Houtbouw populair bij prefab woningen
We zien steeds meer houtbouw, ook bij woningcorporaties. Dat kan massieve houtbouw zijn voor onder meer hoogbouw, met CLT (kruislaaghout) of houtskeletbouw. Vooral bij prefab woningbouw zien we dat er veel gebruik wordt gemaakt van houtbouw. Een groot voordeel is dat houtbouw heel geschikt is voor industriële woningbouw en daarmee ook voor ‘typegoedkeuring’ voor complete woningen.
Tekst: ing. Frank de Groot

Voor Fien Wonen is het project in Lexmond het eerste biobased bouwproject. Voor de negen grondgebonden woningen is gekozen voor het Stout HOUTmerk woonconcept, op basis van een CLT casco. Foto: Fien Wonen.
De opkomst van houtbouw wordt voor een belangrijk deel gestimuleerd door de groei van industrieel vervaardigde woningen. Die zijn namelijk meestal van hout. Na de groeispurt in 2023, waarbij het marktaandeel van industriële bouw steeg van 12% naar 21%, bleef de verwachte groei in 2024 uit. Maar dit jaar wordt weer een voorzichtige groei verwacht (bron: Marjet Rutten).
Relatief veel houtbouw zien we ook bij corporaties. Volgens CBS was de eerste helft van dit jaar 29% van de opgeleverde woningen van een corporatie. Uit de benchmark 2024 van de vereniging van woningbouwcorporaties Aedes blijkt dat het aandeel hout in de nieuwbouw van 2022 naar 2023 van 4% tot 8% is toegenomen.
Tot slot wordt houtbouw veel toegepast bij optoppen, vooral vanwege het geringe gewicht en duurzaamheidsaspecten. Het optoppen van bestaande gebouwen kan tot 2030 leiden tot ongeveer 100.000 extra woningen in Nederland, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie VRO. Zo wil de provincie Gelderland eind 2030 zo’n 12.000 extra woningen creëren door middel van optoppen. Het grootste deel (ongeveer twee derde) van de potentie ligt in het optoppen van meergezinswoningen van woningcorporaties, met name in drie- en vierlaagse flats uit de jaren zestig, zeventig en tachtig.
Waarom houtbouw?
“Door in hout te bouwen komen woningen sneller beschikbaar en is opschaling mogelijk”, zegt Peter Fraanje in BouwTotaal (NHU). Hij werkt bij netwerkorganisatie Built by Nature, dat zich richt op versnelling van de transitie naar duurzame houtbouw in Europa. “De CO2-uitstoot als gevolg van bouwen en bewonen ligt bij houtbouw al gauw 40-50% lager dan conventioneel. Bovendien wordt koolstof voor lange tijd opgeslagen in houten constructies, waardoor CO2-uitstoot lang wordt uitgesteld. Niet onbelangrijk voor corporaties is dat houtbouw inmiddels ook kostenconcurrerend is geworden in vergelijking met conventionele bouwmethoden. Dit blijkt zowel uit de Aedes benchmark als uit onderzoek voor Built by Nature. Met houtbouw kun je goed emissieloos en stikstofvrij bouwen en de overlast minimaliseren.”
Veel nieuwe houtbouwprojecten zijn volgens Peter in voorbereiding, terwijl de projectomvang toeneemt: “Bewoners zijn positief over het wooncomfort van houten woningen. Inmiddels hebben meer dan zestig woningcorporaties ervaringen opgedaan met houtsysteembouw.”
Veel houtbouwwoningen komen uit de ‘fabriek’. Het is een licht materiaal, dat zich eenvoudig laat bewerken en houten woningunits zijn goed te vervoeren. Inmiddels zijn er meerdere grote industriële bouwers, waarvan onder meer de volgende bedrijven met houtbouw werken: Barli, Daiwa Modular House Europe, De Groot Vroomshoop, Emergo, Heijmans, Hodes Huisvesting, Plegt-Vos, Startblock en VDM Woningen. Andere bekende namen, zoals VolkerWessels (MorgenWonen), Van Wijnen (Fijn Wonen) en Ursem Modulaire Bouwsystemen werken deels of geheel met beton. Daarnaast zijn er talrijke MKB-bedrijven die prefab houten vloer-, gevel-, wand- en dakelementen en bijvoorbeeld dakkapellen produceren voor de bouwsector.

