Industrieel bouwen met ruimtelijke kwaliteit
“Industrieel bouwen heeft geen invloed op de ruimtelijke kwaliteit, wel de keuzes die we in de ontwerpfase maken. Daarnaast moeten we woningbouwplannen veel meer aan de voorzijde organiseren, in plaats van veel aan de achterzijde te regelen. En met kalkzandsteen moeten we gewoon stoppen.” Het zijn enkele opvallende uitspraken van Jack van Hoof, expert op het gebied van kwaliteitsborgingsprocessen en -systemen, en Reimar von Meding, directeur van KAW architecten.
Tekst: Frank de Groot

“Door middel van industriële woningbouw kunnen we snel, hoogwaardige woningen bouwen”, zegt Jack van Hoof. Hij is projectleider Industriële Fast Lane in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). De term ‘Fast Lane’ werd geboren tijdens de Woontop van december 2024. Het is volgens Jack dé aanpak om het vergunningstraject voor industriële woningbouw te versnellen en zo het woningtekort terug te dringen.
De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen kreeg – samen met Rotterdam – de eer het concept ‘Fast Lane’ via een pilot verder uit te werken. “Bij industrieel bouwen is alles vooraf al uitgedacht: ontwerp, berekeningen, noem maar op. De woning komt kant-en-klaar uit de fabriek en wordt op de bouwplaats in elkaar gezet. Waarom zou je dan bij elke vergunningaanvraag opnieuw alles controleren en beoordelen? Denk aan auto’s: die worden vooraf goedgekeurd door de RDW. Waarom niet iets vergelijkbaars voor industriële woningen? Een goedkeuring vooraf bespaart enorm veel tijd”, aldus Jack.

Fastlane op de agenda
Inmiddels staan Fastlane en industrieel bouwen landelijk op de agenda. In het coalitieakkoord lezen we: ‘We willen sneller bouwen met innovatie. Prefab woningen worden sneller en schoner gebouwd. In elke gemeente zijn de regels echter anders, en daardoor lukt het onvoldoende om op te schalen. We maken deze fabriekswoningen veel betaalbaarder en sneller realiseerbaar door de regels gelijk te trekken en te gaan werken met een digitaal planproces. Vergunningverlening voor herhaalbare bouwconcepten verloopt via een fastlane en typegoedkeuring voor fabrieksmatige en gestandaardiseerde bouw.’
Dit voorjaar ging er nog een schepje bovenop via de Taskforce Versnelling Woningbouw. In deze taskforce trekken zes vakministers en hun ministeries gezamenlijk op. Over de volle breedte van het kabinet wordt gewerkt aan één doel: belemmeringen wegnemen en de woningbouw versnellen. Om gemeenten hierbij te ondersteunen is 287 miljoen euro beschikbaar. Minister Boekholt-O‘Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: ‘Om te versnellen zetten we in op zowel de fabrieksmatige bouw als tot het versnellen en vereenvoudigen van vergunningverlening.’
De Provincie Gelderland blijft niet achter. Naast de Industriële Fast Lane in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is de Provincie in het voorjaar gestart met een nieuw Kenniscentrum Industrieel Bouwen. Tot 2035 zijn er namelijk in de provincie 140.000 extra woningen nodig. De provincie investeert hiervoor tot en met 2028 € 2 miljoen euro. Het centrum wordt uitgevoerd door een consortium van Stichting Pioneering, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en Saxion.
Jack reageert: “De voordelen van industriële woningbouw zijn groot: je kunt met minder mensen veel meer woningen bouwen. Het is duurzamer, door efficiënter gebruik van materialen en grondstoffen. Er is minder afval en minder stikstof, want je hebt veel minder transportbewegingen naar de bouwplaats. Het bouwproces is ook meer geconditioneerd en gestandaardiseerd, wat voor betere kwaliteit zorgt. Een uitdaging is nu nog het vergunningsverleningsproces te versnellen. Industriële woningen worden in grote oplagen geproduceerd, waardoor ze slechts één keer diepgaand per type hoeven te worden gekeurd. Dat is de zogenoemde typegoedkeuring. Hierdoor kunnen de gemeenten de aanvraag voor een bouwvergunning, die nu acht weken duurt, voortaan af in een enkele dag.”

