan dan vaak niet meer worden voldaan aan de prestatie-eis voor luchtgeluidsisolatie in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). “Wij kiezen dan vaak voor een gelijkwaardige oplossing met een lagere luchtgeluidsisolatie, maar geen hogere geluidhinder”, zegt Koen Temmink, senior specialist akoestiek bij Nieman Raadgevende Ingenieurs.

Foto: Nieman Raadgevende Ingenieurs.
Om maar met de ‘deur’ in huis te vallen: de minimale prestatie-eis voor luchtgeluidsisolatie voor een woningtoegangsdeur die grenst aan een gemeenschappelijke corridor (besloten ruimte) is volgens het Bbl 52 dB. Bij compacte appartementen en studio’s zonder hal, kan vanwege het wegvallen van de tussendeur echter niet worden voldaan aan deze eis voor luchtgeluidsisolatie. Dit maakt de keuze voor de juiste deurset niet eenvoudig. Hoe lossen we dat op in de praktijk?
Volgens Koen Temmink kan er dan worden gekozen voor een gelijkwaardige oplossing, waarbij een deurset aan minder zware eisen hoeft te voldoen. Maar dat vraagt wel enige uitleg, want de meting van de geluidsisolatie en beperken van geluidhinder is een complexe materie.
Meting luchtgeluidsisolatie
Het Bbl noemt een luchtgeluidsisolatie van DnT,A,k 52 dB. Die waarde geldt zowel voor de woningscheidende wand tussen twee woningen als de wand met voordeur tussen een corridor en woonkamer. Het Bbl verwijst voor de bepalingsmethode voor geluidwering naar NEN 5077.
Koen legt uit: “De geluidsbron staat in de naastgelegen woning of in de corridor waarin het zendniveau gemeten is. De ontvangmeting vindt plaats in de woonruimte. Daarbij wordt al het ontvangen geluid gemeten, dus ook het geluid dat via andere wegen nog vanuit de zendruimte in de ontvangstruimte komt. Het zal duidelijk zijn dat je bij een woningscheidende wand van 250 mm beton een andere geluidsisolatie meet dan bij een deur/kozijnset in een wand. Sterker nog: 52 dB met een deur/kozijnset is eigenlijk onmogelijk. In de praktijk is de geluidsisolatie van woningtoegangsdeuren dan ook lager dan van woningscheidende wanden. Zolang je een hal als buffer hebt is dat geen probleem, maar ontstaat er dan wel geluidhinder bij het ontbreken van een hal?”

Koen Temmink, senior specialist akoestiek bij Nieman Raadgevende Ingenieurs: “Woningtoegangsdeuren bij compacte appartementen en studio’s zonder hal, kunnen prima worden uitgevoerd zonder geluidhinder te veroorzaken.” Foto (bewerkt): Nieman Raadgevende Ingenieurs
“In de praktijk is de geluidhinder blijkbaar beperkt, want we horen nauwelijks klachten. Dat komt mede doordat de geluidsproductie in een corridor minder is dan in een naastgelegen woning. Er hangt geen TV, er worden geen feestjes gegeven en er verblijven niet langdurig mensen. Maar de geluidsisolatie-eis vanuit het Bbl is wel hetzelfde voor een woningscheidende wand als woningtoegangsdeur bij een corridor.”
Ook zaken als tijdstip en soort geluid spelen volgens Koen een rol: “In de nacht ervaar je eerder geluidhinder dan overdag. Zet de buurman de radio om 6.00 uur hard aan of hoor je alleen dat hij de voordeur om dat tijdstip achter zich dichttrekt? Bij de radio ga je jezelf ergeren omdat dat op dat moment onnodig is, maar bij het sluiten van de voordeur denk je: ‘Oh, de buurman gaat naar het werk. Ik kan me nog lekker even omdraaien.’ Geluidhinder is niet alleen afhankelijk van het aantal decibels en daardoor is geluidhinder heel moeilijk te kwantificeren.”
Tot slot spelen afmetingen en aankleding van de ontvangstruimte een rol: “Stel dat dit een kleine ruimte is zonder inrichting, dan zorgt de nagalm al voor een hoger geluidsniveau. Bij een grotere ruimte met vloerbedekking, gordijnen en veel meubels is het geluidsniveau veel lager. Normeringen houden trouwens rekening met galm door die op een referentiewaarde te zetten die overeenkomt met de galm in een gangbaar ingerichte woonruimte.”
