Aon: verzekerbaarheid houtbouw onder druk
Houtbouw wordt steeds meer gezien als hét duurzame alternatief voor beton en staal. Veelal bestaat houtbouw uit geprefabriceerde elementen of zelfs complete woningunits. De productie schaalt op, projecten stapelen zich op, maar één fundamentele vraag blijft onderbelicht: is grootschalige houtbouw nog vanzelfsprekend verzekerbaar?

Foto: Aon.
Tekst: Frank de Groot
Beeld: Aon
Massieve, gestapelde houtbouw ontwikkelt zich snel tot een volwaardig alternatief voor traditionele bouwmethoden. De belangrijkste drijfveren zijn duurzaamheid, reductie van CO₂-uitstoot, industrialisatie van het bouwproces en ontwerpvrijheid. Tegelijkertijd brengt deze bouwvorm specifieke risico’s met zich mee die wezenlijk afwijken van conventionele bouw. Door de brandbaarheid van hout, de gevoeligheid voor vocht en biologische invloeden en de afhankelijkheid van een vaak complexe, just‑in‑time toeleveringsketen, is een expliciete en technische benadering van risicomanagement noodzakelijk gedurende de hele levenscyclus van het gebouw.
Geen verhoogd risico
Houtbouw is geen verhoogd risico, mits risico’s aantoonbaar beheerst worden. Juist nu de sector opschaalt, vraagt dat om duidelijke kaders voor de operationele fase, stelt Aon in de nieuwste whitepaper ‘De specifieke risico’s van massieve gestapelde houtbouw’. In de eerste whitepaper, ‘Houtbouw verzekerbaar houden’, werd al onderstreept dat het ontbreken van een eenduidige definitie de verzekerbaarheid van gestapelde houtbouw onder druk zet.
Het niet meenemen van het verzekeringsperspectief in ontwerp- en materiaalkeuzes kan later verstrekkende gevolgen hebben, zoals aanvullende eisen, hogere premies of beperkingen in dekking of zelfs voor verzekerbaarheid in de operationele fase, na oplevering. Het vroegtijdig betrekken van verzekeringsadviseurs, het gebruik van bestaande en nieuwe toetsingskaders en het regelmatig actualiseren van maatregelen zijn daarom cruciale stappen om risico’s beheersbaar te maken. Daarnaast is samenwerking en kennisdeling tussen betrokken partijen onontbeerlijk. Alex in ’t Veen, Industry Director Construction bij Aon geeft advies: “Toets niet achteraf of een gebouw verzekerbaar is, maar ontwerp op beheersbare risico’s. Besteed aandacht aan repareerbaarheid, redundantie in de keten en aantoonbare kwaliteitsborging.”

Schadeherstel
Brand- en waterrisico’s tijdens de bouw zijn steeds beter beheersbaar. Maar hoe zit het met repareerbaarheid na brand of vocht? Uitdagingen bij het repareren van massief hout zijn volgens Aon:
- Warmtegevoeligheid: Hout verliest structurele integriteit bij relatief lage temperaturen (~300°C) en in tegenstelling tot staal krijgt het na afkoeling niet meer sterkte.
- Risico op delaminatie: Lijmen die in bewerkt hout worden gebruikt, kunnen bezwijken onder hitte of vocht. Dat leidt tot structurele instabiliteit.
- Verborgen schade: Het binnendringen van water of schimmelbederf is mogelijk pas zichtbaar als er een aanzienlijke verslechtering is opgetreden.
- Aangepaste componenten: Veel massieve houtbouwelementen worden op maat gemaakt, waardoor vervangingen kostbaar en tijdrovend zijn.
Door het gebouw te ontwerpen met modulariteit en repareerbaarheid in het achterhoofd, kunnen eenvoudigere en kosteneffectievere reparaties in geval van schade mogelijk zijn.
- Gesegmenteerde structurele elementen: Ontwerp houten panelen en balken in vervangbare modules in plaats van monolithische overspanningen.
- Toegankelijke verbindingen: Gebruik waar mogelijk mechanische bevestigingsmiddelen (bijvoorbeeld bouten, schroeven) in plaats van lijm om demontage en vervanging mogelijk te maken.
- Hybride vloeren en kernen: Gebruik beton of staal in gebieden met een hoog risico (bijvoorbeeld natte ruimtes, serviceschachten) om blootstelling te verminderen en reparaties te vereenvoudigen.
- Vervangbare gevels: Ontwerp externe bekledingssystemen met onbrandbare, gemakkelijk verwijderbare panelen om plaatselijke reparatie na brand- of stormschade mogelijk te maken.

Alex in ’t Veen, Industry Director Construction bij Aon: “Toets niet achteraf of een gebouw verzekerbaar is, maar ontwerp op beheersbare risico’s.” Foto: Aon
Risico’s beheersen
In het whitepaper worden aanbevelingen gedaan om de risico’s door brand, water en biologische schade (houtworm, houtboktor, termieten), weersinvloeden en natuurrampen te beperken. Ook de risico’s tijdens productie, transport en toeleveringsprocessen komen aan bod. We beperken ons hier tot de aanbevelingen om risico’s door brand te beperken:
Ontwerpfase
- Inkapseling: Het implementeren van inkapselingstechnieken, zoals het gebruik van gipsplaat, kan de ontsteking van houten elementen aanzienlijk vertragen.
- Brandwerende assemblages: Het opnemen van brandwerende assemblages die 2-3 uur bescherming bieden voor structurele elementen zijn cruciaal voor het verbeteren van de brandwerendheid.
- Hybridisatie: Het combineren van massieve houtbouw met betonnen kernen en onbrandbare gevels kan de algehele brandprestaties van de constructie verbeteren.
- Oppervlaktebehandeling: Het beperken van blootgestelde houten oppervlakken en het gebruik van vlamvertragende lijmen kan het brandrisico verder beperken.
- Inbranding: Het implementeren van (geteste) additionele houtlagen ten behoeve van inbranding bevordert de compartimentering en stevigheid van een constructie.
Bouwfase
- Brandveiligheidsplannen: Het ontwikkelen van uitgebreide brandveiligheidsplannen, het beheren van heet werk en het installeren van tijdelijke detectiesystemen zijn essentieel voor het handhaven van de veiligheid tijdens de bouw.
- Vroege installatie van brandbeveiligingssystemen: Het in de vroege stadia van de bouw of gefaseerd installeren van een automatisch blussysteem, brandkranen en slanghaspels (of kleine apparaten) kan onmiddellijke brandbestrijdingsmogelijkheden bieden.
- Veilige opslag en toegangscontrole: Door te zorgen voor de veilige van brandbare materialen en de toegang tot het terrein te controleren, kunnen onbedoelde branden en ongeoorloofde activiteiten worden voorkomen.
- Kwetsbaarheid tijdens de bouw: Tijdens de bouw zijn brandbeveiligingssystemen (in tegenstelling tot de tweede bullet) vaak nog niet operationeel, waardoor de blootstelling aan ontstekingsbronnen zoals heet werk of brandstichting toeneemt.
Conclusie: schade kan structureel en kostbaar zijn, met directe impact op exploitatie. Duurzaam bouwen zonder integraal risicomanagement is geen toekomstbestendige oplossing.