Hoe ziet de bouwsector er in 2040 uit?

Op basis van huidige trends en inzichten heeft TNO zich gewaagd aan een visie op de toekomst van de bouw. Hoe ziet de bouwsector er in 2040 uit? Belangrijke ontwikkelingen zijn onder meer AI en digital twins, nieuwe businessmodellen, industrieel bouwen, zelf je huis configureren en de toenemende importantie van de architect.

Kraan hijst prefab woningonderdeel op een bouwplaats aan het water.

Foto: Team Havenloft/ Public Domain Architects.

1. AI en digital twins voor slimme gebiedsontwikkeling

Gebiedsontwikkeling omvat tal van belangen, regels en beslissingen die ook nog eens in de tijd kunnen veranderen. Dit leidt tegenwoordig tot stroperige procedures, weinig transparantie en veel onzekerheid voor alle betrokkenen. Om deze complexiteit te beheersen is digitalisering essentieel.

In 2040 kan regelgeving en beleid naar verwachting automatisch met AI geïnterpreteerd worden en maken digitale tools alle benodigde informatie eenvoudig toegankelijk en toetsbaar. Dit zorgt voor waarborging van een nauwe samenwerking tussen partijen, rekening houdend met alle regelgeving. Eigenlijk niets nieuws: in de assemblage-industrie worden dergelijke tools al vele jaren succesvol ingezet.

Ook digital twins zijn in 2040 niet meer weg te denken. Deze digital twins geven met generatieve AI de mogelijkheid om ‘droog te oefenen’ met gebiedsindelingen en bieden inzicht in de gevolgen van onze beslissingen. Daardoor kunnen we zelf in het proces al zien wat bijvoorbeeld de energiebehoefte zal zijn van een toekomstige wijk en of dit aansluit bij de netcapaciteit. Transparant en voorspelbaar voor alle partijen, what-you-see-is-what-you-get.

2. Nieuwe businessmodellen

In 2040 is een gebouw niets anders dan een set van samengestelde standaard componenten. Dat biedt kansen om na te denken over nieuwe business modellen. Van koploper in prefab ontwikkelen we ons in Nederland tot koploper in industrieel bouwen. Met kwaliteitswoningen die we al lang niet meer alleen binnen onze landsgrenzen zien staan.

Housing-as-a-service

Exploded view van een woning opgebouwd uit prefab modules en componenten.

In 2040 bieden conceptaanbieders en investeerders op grote schaal housing-as-a-service (HaaS) concepten aan. Hierbij blijven deze partijen eigenaar van de componenten, zoals gevels, daken en/of installaties.

In 2040 bieden conceptaanbieders en investeerders op grote schaal housing-as-a-service (HaaS) concepten aan. Hierbij blijven deze partijen eigenaar van de componenten waaruit een project ontwikkeld is. Denk aan vloeren, gevels, daken en installaties. Doordat deze partijen de kennis hebben van de componenten zijn zij beter in staat om deze systemen opnieuw te gebruiken in bijvoorbeeld tijdelijke woningbouw. Dit in tegenstelling tot traditionele bouw uit 2025 waarin de klant eigenaar werd van het gebouw en de subsystemen.

Het gevolg is dat dergelijke conceptaanbieders in 2040 op een ander manier nadenken over materiaalgebruik, aansluitingen en installatie techniek om het hergebruik en onderhoud in de toekomst beter te kunnen faciliteren. Dit zijn nu immers hun eigen assets. Het monitoren van installaties is een standaard procedure en biedt inzicht in de technische kwaliteit van deze subsystemen, de levensduur en het financiële plaatje.

Wonen, verbouwen en verhuizen

Hoe wonen, verbouwen en verhuizen bewoners in 2040?

  • Je woont op het water in een drijvende woonwijk die klimaatbestendig is en waar nieuwe woningen eenvoudig bij te schakelen zijn.
  • Verhuizen? Je verhuist van Bunnik naar Zoetermeer en neemt je eigen appartement gewoon mee: de verhuizer plaatst het appartement in een gereserveerd slot zodat het als een boek ook in een kast op een andere locatie is te plaatsen.
  • Verbouwen? Je least een extra verdiepings-module op je huis voor de twee kinderen en bestelt deze weer af als ze het huis uit gaan.

Standaardiseren is combineren
Door componenten en interfaces te standaardiseren kunnen veel bouwers een eigen product-platform opbouwen. Er zijn in 2025 al conceptuele bouwers op de markt die afspraken maken om componenten van verschillende aanbieders met elkaar te combineren. Daar wordt de wereld mooier van: hoe groter het aanbod van verschillende componenten die gecombineerd kunnen worden, hoe groter de ontwerpvrijheid binnen de kaders van de concepten.

