Lichter bouwen: nieuwe standaard voor appartementen
Innoveren in de bouw betekent niet automatisch méér toevoegen. Soms zit vooruitgang juist in minder: minder materiaal, minder gewicht en minder CO₂. Dat vraagt wel om bestaande bouwmethoden opnieuw tegen het licht te houden. Vanuit die gedachte ontwikkelde VBI samen met Granab het VBI-Granab HVS vloerysteem: een lichte vloeroplossing voor de appartementenbouw.

Er ligt een grote kans bij lichte vloeroplossingen. In de appartementenbouw zijn massieve betonnen vloeren al decennialang de vertrouwde standaard. Installaties worden vaak in deze vloeren meegestort. Een beproefde werkwijze, maar wel één die toekomstige aanpassingen beperkt. Want wat gebeurt er wanneer een gebouw over twintig of dertig jaar een andere functie krijgt of installaties moeten worden aangepast?
Constructie en installaties uit elkaar
Het VBI-Granab HVS vloersysteem (Hybride Vloer Systeem) kiest voor een andere benadering. In plaats van constructie en installaties met elkaar te verweven, worden beide functies van elkaar gescheiden. Het systeem bestaat uit een lichte, CO₂-arme kanaalplaatvloer, met daarboven de installaties en vervolgens een droge opbouwvloer met afbouwplaat.
Doordat installaties niet langer in de constructieve vloer worden meegestort, blijven ze bereikbaar en aanpasbaar. Dat vergroot niet alleen de flexibiliteit tijdens de levensduur van een gebouw, maar maakt toekomstig hergebruik van de vloerelementen ook eenvoudiger. Zo draagt de innovatie bij aan een gebouw dat makkelijker kan meebewegen met veranderende behoeften.
Minder materiaal
Een tweede belangrijke stap zit in het gewicht. Een traditionele vloeropbouw weegt circa 800 tot 870 kilo per vierkante meter. Het complete hybride systeem komt uit op ongeveer 360 tot 480 kilo per vierkante meter: bijna een halvering.
Die materiaalbesparing blijft niet beperkt tot de vloer zelf. Een lichtere vloer betekent ook een lagere belasting op de rest van het gebouw, waardoor fundering en draagstructuur eveneens lichter kunnen worden uitgevoerd. Volgens de EPD’s (milieuproductverklaringen) ligt de CO₂-uitstoot van het vloersysteem 34 tot 46 procent lager dan bij een traditionele oplossing. Daarnaast maakt de droge montage een sneller bouwproces mogelijk, omdat er geen uithardingstijd nodig is.
Innoveren is gewoontes doorbreken
De techniek achter een lichte vloeropbouw is niet volledig nieuw. In Zweden wordt dit type opbouwvloer al sinds de jaren negentig op grote schaal toegepast. De uitdaging voor de Nederlandse markt zit daarom minstens zo veel in het veranderen van de manier waarop we gewend zijn te bouwen.
In de appartementenbouw leeft bijvoorbeeld sterk het idee dat veel massa noodzakelijk is om aan eisen voor geluid en draagkracht te voldoen. Het VBI-Granab HVS vloersysteem laat zien dat dit ook met aanzienlijk minder gewicht mogelijk is. De prestaties op het gebied van sterkte en geluid zijn aangetoond. Met een rekentool kan bovendien al in de schetsontwerpfase worden bepaald of het systeem een passende oplossing is voor een project.
Nu de milieu-impact van materialen steeds belangrijker wordt, groeit ook de noodzaak om anders naar onze constructies te kijken. Niet alleen door betonnen vloersystemen met een lagere CO₂-impact toe te passen, maar door onszelf een fundamentelere vraag te stellen: hoeveel materiaal hebben we eigenlijk écht nodig?
Meer informatie: vbi.nl