Verzekeraars willen afbrandscenario voorkomen

Verzekeraars worden steeds vaker al in de ontwerpfase betrokken bij nieuwbouwprojecten, vooral bij complexe risico’s zoals batterijopslag, parkeergarages met elektrische auto’s en bedrijfsverzamelgebouwen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) richt zich uitsluitend op veilige vluchtmogelijkheden en bescherming van belendende panden. “Maar de bouwregelgeving richt zich niet op behoud van een gebouw. Dit cruciale verschil wordt vaak onvoldoende begrepen”, zegt Jurjen Burghgraef van JB Risicobeheer.

Tekst: ing. Frank de Groot
Beeld: Xella Nederland BV

Heb je geen goede brandwanden? Dan wordt verzekeren steeds lastiger.

De regelgeving biedt niet altijd houvast, terwijl de risico’s toenemen. De kloof tussen regels en realiteit heeft directe gevolgen voor veiligheid, continuïteit en schadebeperking. Alle reden voor het Nederlands Instituut van Register Experts (NIVRE, beroepsorganisatie voor schade-experts) om op 4 juni specifiek voor risicodeskundigen het eerste seminar van een drieluik over ‘Brandveiligheid’ te organiseren bij  Xella Nederland BV in Vuren. 

BouwTotaal sprak voorafgaand aan het seminar met Jurjen Burghgraef, directeur van JB Risicobeheer en al sinds 1999 en risicodeskundige. Ook Dirk Groenveld is aangeschoven. Hij is ruim 20 jaar werkzaam als schade-expert, inspecteur en taxateur bij Univé Noord-Holland. Beide heren zijn ook bestuurslid (Jurjen is voorzitter) van het Register voor Risicodeskundigen, dat door het NIVRE wordt beheerd. Daarnaast zijn beide heren onder meer nog lid van de Technische Commissie Schade Preventie binnen het Platform Onderlinge Verzekeraars (POV), onderdeel van het Verbond van Verzekeraars. Goed, een hele mond vol, maar hier zitten twee heren met een grote kennis op het gebied van schadebeperking en risicobeheersing. En dat spreekt ons allemaal uiteraard wel aan.

Nieuwe risico’s

Het gesprek gaat al snel over de energietransitie, die nieuwe risico’s met zich meebrengt, zoals zonnepanelen en de opslag van accu’s gevuld met lithiumhoudende batterijen. Zonnepanelen hebben de laatste jaren al geleid tot moeilijk blusbare branden, indien deze aaneengesloten over een dak liggen. Dirk: “Maar de connectoren en junctionboxen van zonnepanelen kunnen zelf ook een ontstekingsbron zijn. In combinatie met brandbare bevestigingssystemen – met name indak systemen – en brandbare dakisolatie kan dan al snel een grote brand ontstaan.”

Verzekeraars zijn kritisch op de combinatie van zonnepanelen en brandbare dakisolatie. Dat bleek in de zomer van 2020 toen IJsstadion Thialf alle zonnepanelen op het dak moest uitzetten, omdat het pand met werkende zonnepanelen niet meer verzekerd kon worden. De verzekeraars dreigde de toenmalige brandverzekering op te zeggen vanwege ‘de combinatie van zeer slechte schadestatistieken van panden met zonnepanelen en de bij Thialf gebruikte materialen van de dakisolatie’. 

Jurjen heeft dit volledige project begeleid en verzekerd: “Uiteindelijk is het dak in compartimenten verdeeld, zodat een brand zich niet over het hele dak kan verspreiden. Daarnaast is de kwaliteit van de zonnestroominstallatie aanzienlijk verbeterd, inclusief de bevestigingswijze. Het is een voorbeeld van een dak dat voldeed aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), maar volgens verzekeraars een te groot brandrisico had. Het Bouwbesluit en huidige Bbl richt zich op veiligheid van personen en gecontroleerd uitbranden, niet op bescherming van een pand. 

Dirk vult aan: “Tegenwoordig is nog steeds het vliegvuurbestendig zijn van een dak de norm. Dit is natuurlijk volledig achterhaald met de techniek en vuurlast die tegenwoordig op een dak staan. Het risico is niet meer de vonkenregen, maar de techniek op het brandbare dak zelf.” Jurjen: “Verzekeraars kijken veel verder: die willen materiële schade voorkomen en compartimentering optimaliseren. Vergis je niet: ik heb zelfs een betonfabriek tot de grond toe af zien branden door brandbare dakisolatie.”

Vooral bij bedrijfsverzamelgebouwen gaat het nog vaak fout: er wordt één brandcompartiment gemaakt van 2.500 m2 en deze wordt met lichte scheidingswandjes ingedeeld (subbrandcompartimenten). Op de foto een bedrijfsverzamelgebouw waar wel is gekozen voor een goede compartimentering met brandwanden van cellenbeton.