Shared manufacturing
Eén van de grote uitdagingen van 2025 is het optimaal benutten van de capaciteit in de markt. Productiefaciliteiten worden vooral gebruikt om projecten uit de eigen orderportefeuille te realiseren. Dat is straks niet meer. Door de inzet van digitalisering en verregaande standaardisatie hebben we ook in Nederland in 2040 de stap gezet naar shared-manufacturing: een grote gezamenlijke fabriek in bijvoorbeeld Rotterdam waar alle materiaalstromen samenkomen en waar bedrijven productiecapaciteit kunnen huren.

Een andere mogelijkheid is dat netwerken van fabrieken uitwisselbaar elkaars componenten of producten kunnen produceren waardoor op- en afschalen makkelijk wordt gemaakt. Ook hier kan Nederland een leidinggevende positie pakken op de wereldmarkt en bijdragen aan de implementatie van mondiale standaarden.

Productielijn met modulaire bouwunits in fabriekshal.

Door de inzet van digitalisering en verregaande standaardisatie hebben we ook in Nederland in 2040 de stap gezet naar shared-manufacturing: een grote gezamenlijke fabriek waar bedrijven productiecapaciteit kunnen huren. Foto: Premier Modular.

3. Slim bundelen van vraag

Afgelopen jaren zijn geweldige stappen gezet met initiatieven zoals ‘Bouwstromen’: standaardisatie van de vraag, bundeling van projecten en meer samenwerking. Het bracht een verandering teweeg in de manier waarop we projecten uitvragen in de markt en leidt tot een veel beter voorspelbare vraag. Waarom dat zo belangrijk is? Omdat geïndustrialiseerde bouwers alleen lekker kunnen draaien met een continue en voorspelbare vraag.

Niemand investeert in dure fabrieken als de vraag troebel is. De industrie is al jaren bezig met industrieel en conceptueel bouwen en worstelt om de beschikbare capaciteit voldoende benut te krijgen. En dat met een nijpend woningtekort van 451.000 te bouwen huizen! Breed omarmen van initiatieven als ‘Bouwstromen’ (ook door de private sector) brengt vraag en aanbod slim bij elkaar. Met een voorspelbare vraag wordt de capaciteit van geïndustrialiseerde bouwers beter benut met vele nieuwe woningen tot gevolg.

4. Zelf een huis configureren

Wel eens een nieuwe auto mogen uitkiezen? Dan ben je bekend met de online tools waarmee je je gewenste auto samenstelt. Voorspelbaarder kan haast niet: met een klik in de ‘configurator’ zie je direct hoe een en ander eruit komt te zien en wat het kost. Ook woningbouwcorporaties en ontwikkelaars kunnen tegenwoordig kiezen uit configureerbare concepten die aangeboden worden op overzichtelijke platforms.

Achter de schermen vindt interactie plaats met aanbieders volgens gestroomlijnde procedures op verbonden platforms. Deze aanpak is het nieuwe normaal geworden waarbij op grote schaal uitvragen in de markt worden gezet die ingevuld kunnen worden met conceptuele oplossingen. Platformen zoals de conceptenboulevard, een initiatief van Netwerk Conceptueel Bouwen (NCB), hebben geleid tot overzichtelijke platforms waar het aanbod van de gehele markt te vinden is. Voorspelbaarheid troef voor alle partijen.

Moderne houten woning in groene omgeving – duurzaam en modulair bouwen in de toekomst van de bouwsector.

Platformen zoals de conceptenboulevard, een initiatief van Netwerk Conceptueel Bouwen (NCB), hebben geleid tot overzichtelijke platforms waar het aanbod van de gehele markt te vinden is.

5. De architect in 2040

Architecten gaan een steeds belangrijker rol innemen bij zowel de conceptontwikkeling, standaardisatie als de projectontwikkeling. De maakbaarheid en schaalbaarheid zijn daarbij essentiële kaders bij conceptontwikkeling. De interactie tussen architecten en bouwers wordt daarmee over projecten heen gewaarborgd. Dat leidt tot woonproposities van esthetische kwaliteit en wordt ‘eenheidsworst’ voorkomen.

Conclusie

Dit alles is goed nieuws voor conceptuele en industriële bouwers omdat de continuïteit en de voorspelbaarheid van de vraag is toegenomen. Dit biedt bouwers ruimte om te investeren en te optimaliseren. Zij kunnen leren over projecten heen, kunnen zo hun concepten finetunen en de aansluiting bij de klantvraag continu verbeteren. Voorspelbaarheid geeft ruimte voor verbetering.

Bouwen aan morgen: robots op de bouwplaats

Het is 2040 en je bent uitgenodigd voor het 50-jarig jubileumfeest van Bouwbedrijf Van Vleuten uit Maarssen. Het moderne magazijn staat nu vol met medewerkers, familie en opdrachtgevers. Eigenaar Chris van Vleuten stapt op het geïmproviseerde podium en neemt het woord. TNO schetst een beeld van hoe het zou kunnen zijn over vijftien jaar. We geven een samenvatting.