Verschillende manieren van geluid wegen
Maar dan zijn we er nog niet. De geluidwerendheid van deur/kozijnsets wordt als constructieonderdeel in Rw,p weergegeven; een gewogen ééngetalswaarde. Koen: “Dit is een in het laboratorium gemeten geluidsisolatie van de functionele deur/kozijncombinatie, waarbij de praktijksituatie zo goed als mogelijk gesimuleerd wordt. Dus dat sluit niet aan op het Bbl, die op het niveau van de ruimte (verblijfsgebied) in DnT,A,k gespecificeerd wordt. Dit leidt in de praktijk tot misvattingen en discussies tussen fabrikanten, afnemers en uitvoerende partijen. “Daarbij is de deur in het laboratorium natuurlijk perfect afhangen en is de kierdichting tussen deur en kozijn ook optimaal. Maar in de praktijk zal dit vaak anders zijn. Kortom; geluidsisolatie van woningtoegangsdeuren is een complexe materie.”
Gelijkwaardigheid
Om de toepassing van woningtoegangsdeuren bij compacte appartementen en studio’s niet onmogelijk te maken, wordt er vaak gewerkt met een erkende gelijkwaardige oplossing. Dat is een gelijkwaardige oplossing die bijvoorbeeld door de Werkgroep Gelijkwaardigheid of de Adviescommissie Toepassing en Gelijkwaardigheid Bouwvoorschriften (ATGB) is beschreven.
Maar hoe komen we aan een gelijkwaardige oplossing? Het Bbl verwijst voor de normstelling naar NEN 1070, die voor het laatst is herzien in 2003. Tot die tijd waren grotere appartementen met een hal de standaard en was het behalen van de 52 dB-waarde vaak probleemloos mogelijk. Door veranderingen op de woningmarkt is er echter een behoefte ontstaan aan kleinere wooneenheden zoals studio’s. Bouwregelgeving is nooit op die verandering aangepast. De Werkgroep Gelijkwaardigheid heeft wel een methode beschreven voor gangwanden met een kozijnopening in de woonkamer/keuken, zodat een verbinding met een aangrenzend atrium of de verkeersruimte ontstaat. Maar die situatie is anders dan bij een toegangsdeur.
Koen: “We kunnen echter ook kijken naar de internationale akoestische technische specificatie ISO/TS 19488 uit 2021, dat een kader biedt voor akoestische classificatie van woongebouwen. Aan dat document is tussen 2009 en 2021 gewerkt door meer dan 90, voornamelijk Europese, akoestisch specialisten. Deze richtlijn maakt wel onderscheid tussen appartementen met en zonder entreehalletje. Hierin zit het verschil met het Bbl waarin dat onderscheid niet gemaakt wordt.”
In Nederland hanteren we vanuit het Bbl Klasse 3 uit NEN 1070. Deze norm gaat over classificering van de kwaliteit van de geluidwering in gebouwen. Deze norm kent vijf geluidsklassen, die aangeduid worden met een cijfer (1 t/m 5). Kijken we naar ISO/TS 19488 dan is klasse C, vergelijkbaar met Klasse 3 uit NEN 1070. De bijbehorende DnT,A – vergelijkbaar met Rw,p – is dan 37 dB. Ter vergelijking: voor DnT,A,k 52 dB zou de luchtgeluidisolatie van deur Rw,p 55 – 60 dB moeten bedragen. Koen: “Dat is voor deuren niet realistisch en bovendien niet nodig voor een prettig woonklimaat. In de praktijk worden de meeste projecten uitgevoerd met deur-kozijncombinaties met een lagere waarde, zoals Rw,p 37 – 42 dB, zonder dat daarbij noemenswaardige klachten bekend zijn. Overigens adviseer ik wel te kiezen voor klasse B in ISO/TS 19488. Die komt overeen met Rw,p 42 dB.”
In de praktijk
“In België is de bouwregelgeving niet zo lang geleden aangepast op basis van ISO/TS 19488. Daarbij maken ze ook al onderscheid voor woningen zonder hal en grenzend aan een corridor”, zegt Koen. Zo ver is Nederland nog niet. Maar zelfs als het theoretisch allemaal klopt, is de werkelijke geluidsisolatie sterk afhankelijk van de uitvoering: “De deur met valdorpel moet gewoon goed worden afgehangen. Het heeft ook geen zin een loeizware deur van 70 of 80 mm, met drievoudige sponning en valdorpel in het kozijn te hangen. Het afhangen is al een hele klus, maar hij sluit dan ook niet meer fijn. Voorkom ook het kromtrekken van de deur in de afbouwfase, door temperatuurverschillen en bouwvocht.”
Koen besluit: “Wij merken dat een gelijkwaardige oplossing, zoals hiervoor beschreven, door de meeste gemeenten wordt geaccepteerd. Soms kost het echter wat meer moeite, doordat de benodigde kennis ontbreekt bij het bevoegd gezag. Dan moet zelfs de opdrachtgever eerst verklaren akkoord te gaan.”