Belonen, beboeten, of beide?

In de politiek zijn we dol op droge cijfers, maar de realiteit van 2026 is wel gortdroog geworden. We beleven een zomer die de heetste en droogste jaren uit de geschiedenis moeiteloos evenaart. Rivier- en grondwaterstanden zakken weg alsof iemand de stop uit ons polderlandschap heeft getrokken. De waterschaarste zet zelfs de wereldwijde waterbeheerders op scherp. Nu kunnen we urenlang polderen over het klimaat, maar de vraag is simpel: wat doen we zelf? En vooral: wat kan de bouwsector hieraan bijdragen om het tij te keren?

Na mijn vorige column, ‘De prijs van het Doortrekken’, ontving ik meer dan honderd reacties. De gemoederen liepen hoog op over het sturen op watergebruik via de rioolbelasting. Het legde een klassiek dilemma bloot voor beleidsmakers: als de intrinsieke motivatie om korter te douchen of de gele gazonmat te accepteren opdroogt, welke hefboom gebruik je dan? Kies je voor de wortel van de subsidie, of de stok van de boete?

Kijken we naar de bouwpraktijk en renovatie, dan valt er met wat boerenverstand direct winst te behalen. Zo kun je in de bestaande bouw achteraf flexibele waterzakken in de kruipruimte aanbrengen om hemelwater op te vangen en nuttig te gebruiken. Ook in de nieuwbouw en het ontwerp ligt de sleutel: door de bodem als spons te laten werken met wadi’s, waterdoorlatende verharding en jawel, blauwe daken, houden we het hoofd boven water en de druppels vast waar ze vallen.

Hemelwaterverordening

Toch blijft het in Nederland vaak bij vriendelijk adviseren en zachtzinnig polderen. Onze zuiderburen gooien het water niet over de balk en pakken dat aanmerkelijk doortastender aan. In Vlaanderen geldt via een ‘Hemelwaterverordening’ een simpel principe: regenwater opvangen en hergebruiken is de norm, afvoeren naar het riool de uitzondering.

Bouw je daar een woning met een dak groter dan 120 vierkante meter? Dan verplicht de wetgever je zonder blikken of blozen tot de aanleg van een regenwaterput van minimaal 10.000 liter. En die put staat er niet voor de show; je bent wettelijk verplicht om de toiletten, wasmachine en buitenkraan op dat opgevangen hemelwater aan te sluiten. Is de put vol? Dan moet de overloop verplicht via een infiltratiewadi in je eigen tuin wegzakken.

België zet hierbij de financiële hefboom slim in. Wie een woning van tien jaar of ouder laat renoveren door een erkend aannemer en zo’n regenwaterinstallatie aanlegt, betaalt slechts 6% btw in plaats van 21%. Dat scheelt duizenden euro’s. Maar wie weigert, voelt de harde hand. Zonder een positief sanitair- en keuringsrapport krijg je simpelweg geen drinkwateraansluiting.

En geldt bij extreme droogte ‘code rood’? Dan riskeer je bij het sproeien van je tuin of je auto een wasbeurt geven met drinkwater, een directe politieboete die kan oplopen tot 350 euro.

Pionierschap of betutteling

Is het Vlaamse waterbeleid een baken van ecologische vooruitgang, of de ultieme natte droom van een bemoeizuchtige overheid? Het idee dat een inspecteur controleert of jouw wc wel met het ‘juiste’ grijze water doorspoelt, voelt voor critici als een verstikkende nanny state. Maar waar wij in Nederland de burger nog lief vragen om het gazon niet te sproeien, durft de Belgische overheid harde knopen door te hakken. Water is immers een schaars publiek goed.

Voor beleidsmakers is het een duivels dilemma: wat je ook doet, het is nooit goed. Bepaal je niks, dan vallen de kranen misschien wel droog. Grijp je hard in, dan ben je een betuttelende overheid. Maar als we de zomerdroogte van 2026 als het begin van de nieuwe realiteit zien, hebben de Belgen in elk geval al een volle put om hun toilet mee door te spoelen. En dat is, hoe je het ook wendt of keert, heel wat waard.