fbpx

Nieuwe eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie

Artikel delen

Naar verwachting wordt op zijn vroegst eind dit jaar een nieuwe eis in Bouwbesluit 2012 en navolgend het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen in verband met de minimale hoeveelheid hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie.

Op 11 december 2018 is de herziening van de EU Richtlijn hernieuwbare energie (Richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen) vastgesteld. De eis aan de minimumhoeveelheid hernieuwbare energie vloeit voort uit de herziening van deze richtlijn. Deze eis wordt straks gesteld in artikel 5.6 (lid 5 en lid 6) van Bouwbesluit 2012 en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – artikel 5.20 (lid 6 en 7) van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Bouwbesluit artikel 5.6 lid 5 beschrijft dat de eis aan de minimumhoeveelheid hernieuwbare energie van toepassing is op het moment dat:

  • er sprake is van een ingrijpende renovatie, én;
  • een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling wordt geplaatst, of gedeeltelijk vernieuwd of veranderd of vergroot.

Aan beide bovengenoemde voorwaarden moet dus worden voldaan, anders is de eis aan de minimumhoeveelheid hernieuwbare energie niet van toepassing. Bovendien is in een aantal gevallen een uitzondering op de eis van toepassing.

Nieuwe eis in Bouwbesluit

In het huidige Bouwbesluit lezen we onder Artikel 5.6 Verbouw bij de leden 4 en 5:

  1. In afwijking van het eerste lid zijn op een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en zijn de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met zevende lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.
  2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de in het vierde lid bedoelde ingrijpende renovatie.

Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd:

Het vijfde lid komt te luiden:

  1. In aanvulling op het vierde lid voldoet bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen waarbij een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling of een combinatie daarvan wordt geplaatst, gedeeltelijk vernieuwd, veranderd of vergroot, een gebruiksfunctie aan 30 x (Aroof / Ag;tot) kWh/m2.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij Aroof / Ag;tot ten hoogste 1,0 is.

Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  1. Het vijfde lid is niet van toepassing op een bouwwerk:
  2. voor zover artikel 5.5 van toepassing is;
  3. dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;
  4. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of
  5. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar.
  6. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde.

Toelichting formule

In de formule 30 x (Aroof / Ag;tot) kWh/m2.jr, is:

  • Aroof de totale (niet-transparante) dakoppervlakte van de thermische zone, in m2 , bepaald volgens 6.8.2 van NTA 8800. Een dakoppervlakte heeft een hellingshoek van ten minste 15° ten opzichte van de verticaal. De thermische zone is een term uit de NTA880 en is gedefinieerd als: ‘gebouw of groep van gebouwdelen waarvoor de energieprestatie wordt berekend’. Het gaat dus niet uitsluitend om het gedeelte van het dak dat gerenoveerd wordt, maar het gaat om het totale dakoppervlakte van de thermische zone.
  • Ag;tot is de gebruiksoppervlakte van het totaal aan rekenzones van het desbetreffende gebouw of gebouwdeel, bepaald volgens 6.6 van NTA 8800, in m2. Het gaat dus niet uitsluitend om het gedeelte van het gebouw dat gerenoveerd wordt maar het gaat om de totale gebruiksoppervlakte van het desbetreffende gebouw of gebouwdeel.

Ook kan de vraag worden gesteld wat hernieuwbare energie is. NTA 8800 definieert deze als volgt: ‘Energie van een bron die niet wordt uitgeput door onttrekking, zoals zonne-energie (thermisch en zonnestroom), wind, waterkracht, hernieuwbare biomassa’.

Ingrijpende renovatie

De volgende vraag is natuurlijk: wat is nu een ‘ingrijpende renovatie’? De term ‘ingrijpende renovatie’ is afkomstig uit artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen. Dit is in de Regeling Bouwbesluit 2012 in artikel 3.2 als volgt gedefinieerd:

“Van een ingrijpende renovatie als bedoeld in de artikelen 5.6, vierde en vijfde lid, en 5.16, eerste lid, van het besluit is sprake wanneer meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil, bepaald volgens ISSO 75.1, wordt vernieuwd, veranderd of vergroot en deze vernieuwing, verandering of vergroting de integrale gebouwschil betreft.”

Aanpassing technisch systeem

De verplichting aan de minimumhoeveelheid hernieuwbare energie wordt ook gesteld als onderdeel van de ingrijpende renovatie er sprake is van een gebouw waarvan een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling wordt geplaatst, vervangen, of gedeeltelijk vernieuwd of veranderd of vergroot. Daarbij wordt niet uitsluitend naar de opwekker van de warmte en/of koude gekeken maar er wordt ook gekeken naar de afgiftelichamen.

De verplichting voor een minimumhoeveelheid hernieuwbare energie geldt dus alleen wanneer de verwarmings- of koelinstallatie(s) onderdeel uitmaakt van de ingrijpende renovatie. In de nota van toelichting is een praktisch handvat gegeven wanneer er sprake is van een aanpassing van het technisch bouwsysteem waarbij specifiek wordt ingegaan op de afgiftelichamen en niet op de opwekker van de warmte en/of koude:

“Dit is het geval wanneer er bij de ingrijpende renovatie een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling wordt geplaatst, of gedeeltelijk wordt vernieuwd of veranderd of vergroot. Daarvan is sprake wanneer er een derde of meer van de afgiftelichamen (meestal radiatoren) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.”

Uitzonderingsgronden

In lid 6 van artikel 5.6 Bouwbesluit 2012 wordt een aantal uitzonderingsgronden gegeven voor situaties waar de verplichting voor een minimumhoeveelheid hernieuwbare energie niet geldt. De eis aan de minimumhoeveelheid hernieuwbare energie is niet van toepassing op gebruiksfuncties met een lage energievraag. Onder een gebruiksfunctie met een lage energievraag wordt in artikel 5.5 het volgende verstaan:

  1. Een gebruiksfunctie die niet bestemd is om te worden verwarmd of gekoeld ten behoeve van personen.
  2. Een gebruiksfunctie waarbij de (nieuwbouw)eis aan het primair fossiel energiegebruik ten hoogste 1% bedraagt van de maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik volgens artikel 5.2 lid 1.

Motie Koerhuis

Op 7 juli 2021 is een motie van Daniel Koerhuis (VVD) in de Tweede Kamer aangenomen. Koerhuis vraagt hierin aan de regering huiseigenaren niet te verplichten tot het nemen van hernieuwbare-energiemaatregelen, ook al betreft het een ingrijpende renovatie. Inmiddels heeft minister Ollongren (BZK) in een reactie aan de Tweede Kamer aangegeven de motie niet uit te voeren: “Het uitzonderen van huiseigenaren mag onder de huidige Europese regelgeving niet. De richtlijn hernieuwbare energie (REDII) biedt hier geen ruimte voor. De REDII verplicht namelijk tot het realiseren van een minimumwaarde hernieuwbare energie bij ingrijpende renovaties van gebouwen, waaronder woningen. Nederland riskeert een inbreukprocedure door de Europese Commissie wanneer de verplichting niet als zodanig wordt geïmplementeerd. Daarom vind ik het niet verantwoord om de motie uit te voeren….. Ik heb daarom besloten de wetgevingsprocedure voort te zetten en het ontwerpbesluit hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie voor te leggen aan de Raad van State.”

Bronnen:

  • ‘Nieuwe eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie’, Bouwkwaliteit in de Praktijk nr. 6, 2021
  • ‘Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie’, Nieman Raadgevende Ingenieurs in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)