De Prijs van het Doortrekken
We belijden in de politiek graag met de mond dat we zuinig moeten zijn op onze bronnen, maar in de portemonnee behandelen we drinkwater nog steeds als een bodemloze put waar je ongestraft de kraan van open kunt laten staan. Maar wie het recente advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) leest, weet dat de tijd van vrijblijvendheid voorbij is. Zonder ingrijpen hebben we straks simpelweg niet genoeg drinkwater meer.
De conclusie van de Rli is klip en klaar: water moet duurder. En hoewel dat voor velen voelt als een koude douche, staat het wat mij betreft buiten kijf. Laten we eerlijk zijn: zolang we in dit land nog kostbaar, gezuiverd drinkwater gebruiken om de auto te wassen, de tuin groen te houden tijdens een hittegolf of – de ultieme verspilling – massaal het toilet door te spoelen, is water simpelweg te goedkoop. We behandelen onze belangrijkste levensbron als een onuitputtelijke grabbelton, terwijl de grens van wat de natuur en onze infrastructuur aankunnen in zicht is.
Slimmer, niet alleen duurder
Maar met alleen een hogere prijs zijn we er niet; we moeten ook simpelweg slimmer met dat beschikbare water omgaan. Denk aan het opvangen en benutten van regenwater: het is eigenlijk waanzin dat we daar nu nog kostbaar drinkwater voor inzetten, terwijl de tuin ook prima groeit op een regenbui uit de ton.
Ook voor gemeenten en projectontwikkelaars ligt hier een cruciale rol, zeker bij de enorme woningbouwopgave waar we voor staan. Drinkwaterbedrijven pleiten dan ook terecht voor duurzame wateroplossingen in elk nieuwbouwproject. Vitens trok al jaren geleden aan de noodrem met een oproep om waterbesparende nieuwbouw wettelijk te verplichten.
Maar of een hogere prijs of slimmere techniek ook echt leidt tot minder verbruik? Daar wringt de schoen. Uit recent onderzoek van ESB (platform voor economisch onderzoek en debat) blijkt namelijk dat de gemiddelde Nederlander een enorme blinde vlek heeft als het gaat om belastingen. We hebben geen flauw idee wat we aan inkomstenbelasting betalen, laat staan dat we de opbouw van onze gemeentelijke heffingen begrijpen. En wat je niet ziet, daar stuur je moeilijk op.
Omgekeerde wereld
In mijn werkgebied Ermelo zie ik een prachtig, maar pijnlijk voorbeeld van hoe we de prikkel momenteel volledig verkeerd om hebben staan. Het gaat over de rioolbelasting. Nu is die in veel gemeenten gekoppeld aan drinkwaterverbruik. Dat klinkt logisch: de vervuiler betaalt. Maar de uitwerking is in de praktijk een bizarre wereld op zijn kop. In Ermelo hanteren we namelijk een degressief stelsel: hoe meer je verbruikt, hoe minder je relatief betaalt. Hou je vast: een grootverbruiker die meer dan 10.000 kuub water verbruikt, betaalt slechts € 0,58 per m3 aan rioolheffing. Maar een modaal gezin dat netjes op de kleintjes let en 101 kuub verbruikt? Die tikt maar liefst € 2,33 per m3 af.
De bespaarder wordt dus gestraft, de verspiller wordt beloond met korting! Dweilen met de kraan open: we moeten water besparen, maar ons belastingstelsel deelt ondertussen gratis zwembandjes uit aan de grootverbruikers. In plaats van een rem op het verbruik, hebben we een gaspedaal ingebouwd in de gemeentelijke verordening.
Een progressieve koers
Zet de knop om. Ik pleit voor een progressief stelsel: de gebruiker betaalt, maar de verspiller betaalt extra. Een basisbehoefte aan water moet voor iedereen betaalbaar blijven, maar wie ervoor kiest om tienduizenden liters door de tuin te jagen of industriële hoeveelheden te verbruiken, moet dat terugzien in een oplopend tarief. Dat is niet alleen eerlijker, het is de enige manier om die broodnodige gedragsverandering af te dwingen.
Natuurlijk hoor ik nu al een vloed aan bezwaren. ‘Het is complex’, of ‘de uitvoering is lastig’. Maar we moeten wat! In ieder geval stoppen met pappen en nathouden. Laten we het lef hebben om het rioolbelastingstelsel radicaal te kantelen. Want water is een recht, maar verspilling is een keuze, die we ons niet meer kunnen veroorloven. Voordat we straks met een lege kraan in onze handen staan en moeten concluderen dat we het lieten gebeuren terwijl we erbij stonden.