Biobased bouwen kansrijk bij juiste toepassing en ketenaanpak
De Nationale Aanpak Biobased Bouwen beschrijft de doelen, activiteiten en organisatie die nodig zijn om de markt voor biogrondstoffen in de bouw snel op te schalen. Building Balance is daarbij de uitvoeringsorganisatie. “Er liggen grote kansen voor biobased bouwen. Maar dan moeten we de plaatselijke verbouw, winning en industriële verwerking van vezelgewassen stimuleren en de vraag vergroten. Daarnaast vragen biobased bouwmaterialen een goede detaillering en uitvoering”, zegt Sander Rutten van Building Balance.

Toepassing van biobased inblaasstro als na-isolatie. Foto: ThermoStro / Building Balance.
Tekst: Ing. Frank de Groot
Op 8 november 2023 publiceerde de Rijksoverheid de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, met als ondertekenaars de toenmalige ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Klimaat en Energie en Economische Zaken en Klimaat. ‘De teelt, verwerking en toepassing van biogrondstoffen kan bijdragen aan noodzakelijke transities op tal van terreinen. Zo helpt biobased bouwen niet alleen bij de verduurzaming van de landbouw, industrie en de gebouwde omgeving, maar kan het ook een positieve impact hebben op de circulaire doelen, natuurontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit’, aldus de ondertekenaars.
Maar wat we ook lezen: ‘Hiervoor moet echter in zeer korte tijd een markt voor biogrondstoffen ontstaan; een markt die momenteel nog nauwelijks bestaat. Op dit moment ontwikkelen partijen in het land weliswaar goede initiatieven, maar nog niet op de benodigde schaal om een zelfstandige biobased (land)bouweconomie te realiseren.’ Anders gezegd: er worden in Nederland nog nauwelijks vezelgewassen verbouwt, zoals vlas, vezelhennep, olifantsgras of stro. “Je moet simpel gezegd de boer perspectief bieden. Er moet een nieuw verdienmodel komen. Bijvoorbeeld olifantsgras verbouwen, in plaats van koeien. Dan moet er industrie zijn die de vezels verwerkt tot isolatiemateriaal en dan moet er ook vraag zijn uit de markt om het daadwerkelijk toe te passen”, zegt Sander Rutten, Projectmanager onderzoek en certificering bij Building Balance. Wat zijn de valkuilen bij toepassing van biobased bouwmaterialen en waar liggen kansen?
Beren op de weg
“Er zijn veel misverstanden over biobased materialen en veel mensen zien beren op de weg. We zijn daarom een campagne gestart, met de titel: ‘Beren op de weg’. Daarin gaan we in op certificering van biobased materialen, de levensduur, brandveiligheid, voorkomen van ongedierte, voldoen aan isolatie-eisen en voorkomen van vocht en schimmel.”
Om maar met de certificering te beginnen: “Er wordt steeds meer aantoonbare kwaliteit verwacht, ook in het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Gelukkig zijn de meeste biobased materialen gecertificeerd en kun je er dus prima mee bouwen!”, zegt Sander. Maar hoe zit het dan met de CE-markering van een product als er nog geen geharmoniseerde norm voor bestaat? “Dan kun je onder de vlag van de European Organisation for Technical Assessment (EOTA) bij een Technische Beoordelingsinstantie (TAB) een ETA aanvragen die gebaseerd is op een Europees Beoordelingsdocument (EAD). Met een ETA kan een fabrikant de prestaties van zijn product aantonen en het product voorzien van een CE-markering, bijvoorbeeld hennepwol. Deze weg is relatief duur en traag, daarom hebben we met de certificerende instelling SKH de KOMO Beoordelingsrichtlijn 1362 ontwikkeld voor biobased isolatie. Stro is inmiddels gecertificeerd volgens deze BRL.”
Daarnaast zijn er nog de milieuverklaringen in de Nationale Milieudatabase (NMD). Volgens het Dashboard Nationale Aanpak Biosbased Bouwen waren er in maart 2025 92 Categorie 1 NMD kaarten van biobased producten. Inmiddels zullen dat er dus meer zijn. “En in de databank van Bureau Controle Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG) zijn de energieprestaties te vinden van veel biobased producten. Building Balance heeft tot slot een isolatiematerialenoverzicht met alle prestatie-eisen. Deze is te vinden in het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen (NKBB.org).”