Houtbouw leent zich prima voor industrieel vervaardigde woningen. Foto: GeWOONhout.
Typegoedkeuring
Een bijkomend voordeel van industrieel vervaardigde woningen is dat door de uniformering van de productie de kwaliteitsborging beter is te beheersen dan bij traditionele bouw. Dat bleek ook uit de afspraken tijdens de WoonTop in december 2024, die werden geïnitieerd in samenhang met het landelijke programma ‘Innovatie en Opschaling Woningbouw’. In dit programma werden onder andere zeven woningbouwversnellers aangekondigd. Woningbouwversnellers nummer 1 en 2 zijn het versterken van de industriële bouwstromen en het opzetten van industriële Fast Lane processen waarmee bouwvergunningen razendsnel zijn af te handelen. Doel is op termijn 50% van de nieuwe woningen in Nederland fabrieksmatig te produceren én te komen tot een volledig ingeburgerd Fast Lane systeem.
Inmiddels wordt er gewerkt met ‘typegoedkeuring’ bij industrieel vervaardigde woningen. Een goed voorbeeld is de auto die uit de fabriek komt: die krijgt typegoedkeuring van de RDW. Daarna mag hij op elke weg in Nederland rijden. Dat principe wordt sinds kort ook toegepast bij woningen uit de fabriek. Industriële bouwers en toeleveranciers laten hun bouwsystemen goedkeuren via een Erkende Kwaliteit Verklaring (EKV). Dit is het wettelijk bewijs dat de gestandaardiseerde werkwijze van de producent in ontwerp, fabricage en op de bouwplaats leidt tot woningen die overal in Nederland voldoen aan bouwtechnische regelgeving. Hierdoor hoeft een woningconcept niet in elk project opnieuw beoordeeld te worden door een kwaliteitsborger (grondgebonden woningen) of door de gemeente (gestapelde woningen).
De typegoedkeuring biedt significante voordelen voor de producent, maar daarnaast ook voor de woningcorporaties, de gemeente en voor de uiteindelijke bewoners: Tijdwinst op tijdrovende vergunnings- en controleprocedures en kostenbesparing doordat beoordeling van de woningen door een kwaliteitsborger of gemeente niet meer nodig is. Daardoor per woning tot 80% besparing op de kwaliteitsborging en leges. Maar ook verlichting van de capaciteitsproblemen bij gemeenten en gegarandeerde bouwkwaliteit.
Hoe werkt het?
Leidend voor het verkrijgen van de ‘typegoedkeuring’ zijn de beoordelingsrichtlijnen (BRL) 7703, ontwikkeld door KIWA in samenwerking met bouwtechnisch inspectiebureau BouwQ en BRL 0903 van certificeringsinstantie SKH. BRL 7703 is gericht op 2D-concepten, waarbij geprefabriceerde componenten op de bouwplaats worden geassembleerd tot een volledige woning. Er is certificatie mogelijk op basis van het ontwerpproces (deel 1) en het bouwplaatsproces (deel 2) en de certificering is materiaalonafhankelijk. Dit betekent dat aanbieders van prefab woningconcepten – ongeacht of ze gebruikmaken van beton, hout, staal, composiet of andere materialen – van deze kwaliteitsverklaring gebruik kunnen maken. BRL 7703 gaat niet over de prefabricage, maar maakt daarvoor gebruik van andere BRL’s. Alleen Van Wijnen is momenteel gecertificeerd op basis van zowel deel 1 als 2.
