Kanaalplaatvloeren

In deze rubriek kijken we samen met Olbecon, specialist in prefab betonoplossingen, naar de geschiedenis en de technische mogelijkheden van diverse typen prefab vloeren, wanden, trappen/balkons en balken/kolommen. In dit artikel aandacht voor de kanaalplaatvloeren. Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen?

Kanaalplaatvloer.

Tekst en beeld: Johan Oltvoort, Olbecon

We spreken tegenwoordig over een voorgespannen kanaalplaatvloer. Tot een jaar of twintig geleden werden er ook traditioneel gewapende elementen toegepast. Deze hadden een breedte van 600 mm en waren afkomstig uit België. Ze waren bekend vanwege hun korte levertijd.

De eerste patenten voor voorspanning stammen uit de laatste decennia van de 19e eeuw. Vanaf 1928 ontstond de eerste werkbare toepassing van voorgespannen beton door het patent van de Franse ingenieur Eugène Freyssinet. Dit kon door gebruik te maken van hoogwaardig staal en beton met een hogere druksterkte dan men in die tijd gewoon was.

Gewichtsbesparing

Men zocht in de vorige eeuw naar methodes om holle ruimtes te creëren in beton, om op die manier gewichtsbesparing te realiseren. Rond 1935 ontstonden de eerste kanaalplaatvloeren. Vaak niet langer dan 3,00 meter en een breedte van 250/300 mm. Deze waren niet zelfdragend en men moest om de drie meter een ondersteuning maken. Door voldoende wapening aan te brengen in de voegen en de druklaag kon men echter tot wel 6,00 meter overspannen. 

Rond 1960 begonnen de eerste fabrikanten in Nederland met de productie van voorgespannen kanaalplaatvloeren. Eerst in een dikte vanaf 100 mm. Maar momenteel zijn kanaalplaatvloeren leverbaar in een dikte van 500 mm met een plaatlengte tot maar liefst 20 meter. Doordat een voorgespannen kanaalplaatvloer zelfdragend is, zijn er dus geen onderstempelingen nodig. Hierdoor dalen de bouwtijd en de bouwkosten drastisch. Geen wonder dat deze vloer zeer populair was en nog steeds is bij bouwbedrijven.

Deze druklaag in een circulaire bedrijfshal van Olbecon is voorzien van een druklaag op folie, zodat deze later eenvoudig is te scheiden van de onderliggende kanaalplaatvloer.

Productie

Kanaalplaatvloeren worden geproduceerd op lange banen van circa 100 tot 150 meter, waar de voorspan- wapening op gespannen wordt. Daarover rijdt een stortmachine: dat kan een slibvormer of een extruder zijn. Ieder type heeft zijn eigen voor- en nadelen. Voor het verharden van het beton worden de meeste voorzieningen, zoals sparingen, centraaldozen, leidingen en montagevoorzieningen, aangebracht. Na verharding worden de platen gezaagd, geruimd en naar het opslagterrein gebracht. 

Elke productielocatie heeft zijn eigen manier van werken. Belangrijk voor het laden is: weet de producent of men direct gaat monteren of kan er vanaf de wagen wordt gelost. Bij directe montage is uiteraard de volgorde van de platen belangrijk. Ook van belang is of er tijdens de montage gebruik wordt gemaakt  van een gekeurde en juiste klem. Deze moet afgestemd zijn op het gewicht en de lengte en men moet zich aan de geldende veiligheidsprotocollen houden.

Typen

Kanaalplaatvloeren kan men onderscheiden in:

  • Geïsoleerde kanaalplaatvloeren.
  • Ongeïsoleerde kanaalplaatvloeren.
  • Leidingplaatvloeren.
  • Appartementenvloeren.

Geïsoleerde kanaalplaatvloeren

Deze worden gebruikt als vloer boven een kruipruimte in zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Veelal is de minimum isolatiewaarde Rc = 3,7 m2K/W, maar deze vloeren zijn ook leverbaar in Rc = 4,2/5,0/6,5 m2K/W.

De isolatiedikte en de opleghoogte zijn per fabrikant verschillend. Belangrijk met het oog op de fundatiehoogte is om te kijken naar het oplegdetail op de legtekening. Om koudebruggen te verminderen worden betonnokken toegepast op de kop en zijoplegging. Het is bij het ontwerp belangrijk om rekening te houden met de maximale wandbelasting op zowel de kop als de langsnok. Wordt de belasting te groot dan worden de vloeren tussen de wanden direct op de fundatie gemonteerd. Dit gebeurt in de appartementenbouw standaard.

Ongeïsoleerde kanaalplaatvloeren 

Deze worden universeel toegepast. Ze zijn leverbaar in een dikte van 120 – 500 mm en tot circa 20 meter plaatlengte. Om de plaat meer sterkte te geven, of omwille van wisseling van lasten of stabiliteit, kan door de hoofdconstructeur een druklaag voorgeschreven worden. De platen worden dan fabrieksmatig aan de bovenzijde opgeruwd om de druklaag beter te laten hechten aan de vloer. 

Vanwege het duurzaamheidsaspect kiest men er steeds vaker voor om de vloer circulair te ontwerpen. Dus zonder druklaag of met een folie tussen druklaag en element. Ook wordt er tijdens het ontwerp nagedacht over de demontage aan het levenseinde van een gebouw, in plaats van sloop.

Leidingplaatvloer.

Leidingplaatvloeren

Deze vloeren worden in de woningbouw toegepast om leidingwerk in de vloer zelf te verwerken. Dit als alternatief voor het verwerken van leidingwerk in de afwerklaag. Toepassing van sleuven in de lengterichting is vaak niet direct een probleem. De problemen ontstaan pas als er leidingen haaks op de overspanning of bij opleg van een raveelijzer moeten worden toegepast. De vloeren worden dan met een verdikte onderschil ontworpen. Deze vloeren worden geleverd in diktes van 200 en 260 mm.

Appartementenvloer.

Appartementenvloeren

Dit zijn speciale leidingvloeren waarbij naast het opnemen van leidingen ook gekeken wordt naar het geluidsaspect. De vloer van 320 mm in combinatie met een afwerklaag van mimimaal 60 mm voldoet aan de huidige eisen voor geluidsisolatie. Ook bij een geëiste brandweerstand van 120 minuten voldoen deze elementen. In situaties met meer dan vijf verdiepingen is het verstandig om contact op te nemen met fabrikant of leverancier van deze elementen.

Toekomst

Door toepassing van voorgespannen beton in combinatie met kanalen is de kanaalplaatvloer een uitermate duurzame vloeroplossing. De ontwikkelingen gaan door in het onderzoek naar onder meer circulaire oplossingen, minder CO2-uitstoot en een lager eigen gewicht.

Olbecon
olbecon.nl