Kerststress

We staan weer aan het begin van die bijzondere tijd van het jaar. Die periode waarin iedereen zegt uit te kijken naar rust, warmte en samenzijn. Maar waarin we ondertussen collectief een soort projectplanning hanteren die zelfs de meest doorgewinterde bouwondernemer zou doen fronsen. Want niets is zó stressvol als een feestdag die ‘gezellig’ móét zijn. Kerst: de deadline der deadlines.

Arap John

Arap-John Tigchelaar, wethouder gemeente Ermelo

Het is toch eigenlijk fascinerend hoe we onszelf jaarlijks gek maken. Cadeaus kopen; het liefst persoonlijk, doordacht, duurzaam, origineel en uiteraard verpakt in papier dat door een of andere hippe influencer is goedgekeurd. Maaltijden plannen; vier gangen, of was het vijf? De oven op tijd voorverwarmen, rekening houden met gluten, lactose, vegetarisch, veganistisch en vooral: geen gedoe. Het huis versieren, maar niet kitscherig natuurlijk. Warm, stijlvol. Sfeervol, maar zonder dat het lijkt alsof er een vrachtwagen vol lichtslangen is ontploft.

En dan nog het sociale deel. Want we gaan gezellig samen zijn. Natuurlijk. Met mensen die je graag ziet, maar net zo makkelijk met mensen die je normaal gedurende het jaar prima kunt vermijden. December is de maand waarin we vrijwillig afspraken accepteren waar we in juni nog hard voor zouden weglopen. Maar ja, het is kerst. Dus we doen het.

Mini-sabbatical

Maar waar ik écht op wil inzoomen is een traditie die vooral in organisaties een hoofdrol speelt: ‘voor of na de kerst’. Die gevleugelde woorden die in de periode oktober–december meer vallen dan ‘goedemorgen’. Het lijkt wel alsof heel bestuurlijk Nederland zich conformeert aan één groot project met een fictieve, maar levensbepalende opleverdatum: 25 december. Net zoiets als ‘voor of na de bouwvak’, maar dan met glühwein in plaats van veiligheidsschoenen.

In de gemeentelijke organisatie begint het al vroeg. Rond Sinterklaas hoor je ineens overal: “Doen we dit nog even voor de kerst?” Projecten, dossiers, rapportages; alles móét af. Alsof de wereld in januari niet meer bestaat. En terwijl we met z’n allen versnellen, zie je tegelijkertijd een ander fenomeen: de grote decemberbeweging richting de vrije dagen. Collega’s die na de laatste raadsvergadering – in ons geval 17 december – even een frisse neus halen en dan op 5 januari weer terug zijn. Negen werkdagen. Maar gevoelsmatig toch een soort mini-sabbatical. En als je de kerstborrel meerekent, ligt het gemeentelijke apparaat in mijn beleving bijna drie weken op zijn kant.

Eindejaarsdeadline

En laat ik helder zijn: ik beticht niemand van luiheid. Integendeel. Er zijn collega’s die zich het leplazerus werken om dossiers vóór de kerst af te ronden. Die hollen, rennen, trekken, duwen, kortom: alles doen om te zorgen dat een project niet blijft liggen op de gemeentelijke bouwplaats. Die verdienen alle rust die daarna komt. Echt.

Maar toch bekruipt mij steeds vaker een gevoel: maken we elkaar niet collectief gek? Zijn we niet stiekem al te ver doorgeslagen in onze zelf gecreëerde eindejaarsdeadline? Het lijkt soms alsof de kerstperiode een onwrikbare, universele afrondingsweek is geworden. Hierin mag niets meer blijven liggen en iedereen wordt geacht zowel professioneel te pieken als privé de perfecte feestdagen neer te zetten.

Misschien is het tijd om dat hardop uit te spreken. Om onszelf even in de spiegel aan te kijken, tussen de knipperende kerstverlichting door. Want er is een grens aan wat je kunt afdwingen, organiseren en ‘gezellig maken’. Soms moet je gewoon accepteren dat het oké is als iets niet af is. Of als er minder perfect gekookt wordt. Of als januari óók een maand is.

Dus wens ik u vooral dit jaar: ontspannen feestdagen. Écht ontspannen. Zonder projectplanning. Zonder stress. En misschien zelfs zonder het zinnetje ‘voor de kerst’.

Arap-John Tigchelaar
Wethouder gemeente Ermelo