Lichte daling orderportefeuilles bouw
In de totale grond-, water- en wegenbouw zijn de orderportefeuilles in mei met 0,3 maand gedaald tot 8,6 maanden werk. In de grond- en waterbouw nam de gemiddelde orderportefeuille af met 0,4 maanden tot 9,3 maanden werk. In de wegenbouw daalde de gemiddelde werkvoorraad met 0,1 maand tot 8,1 maanden.

De gemiddelde werkvoorraad in de totale burgerlijke- en utiliteitsbouw is in mei met 0,1 maand gedaald tot een niveau van 12,9 maanden. In de woningbouw nam de orderportefeuille met 0,2 maanden af en kwam uit op 14,2 maanden werk. De gemiddelde werkvoorraad in de utiliteitsbouw bleef stabiel op 11,0 maanden.
Hiermee nam de gemiddelde orderportefeuille in de totale bouwnijverheid ten opzichte van april met 0,2 maanden af tot 11,3 maanden werk.
Circa 50% van de bouwbedrijven gaf aan belemmeringen te hebben ondervonden bij de productie, waarvan de helft van deze bedrijven aangaf personeelstekorten als productiebelemmering te ervaren. Bijna een op de tien bouwbedrijven geeft daarnaast aan een gebrek aan orders te ervaren.

De productie is in de afgelopen drie maanden bij ongeveer 25% van de bedrijven toegenomen en bij 10% van de bedrijven afgenomen. Van de bouwbedrijven beoordeelde ruim 20% de orderpositie als groot, terwijl 5% van de bedrijven de orderpositie als klein beoordeelde. Daarnaast verwacht een kwart van de bedrijven dat hun personeelsbezetting zal toenemen in de komende drie maanden, terwijl nog geen 5% van de bedrijven juist een kleinere bezetting verwacht. In de bouwnijverheid verwacht bijna 40% van de bedrijven een prijsstijging in de komende drie maanden.
Dit blijkt uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juni 2025 van het Economisch Instituut voor de Bouw. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ongeveer 250 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.