Biobased inblaasisolatie dak bij renovatieproject in Vlaardingen. Foto: Building Balance.
Biobased vergaat?
Dan is er nog de gedachte dat biobased isolatiemateriaal vergaat of composteert in bijvoorbeeld de spouw. “TNO en Wageningen University & Research (WUR) hebben in opdracht van ons onderzoek gedaan naar de levensduur van stro. In dit onderzoek zijn woningen bezocht waarin stro als isolatiemateriaal is toegepast van 10, 25, 50 en zelfs 100 jaar oud. Wat blijkt: mits goed toegepast kan het materiaal meer dan 75 jaar mee. Naar aanleiding hiervan is de 5% verouderingsfactor voor biobased isolatie geschrapt in de NTA 8800 voor de berekening van de energieprestatie.”
En hoe zit het met ongedierte, zoals muizen? Sander moet er wel om lachen: “Muizen kruipen niet in biobased isolatie om het te eten. Daarom kruipen ze ook in minerale wol en zelfs hardschuim. Het is vooral een kwestie van goed detailleren en voorkomen dat ongedierte door gaten in de constructie bij de isolatie kan komen.”
Een goede detaillering voorkomt ook vocht en schimmel in de isolatie. Sander merkt op: “Zorg voor een dampremmende laag aan de binnenzijde. Plaats biobased isolatie niet aan de binnenzijde van een dampdichte dikke steenachtige wand, zoals bij monumenten. Maar daarnaast blijft goed ventileren heel belangrijk, omdat veruit het meeste vocht door ventileren verdwijnt en niet door de gevels.”

Verwerking strobalen tot inblaasstro. Foto: ThermoStro / Building Balance.
Brandveiligheid
“De brandwerendheid van HSB-wanden met biobased isolatie is gelijk of beter dan die met glaswol” zegt Sander. Dat blijkt uit onderzoek in 2025 door Nieman, Peutz en Efectis in opdracht van Building Balance. Het rapport ‘Nieman Constructieoverzicht Brandveiligheid biobased isolatie in houtskeletbouw’ laat zien hoe biobased materialen veilig kunnen worden toegepast binnen de circulaire bouweconomie. “Uit het onderzoek blijkt onder meer dat het prestatieniveau van biobased isolatie op het gebied van brandveiligheid, vergelijkbaar is met glaswol. Door de juiste keuze van je plaatmateriaal verhoog je de brandwerendheid van 30 naar meer dan 120 minuten.”
Volgens Sander zijn maar liefst twintig proefstukken van 3 x 4 meter getest, waarbij een houtskeletbouwwand was bekleed met gipsplaat. Daarbij is uitgegaan van een ontwikkelde brand. “We hebben een gevel nagebouwd, woningscheidende wand en een al of niet dragende binnenwand. Wat blijkt? Het biobased isolatiemateriaal schroeit en smeult langzaam weg. Gebleken is tijdens de proef dat na het wegvallen van de beschermende beplating de houten constructie nog lange tijd beschermd bleef. Je krijgt dus veel minuten cadeau en bij een dikkere wand neemt dat effect toe.”
Volgens Sander zal de nieuwe Eurocode 5 voor houtconstructies gunstig zijn voor houtskeletbouw met biobased isolatie. Naar verwachting wordt de nieuwe Eurocode eind 2027 of begin 2028 definitief van kracht met de Nationale Bijlage. In de nieuwe versie is er aandacht voor Mass timber producten zoals CLT (cross laminated timber), LVL (laminated veneer lumber) en gelamineerd hout (glulam). Ook krijgt de brandveiligheid van hout een prominentere plek in de nieuwe Eurocode 5. “Dat kan je veel extra minuten aan de houtconstructie toerekenen door de positieve effecten van biobased isolatiematerialen. Hoe zwaarder het materiaal, zoals stro, hoe langer de houtconstructie beschermd blijft”, aldus Sander.
Hij wijst ook op de NTA 8230 ‘Biobased bouwen’ die dit jaar verschijnt. Deel 2 richt zich op de brandveiligheidsaspecten van biobased producten. Sander: “Hiermee krijgt de markt nieuwe handvatten voor het verantwoord en brandveilig toepassen van biobased materialen in gestapelde bouw.” Tot slot is eind 2025 de Handreiking risicogestuurde kwaliteitsborging houtbouw ‘Vertrouwd hout’ verschenen. SWK heeft het initiatief genomen voor de ontwikkeling van risico gestuurde kwaliteitsborging houtbouw. Inmiddels is dit verrijkt met de kennis en expertise van Woningborg. De systematiek bestaat uit een procesbeschrijving, risicoregister en aan te leveren documenten. Het ministerie VRO, Building Balance, SWK en Woningborg gaan deze systematiek samen doorontwikkelen, op basis daarvan kennis delen en bouwbreed inzetten om kwaliteit te kunnen garanderen (daarmee ook te verzekeren) en vertrouwen in het product hout toe te laten nemen.