Ruimtelijke kwaliteit
Gezien de plannen voor grootschalige industrieel vervaardigde woningen bestaat bij ketenpartners vaak de vrees voor eenheidsworst. Biedt industrieel bouwen wel genoeg ruimte voor maatwerk, of krijgen we nu allemaal containerwoningen? Anders gezegd: gaat de ruimtelijke kwaliteit hierdoor niet achteruit? “De look & feel is niet afhankelijk van de waarde van dag. Het gaat om de gebruikswaarde van een woning, niet dat deze industrieel gebouwd is. Industrieel bouwen is een methodiek om te bouwen wat er ontworpen is. Een slecht ontwerp leidt tot een slechte woning, hoe die ook gebouwd is”, zegt Reimar von Meding, directeur van KAW, een multidisciplinair bureau met ontwerpers, onderzoekers en adviseurs. Ruimtelijke kwaliteit staat bij KAW altijd hoog op de agenda.
“Een woning moet ontworpen en gebouwd zijn binnen een ruimtelijke, sociale en economische context”, zegt Reimar. Is er behoefte aan woningen voor minder draagkrachtigen, jongeren, ouderen, alleenstaanden, immigranten en minder validen of juist koopkrachtige jongeren of ouderen? Is een woning verder levensloopbestendig? Is er weinig of juist veel bouwruimte? “Het probleem is erg versnipperd. We proberen teveel aan de achterzijde te regelen in plaats van de voorzijde. Ik denk bij veel woningplattegronden: is hier ook aan latere zorg- of hulpvraag gedacht? Maak bijvoorbeeld een ruimte een paar centimeter breder zodat een rolstoel kan draaien.”
Volgens Reimar is er ook een vooroordeel dat industrieel bouwen leidt tot standaardoplossingen: “Dat is onzin, want bij industrieel bouwen kun je een hoge mate van individualisatie bereiken, tot zelfs een serie van 1. We staren ons echter blind op alles dat industrieel is vervaardigd. Woningcorporaties zijn bijvoorbeeld erg huiverig om huurwoningen industrieel te laten vervaardigen. Maar ook industriële woningen kunnen pimpelpaars zijn en totaal verschillend.”

