Gouden bergen op de Veluwe

In de politiek is het momenteel weer ‘gratis-beloftes-seizoen’. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart voor de deur, buitelen partijen over elkaar heen met ronkende kreten. Een echte hardnekkige klassieker, ook dit jaar: ‘Bouwen, bouwen, bouwen!’ Het klinkt als een opzwepende kreet langs de lijn bij een voetbalwedstrijd, maar we weten allemaal: veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven.

Natuurlijk, de cijfers liegen niet. Nederland kampt begin 2026 met een tekort van zo’n 410.000 woningen. In ons eigen Ermelo ligt er een opgave om tot 2035 zeker 1.400 woningen toe te voegen. Maar als een lijsttrekker suggereert dat we die nieuwe wijken simpelweg even uit de grond stampen, vraag ik me af: voor wie bouwen we eigenlijk? En vooral: waarvóór?

We kennen allemaal de verhalen van de ‘eeuwige pubers’ die op hun dertigste nog steeds op hun oude zolderkamer bij pa en ma bivakkeren. Moeten we dan juist voor jongeren bouwen of houden 70-plussers grote woningen bezet en verhinderen zij de doorstroom? Voor een juist beeld laten gemeenten onderzoek doen naar de demografische ontwikkeling, want ouderenhuisvesting – ik zeg maar wat – ver weg in het buitengebied ligt niet echt voor de hand.

Woningnood

In de politieke arena wordt de woningnood ook nog weleens makkelijk afgewenteld op asielzoekers: ‘Zij pikken onze huizen in.’ De werkelijkheid, ook in Ermelo is echter genuanceerder. Het tekort wordt hier vaker gevoeld door ‘spoedzoekers’. Dat zijn mensen die net gescheiden zijn en halsoverkop met de kinderen een dak boven hun hoofd nodig hebben. We kampen met ‘verdunning’: we wonen met steeds minder mensen in één huis, maar de gewenste vierkante meters per persoon krimpen niet mee.

De kreet ‘bouwen-bouwen-bouwen’ is volstrekt inhoudsloos als je de randvoorwaarden negeert. We hebben te maken met de uitbreidingsdrift van Defensie, de stikstofkwestie die nog altijd op de bouwsector drukt en een energienet dat zo vol zit als een parkeerplaats bij de supermarkt op zaterdagmiddag. Verstandige keuzes maken betekent ook: impopulaire keuzes maken.

Want zodra die ‘verstandige keuze’ concreet wordt, staan de buren op de achterste benen. Parkeerdruk, verlies van uitzicht, of simpelweg ‘niet hier’. Onze rechters hebben het er maar druk mee: uitleggen dat het grotere maatschappelijke belang zwaarder weegt dan de drie buren die elkaar in de buurt-WhatsApp hebben opgehitst over ‘welke idioot dit bedacht heeft’.

Betaalbaarheidsgrens

En dan hebben we het nog niet over de prijs gehad. De ‘betaalbaarheidsgrens’ ligt sinds 2025 op € 405.000,-. Dat is een hoop geld voor een starter, zeker als je bedenkt dat de gemiddelde verkoopprijs in het ‘woestaantrekkelijke’ Ermelo inmiddels ruim 10% boven het landelijke gemiddelde van vijf ton ligt. Om dat te tackelen, hanteert Ermelo de richtlijn dat 50% van de nieuwbouw sociaal of ‘goedkoop’ moet zijn. Op schaarse grond betekent dat onherroepelijk: optimaal gebruik maken van de ruimte door de hoogte in te gaan.

Een woningbouwproject duurt van eerste schets tot sleuteloverdracht al snel drie tot tien jaar. Dat stamp je niet even uit de grond in één verkiezingsperiode. Stop met luchtkastelen bouwen, met dat goedkope scoren vlak voor de stembusgang, met loze kreten of het afschuiven van schuld. Laten we integraal afwegen wat nodig is voor de leefbaarheid van morgen: infrastructuur, voorzieningen en groen.

Bouwen aan een samenleving is meer dan stenen stapelen; het is vooruitkijken met een rechte rug. Want vooral voor politici geldt, zeker na 18 maart: belofte maakt schuld.