De brandwerendheid van HSB-wanden met biobased isolatie is gelijk of beter dan die met glaswol. Dat blijkt uit onderzoek in 2025 door Nieman, Peutz en Efectis in opdracht van Building Balance.
Isoleren met gelijkwaardige oplossing
Met een lambdawaarde (l) van rond de 0,040 W/mK (afhankelijk van het materiaal kan dit oplopen naar 0,050 W/mK) is de isolatieprestatie van biobased isolatiematerialen iets minder dan minerale wol. Jan Willem legt uit: “Daardoor is er een dikker isolatiepakket nodig en in sommige gevallen zelfs een dikkere wand nodig.” Maar André Kruithof, Senior specialist Energie & Duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, legt op onze website uit hoe een ‘gelijkwaardige oplossing’ dat probleem oplost.”
Als je de dikte van biobased isolatie gelijk houdt met beter isolerende isolatiematerialen wordt de thermische kwaliteit van vooral dak en gevel iets minder. Dat kan betekenen dat je de door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voorgeschreven minimale Rc-waarde van 6,3 m2K/W voor het dak en 4,7 m2K/W voor de gevel niet haalt. André Kruithof heeft echter een oplossing: “Deze tekortkoming mag je compenseren met een ander constructiedeel, bijvoorbeeld beter isolerende ramen. Je bekijkt het warmteverlies dus niet op het niveau van de constructie, maar over de hele woning.”
De gelijkwaardigheid wordt berekend met een BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw)-berekening die verplicht is voor ieder nieuw gebouw. André: “Het is opvallend dat een kleine verbetering in de U-waarde van ramen een groot effect heeft op het totale warmteverlies van de woning. Juist daarom is dit een goede en betaalbare manier om gelijkwaardigheid te bereiken. Het is meestal zelfs niet nodig om bijvoorbeeld van dubbel naar triple glas te gaan. Een andere tip is de luchtdichtheid te verbeteren, bijvoorbeeld door prefab bouwen met houtskeletbouw. Dan pak je ook winst.”

Toepassing van houtvezelisolatie in houtskeletbouw element. Foto: Saint-Gobain Construction Products Nederland B.V.
Hordenlopen
Gaat de toekomstige bepalingsmethode Whole Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP) nog een stimulerende rol vervullen voor biobased materialen? Hiermee moet namelijk fasegewijs vanaf 2028 de uitstoot van broeikasgassen (GWP) berekend wordt over de volledige levenscyclus van een gebouw, uitgaande van een gebouwlevensduur van 50 jaar. De invoering van de bepalingsmethode komt voort uit de herziene Europese richtlijn voor energieprestaties van gebouwen (EPBD IV). Sander reageert: “De invoering van de WLC-GWP-bepalingsmethode is een noodzakelijke eerste stap, maar daarmee zijn we er nog niet. Allereerst moet die bepalingsmethode inhoudelijk kloppen. Zolang belangrijke keuzes, zoals de omgang met biogene koolstofopslag, levensduurveronderstellingen en systeemgrenzen, nog in beweging zijn, is het risico groot dat de uitkomsten onvoldoende robuust zijn voor sturing. Pas op basis van een betrouwbare en breed gedragen bepalingsmethode kan normstelling volgen. En pas wanneer die normen vervolgens consequent worden doorvertaald naar uitvragen, vergunningverlening, financiering en toezicht, ontstaat er daadwerkelijke sturing. Zonder die volgorde blijft WLC een rekenexercitie en geen hefboom voor verandering.”
Sander besluit: “Biobased materialen worden afgerekend op bouwfouten. Nieuwe materialen moeten zich eerst beter manifesteren voor ze vertrouwen krijgen.” Toch lijken de doelstellingen in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) voor 2030 volgens hem goed haalbaar: minstens 30% van de nieuwbouwwoningen is dan gerealiseerd met 30% biobased materialen of meer. En minstens 30% van de isolatie voor verduurzaming is uitgevoerd met biobased materialen. Tot slot is minstens 30% van de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw biobased. “We halen deze doelstellingen in 2025 en 2026 en liggen soms zelfs iets hoger. Maar als we verder willen groeien moet de industriële verwerking groeien. Daarnaast is private equity nodig om de opschaling van biobased bouwen betaalbaar te maken. Het is namelijk een moeilijke, competitieve markt.”

Building Balance wil de keten sluiten voor biobased bouwen. Doel is plaatselijke verbouw, winning en industriële verwerking van vezelgewassen stimuleren en de vraag vergroten.