Opslag batterijen

Een brandrisico vormt ook de opslag en het opladen van lithiumbatterijen en -accu’s en het parkeren van elektrische voertuigen in parkeergarages onder woongebouwen. Voor de opslag van batterijen moeten we kijken naar de richtlijn PGS 37-2, onderdeel van de  publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De PGS 37-2 richt zich daarbij op het verminderen van de risico’s bij opslag (langer dan 48 uur) en het opladen van lithiumbatterijen en -accu’s, zowel los als geïnstalleerd in elektrische voertuigen. 

De opslag van lithiumbatterijen en -accu’s moet voldoen aan PGS 37-2, mits deze onderdeel is van een milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Zo niet, dan kan PGS 37-2 ook verplicht worden gesteld op basis van de zorgplicht. Dirk: “Complexe materie, maar duidelijk is wel dat PGS 37-2 regelgeving steeds belangrijker wordt voor batterijopslag. Uiteindelijk worden naar verwachting in 2027 de diverse PGS’en verankerd in de Omgevingswet. Ik verwacht daarvan een grote impact. Denk aan showrooms met elektrische auto’s die daar meestal langer dan 48 uur staan. Volgens PGS 37-2 zijn dan aanvullende maatregelen verplicht, maar niemand doet wat.”

Om het nog complexer te maken: verschillende batterijstromen bij bijvoorbeeld garages vereisen ook nog een verschillende aanpak. Zo kennen de batterijen een verschillend laadpercentage en zijn er retourgoederen met zelfs beschadigde batterijen. Jurjen: “Een beschadigde batterij gast zijn elektrolyt uit. Deze gassen zijn giftig en door het waterstofgas gehalte ontstaat een explosieve atmosfeer. Dit is een zeer licht ontvlambaar en explosief gasmengsel. Vooral bij brand kan dit tot explosies leiden. De brandweer gaat daarom niet meer naar binnen bij grote batterijbranden. Geen wonder dat verzekeraars vaak 120 minuten brandwerendheid eisen als minimum voor scheidingswanden bij batterijen.”

Bij parkeergarages met elektrische voertuigen is volgens Dirk voldoende ventilatie cruciaal: “Maar vaak is het ventilatiedebiet bij batterijbranden onvoldoende. Het neveneffect is een lange brandduur en die leidt weer tot betonschade en constructieve problemen in gebouwen met woonlagen erboven. Door de vele uittredende gassen is bovendien de brandweer erg terughoudend, gezien er een explosieve atmosfeer kan ontstaan. Bij dergelijke projecten adviseer ik mistinstallaties. Die werken langduriger op een watervoorraad dan sprinklers en hebben een hoog koelend vermogen. Daarnaast is het gebruik van onbrandbare materialen en goede compartimentering van groot belang.”

Tegenwoordig is nog steeds het vliegvuurbestendig zijn van een dak de norm. Het risico is echter niet meer de vonkenregen, maar de techniek op het brandbare dak zelf. Op de foto een onrbandbaar dak van cellenbeton.

Betrokkenheid in ontwerpfase

Naar verwachting vanaf 1 januari 2027 worden ook de brandwerendheidseisen voor gevels strenger. Aanleiding zijn de gevelbranden bij de Grenfell Tower in Londen (2017) en een appartementencomplex in Valencia (2024). De overeenkomst tussen de branden in Londen en Valencia was dat de brand zeer snel uitbreidde via de gevels. Gevels zullen daarom in de toekomst meer integraal getest en beoordeeld moeten worden. In de spouwen zullen firestops/-barriers (brandstops) moeten worden toegepast om brandoverslag via de gevel te voorkomen. Tot slot zullen zwaardere eisen aan de brandwerendheid van gevels worden gesteld.

Om hoge premies of zelfs een onverzekerbaar gebouw te voorkomen worden verzekeraars nu al steeds vaker bij de tekentafel betrokken bij een project. Jurjen: “Ik bezoek grote klanten jaarlijks, soms zelfs twee tot vier keer per jaar, waardoor ik automatisch bij nieuwe plannen wordt ingeschakeld. Ik merk dan dat gebouweigenaren best bereid zijn extra te investeren in brandveiligheid als ze vooraf weten wat de risico’s zijn.”

Gebrek aan kennis

Jurjen en Dirk zien tot hun verdriet de kennis over brandveiligheid afnemen: “Er is nauwelijks aandacht voor brandveilig bouwen in de bouwopleidingen. TU Delft had een jaar geleden nul specialisten op het gebied van brandveiligheid. Recentelijk zijn er twee aangesteld, maar hun kennis is gericht op regelgeving, niet op brandgedrag. Afgestudeerden denken daarnaast dat ze met Bbl-kennis voldoende weten, maar ze begrijpen brandgedrag niet. Maar intussen gaan we wel steeds meer biobased bouwen, met onder meer houtbouw.”

Ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) helpt niet om de brandwerendheid naar een hoger niveau te tillen. Jurjen: “Kwaliteitsborgers mogen alleen een project aan het Bbl toetsen, dus daarmee houd je het afbrandscenario in stand. Ik heb meegemaakt dat een project negen weken stil werd gelegd omdat de opdrachtgever de brandveiligheid naar een hoger niveau wilden brengen. Dit betrof een afwijking en dus was er een nieuwe vergunningsaanvraag nodig. Of de gemeente eiste een brandwerende deur naar een perceelgrens, waar op het belendende perceel paarden liepen. Echt een absurde eis, zonder praktische logica. Ook zijn de vuurlastberekeningen vaak onjuist: een meubelmaker met 20.000 m² zonder scheidingswanden op basis van ‘nul vuurlast’. Dat geloof je toch niet?”

Explosie-bestendige opslagruimten van Xella die voldoen aan de PGS-richtlijnen.

Goede brandwanden

Beide heren wijzen naar aanleiding van de genoemde risico’s naar het belang van onder meer compartimenteren. Jurjen: “Brandwanden worden steeds belangrijker. Zorg dat je de brand beperkt tot een brandcompartiment. Hiermee voorkom je schade aan de rest van een gebouw. Heb je geen goede brandwanden? Dan wordt verzekeren steeds lastiger. Een goede brandwand kost echt niet veel. Wat dat betreft heeft Xella veel mogelijkheden met Hebel cellenbeton. Daarmee zijn zelfs brandwanden op te bouwen met een brandwerendheid van 240 tot 360 minuten. Dat is een veel betere oplossing dan sandwichpanelen en gipsplaten, aangezien cellenbeton zijn betrouwbaarheid heeft bewezen in de praktijk. Maar dan moeten de aansluitingen op overige bouwdelen ook brandwerend zijn. Verzekerde belangen worden steeds hoger, waardoor brandmuren cruciaal zijn.” 

“Wellicht kun je het onbrandbare cellenbeton ook toepassen als brandwerende bekleding onder betonplafonds van parkeergarages”, oppert Dirk. “Zo bescherm je de wapening en de betondekking beter waardoor je constructieve schade beperkt. Verder levert Xella explosie-bestendige opslagruimten die voldoen aan de PGS-richtlijnen.”

Waar het fout gaat

Als risicodeskundige ziet Dirk in de praktijk veelvuldig dat de sparingen in een goed uitgevoerde brandmuur tekortschieten: “Het Bbl geeft een uitzondering voor deuren. Deuren mogen namelijk ook gebruikt worden als ze enkel vlamdicht zijn (EW criteria), terwijl de muren ook de warmte moeten kunnen isoleren aan de niet verhitte zijde (EI). Door het toepassen van EW schermen in EI brandmuren degradeer je je gehele brandscheiding. In de praktijk worden namelijk de deursparingen niet vrij gehouden van opslag. Sterker nog: ze hangen er vaak direct een snelle roldeur van pvc achter. Tip: kies een deur die in harmonie is met de brandmuur en de achterliggende vuurlast/ brandduur. Zorg daarnaast voor een goede aansturing van de deur, die een snelle sluiting realiseert.”

Ook volgens Jurjen gaat er in de praktijk nog veel fout: “Dan kom ik in een hal en zie ik gelijk dat het brandbare dak over de brandwanden doorloopt. Vervolgens zie je doorbrekingen in de brandwanden. Dan weet ik al genoeg. Ook doorvoeringen moeten goed brandwerend worden uitgevoerd. Maar de zwakste schakels zijn toch wel de deuren en rookmelders. Bij 80% van inspecties zie je problemen met brandwerende deuren of rookmelders.”

Vooral bij bedrijfsverzamelgebouwen moet er volgens Jurjen meer aandacht komen voor compartimentering: “Het moet snel en goedkoop. Dat houdt in dat er één brandcompartiment wordt gemaakt van 2.500 m2 en dat deze met lichte scheidingswandjes wordt ingedeeld (subbrandcompartimenten). Dus 25 units van 100 m2 met een diversiteit van gebruikers in feitelijk één brandcompartiment. Dit houdt voor een verzekeraar in dat mogelijk door één unit van 100 m2 het gehele gebouw niet verzekerd kan worden. Verzekeringstechnisch staan de bedrijfsverzamelgebouwen dan ook onder druk. Brandwanden die door het dak heen gaan, 30-minuten scheidingswandjes of een stalen dak met brandbare isolatie. Maar ook volledig gekoppelde stellingstructuren vormen een risico bij brand. Wat dat betreft levert Xella veel goede oplossingen voor brandwanden in bedrijfsverzamelgebouwen.”

Jurjen besluit: “Als je brandveilig bouwt zoals verzekeraars het graag zien, dan bouw je niet duurder. Als je er maar vanaf dag één bij betrokken bent. Voorbeeld: een gebouw met gebruikte materialen. De bouwer wilde polystyreen op dak. Uiteindelijk bleek de toepassing van PIR FM Approved isolatie maar 2 procent duurder. Dat is weinig als je daarmee een afbrandscenario voorkomt.”