Voor modulaire concepten, waarbij er complete woningmodules uit de fabriek komen, wordt de industriële productie afgedekt door BRL 0903. Er is een deel 1 voor casco-modules en een deel 2 voor het samenstellen van een gebouw met die modules op de bouwplaats (procescertificaat). Inmiddels hebben de woningbouwers Barli, Daiwa Modular House Europe, De Groot Vroomshoop, Hodes Huisvesting, Plegt-Vos, Startblock en Ursem Modulaire Bouwsystemen van SKH het KOMO attest-met-productcertificaat op basis van BRL 0903-1 ‘Modulaire bouwsystemen-units voor permanent gebruik’ en een erkende kwaliteitsverklaring in bezit. Momenteel loopt fase 2, waarin ook de inrichting, installaties en werkzaamheden op de bouwplaats onder de typegoedkeuring worden gebracht (BRL 0903-2).
“Dit is nou typisch zo’n ontwikkeling die de woningbouw in ons land écht verder kan versnellen”, merkte directeur SKH Oscar van Doorn al eens op. Houtbouw lijkt hierbij een belangrijke rol te gaan spelen.

Er zijn talrijke MKB-bedrijven die prefab houten vloer-, gevel-, wand- en dakelementen en bijvoorbeeld dakkapellen produceren voor de bouwsector. Foto: HoutbouwersNL.
Voordelen van houtbouw
Houtbouw biedt veel voordelen. Die zetten we hier op een rij.
- Minder energie- en CO2-uitstoot. Van houtoogst tot aan realisatie van een woning is de benodigde energie- en CO2-uitstoot lager dan bij zware bouwmethoden.
- Minder stikstof. Door het geringe gewicht kunnen er meerdere elementen op één vrachtwagen en is minder zwaar materieel nodig.
- Toekomstbestendig. Houtbouwsystemen zijn eenvoudig aanpasbaar. Handig als de woningbehoefte wijzigt.
- Circulair/losmaakbaar. Bij juiste detaillering zijn elementen demontabel en herbruikbaar. Is hergebruik niet mogelijk, dan kun je recyclen of cascaderen (benutten voor andere doeleinden).
- Uitstraling. Zichtbare houten gevel- en dakafwerking geeft een fraaie, natuurlijke uitstraling. Maar bij een houten draagconstructie zijn ook andere materialen mogelijk.
- Binnenafwerking. Bij CLT (kruislaaghout) is een binnenafwerking niet altijd nodig (hout in het zicht). Dit is fraai en kan besparen op materiaalkosten.
- Lichte bouwmethode. Het houten casco weegt circa één/vijfde van een steenachtig casco. Hierdoor kan een betonnen fundering slanker worden gedimensioneerd (minder materiaalgebruik) of een bestaande fundering mogelijk worden hergebruikt. Door geringe gewicht ook ideaal voor optoppen.
- Flexibel ontwerp. Er is een grote mate van ontwerpvrijheid, dankzij de flexibele bouwmethodiek en het productieproces van de elementen.
- Wooncomfort. Het is een lichte bouwmethode, waardoor in de zomer de binnentemperatuur sneller kan stijgen. In de avond is een lichte woning echter ook weer sneller af te koelen. Bij toepassing van biobased isolatiematerialen is de opwarming overdag minder en meer vertraagd (faseverschuiving).
- Weinig bouwvocht. Houtbouwsystemen zijn droge en schone bouwmethoden. Na montage van alle elementen op de bouwplaats kan direct gestart worden met de binnenafbouw.
- Aardbevingsbestendig. Houtbouwsystemen zijn schokbestendig en in aardbevingsgebieden toepasbaar.
- Herbruikbaar afval. Afval van materiaal door zaagwerkzaamheden en dergelijke, is op een productielocatie goed te scheiden (hoogwaardig herbruikbaar). Op de bouwplaats is er weinig afval.
- Leidingen. Leidingen kunnen onzichtbaar worden geïntegreerd in de HSB-elementen.
Bron: Handboek ‘Woningbouw in hout’. https://circulairebouweconomie.nl (vul ‘Handboek Woningbouw in hout’ in het zoekvak in).