Processen verbeteren
Volgens Reimar onderscheiden we ruwweg twee vormen van industrieel bouwen: legolisering of playmobilisering: “Bij legolisering is sprake van standaard bouwstenen, vergelijkbaar met standaard prefab elementen waarmee je een woning op locatie bouwt. Bij playmobilisering is er sprake van modulaire bouw: compleet ingerichte units koppel je op de bouwplaats tot een woning. Bij legolisering zijn we vaak telkens aan het uitvinden hoe we het gaan doen. Bij modulaire bouw is al exact bedacht hoe een woning wordt gerealiseerd. Deze standaardisatie biedt daardoor ook de mogelijkheid om het hele proces in de fabriek te certificeren. Hierdoor kan de vergunningverlening ook veel sneller verlopen.”
Jack reageert: “Vergelijk het met de aankoop van een auto. Je hebt een basismodel en van daaruit heb je talloze keuzemogelijkheden, zoals kleur, type motor, velgen, uitrusting en bekleding. Alle combinaties voldoen aan de eisen van RDW. Een vergelijkbare situatie ontstaat bij industriële woningbouw. Je hebt een standaardontwerp en daarop zijn talrijke gecertificeerde variaties mogelijk. Dit leidt tevens tot een vlottere vergunningverlening voor gemeenten.”
Volgens Jack is een vlottere vergunningverlening ook voor de gemeenten zelf heel belangrijk: “We hebben het vaak over het toenemend tekort aan vakmensen in de bouw, maar bij gemeenten zien we ook een afname van BWT-ambtenaren. Terwijl de capaciteit afneemt, moeten er steeds meer plannen in een steeds kortere tijd getoetst worden. De Industriële Fast Lane moet hier bij helpen, evenals het Actieplan van Gelderland om sneller industrieel te bouwen. Daarnaast moet het Kenniscentrum Industrieel Bouwen zorgen voor kennisdeling. Niet alleen binnen de Provincie, maar ook daarbuiten.”
Samenwerking is volgens Jack van groot belang: “We zoeken samen met gemeenten, bouwers en corporaties naar nieuwe vormen van samenwerking, zoals parallel plannen en uitnodigingsplanologie. Vooral de eerste fase, nog vóór de bouw van nieuwe woningen, kost nu veel tijd. Gemiddeld duurt het maar liefst zeven jaar voordat een woningplan er ligt en de vergunning kan worden aangevraagd. Bij uitnodigingsplanologie nodigen overheden initiatiefnemers actief uit om samen een gebied te ontwikkelen. Partijen spreken vanaf het begin af wat ze willen bereiken en dragen daar samen verantwoordelijkheid voor. Dat gaat niet alleen over het type woningen, maar ook over de inrichting van de openbare ruimte, voorzieningen, bereikbaarheid, klimaat, milieu en gezondheid. Zo ontstaan niet alleen snellere, maar ook betere plannen: integraal, toekomstbestendig en afgestemd op wat een gebied en de bewoners nodig hebben.”

Toekomst stapelbouw
Wat is volgens de heren de toekomst van de nog veel gehanteerde traditionele bouwmethode met kalkzandsteen en breedplaatvloeren? Volgens Jack kun je denken aan robotisering, zoals bij metselrobots. Maar dat staat nog in de kinderschoenen. “Het blijft een feit dat bouwvakkers in weer en wind die blokken en elementen moeten verlijmen. Hoe borg je dan de kwaliteit? Je kunt niet tien keer per dag komen kijken.”
Reimar is duidelijk over zijn visie op kalkzandsteen: “Daar moeten we gewoon mee stoppen. Ik zie geen toekomst in trajecten met menskracht en energie. Hoe krijg je dat gecertificeerd? En een metselrobot is wel het domste dat we kunnen inzetten: alsof je teruggaat naar de eerste auto’s. Daarbij werd er eerst een chassis gemaakt en vervolgens werd de auto daarop gezet. We moeten naar een integrale bouwmethode en niet proberen een bestaande bouwmethode te optimaliseren.”
Rol van MKB en prijsdruk
Wat is de rol van MKB-bedrijven bij industrieel bouwen? Dit lijkt nu namelijk vooral voorbehouden aan grote industriële bouwers. Reimar: “MKB-bouwers staan inderdaad onder druk. Ik denk dat het MKB moet inzetten op legolisering. Industrieel bouwen van woningunits is locatiegebonden, maar MKB’ers kunnen prefab elementen op elke gewenste locatie ontvangen en monteren. Daarnaast kunnen ze als lokale aannemer ook kleine projecten in het dorp realiseren. Ik zie ook steeds meer MKB-bouwbedrijven zelf houtskeletbouwelementen maken.” Jack vult aan: “Andersom kunnen industriële bouwers ook white-label elementen aan MKB’ers leveren, waarmee ze woningen kunnen bouwen.”
Reimar besluit met een kritische blik op de woningprijzen: “Weet je wat de grootste boosdoener is van die enorme prijsstijgingen? De hypotheekruimte die kopers krijgen! Hoe groter de leenruimte, hoe meer er geboden wordt op woningen. En alle partijen willen marge, dus dat drijft de prijs ook op. Het speelveld is hierdoor ontwricht. Met industriële woningbouw kun je in ieder geval de bouwkosten beter beheersen, terwijl de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft.”