Geautomatiseerde fabriek voor prefab bouwcomponenten.

Automatisch geleide voertuigen (AGV’s) transporteren de bouwelementen van werkstation naar werkstation. Foto: Daiwa.

“Welkom allemaal! In 2025 toen ik de aannemerij van mijn vader overnam, had de bouwwereld flink wat uitdagingen. Ons land kampte met een fors woningentekort. Er was een grote renovatie-opgave om huizen duurzamer te maken. We zaten midden in een energietransitie, en veel van onze wegen en bruggen waren aan vervanging toe”, opent Chris van Vleuten.

“Kortom: er moest flink gebouwd worden in Nederland, in een hoog tempo. Dat ging niet altijd zo vlot, want we hadden toen natuurlijk nog een stikstofprobleem, het maken van bouwplannen duurde lang en er werden te weinig vergunningen verleend.”

Aantrekken van goed personeel

Het aantrekken van goed personeel werd voor bouwbedrijven steeds lastiger. Er was steeds minder instroom van gekwalificeerde vakmensen, terwijl oudere collega’s met veel kennis en ervaring met pensioen gingen. Chris: “Er zat maar een ding op: we moesten efficiënter gaan werken.”

Om zijn laatste opmerking kracht bij te zetten, start Chris met een handgebaar een Augmented Reality experience, waarbij het publiek ineens midden in de kraakheldere productiehal van Van Vleuten lijkt te staan. Die heeft veel weg van een hypermoderne autofabriek: multipurpose robots langs de productielijn zetten volledig geautomatiseerd een HSB-skelet in elkaar. Op een andere lijn zien we hoe robots complete geveldelen, vloeren en wanden bouwen. Automatisch geleide voertuigen (AGV’s) transporteren de bouwelementen van werkstation naar werkstation. Ook zorgen ze voor een constante aanvoer van materialen. Vanuit de productiehal vliegen we naar de afdeling logistiek, waar de complete bouwpakketten op trailers worden geladen. We zien vervolgens hoe autonome trucks de modules naar de bouwplaats rijden.

Welkom op moderne bouwplaats!

Augmentend Reality was in 2025 nog volop in ontwikkeling. Het is een techniek om een digitaal beeld aan de werkelijkheid toe te voegen, zoals met speciale brillen. Daarnaast werd er geëxperimenteerd met onder meer Virtual Reality, Internet of Things, Big Data en kunstmatige intelligentie. Ook wordt ervaring opgedaan met cobots. Dat zijn collaboratieve robots die compact zijn en speciaal zijn ontworpen om veilig samen te werken met mensen in een gedeelde werkruimte.

Handelingen die wel nodig zijn, maar niet per se waarde toevoegen, zijn interessant om te automatiseren. Omdat robots kostbaar en dus beperkt inzetbaar zijn, is het interessanter om in eerste instantie Augmented Working in te zetten. Chris: “Er waren inmiddels tal van tools op de markt die het werk voor onze medewerkers nog eenvoudiger, veiliger en prettiger konden maken. Met Augmented Reality brillen was inmeten ineens niet meer nodig. We konden namelijk ‘zien’ waar we bijvoorbeeld ankers moesten plaatsen of gaten moesten boren. Daarnaast waren deze brillen ideaal om ervaren collega’s op afstand mee te laten kijken met een ingewikkelde klus. Bovendien is het een slimme manier om kennis te borgen binnen onze organisatie.”

Robotisering

Aanvankelijk verzamelden de eerste robots vooral data en brachten ze processen in kaart. Pas later konden ze ook zelfstandig aan de slag. Chris: “Je kon minder met ze lachen, maar ze waren betrouwbaar en dol op saaie klussen. Ze maakten ons werk diverser en waardevoller, omdat onze medewerkers zich op échte uitdagingen konden richten die nog te complex waren voor onze robotcollega’s. Er kwamen nieuwe functies, zoals drone operators, programmeurs, AI-experts en automatiseringsspecialisten.”

Chris noemt als voorbeeld de zelfbouwlijn met wanden, kozijnen en andere materialen op maat: “Klanten maken zelf een scan in hun woning, waarmee wij volledig geautomatiseerd een bouwpakket produceren. Die wordt compleet met materialen en werkinstructies thuisbezorgd, binnenkort zelfs met zelfrijdende vrachtauto’s! Dit had mijn vader nooit geloofd. Maar we doen het wel, en zijn bedrijf staat er beter voor dan ooit. Onze productiviteit is omhooggeschoten, net als onze winstgevendheid.”

Chris besluit: “Ik verwacht dat de bouw verder zal automatiseren, want er valt op de bouwplaats nog genoeg te winnen. Nu al worden robots steeds flexibeler, waardoor ze ook niet gestandaardiseerde taken kunnen uitvoeren. Ook voor de komende jaren heb ik een duidelijke boodschap voor jullie allemaal: wees innovation ready!”