fbpx

Hoe veilig is uw bouwplaats voor de omgeving?

Artikel delen

Op een wat grotere bouwplaats is al snel sprake van één of meer bouwkranen en steigers. Voorkomen moet dan worden dat er bouwmaterialen of gereedschappen tijdens hijsen of werken op de steiger, buiten de bouwhekken terechtkomen. Hier passeren inmiddels vaak voetgangers, fietsers en overige verkeersdeelnemers. De Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid – inmiddels aangewezen door het Bouwbesluit – geeft kaders voor veilig en risicogestuurd bouwen en slopen. Onder de Omgevingswet krijgt het onderwerp bouw- en sloopveiligheid zelfs nog meer aandacht. Met welke eisen moet u rekening houden?

Tekst: ing. Frank de Groot

Foto: Frank de Groot.

Het Bouwbesluit stelt niet alleen eisen aan gebouwen, maar ook aan de veiligheid van de omgeving tijdens het bouwen. Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden moeten maatregelen worden getroffen ter voorkoming van letsel van personen buiten de bouwhekken en beschadiging of belemmering van wegen, gebouwen en andere eigendommen in de directe omgeving.

Die regels zijn mede opgesteld naar aanleiding van aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, op basis van calamiteiten in het verleden. Zo ging het gruwelijk mis bij de vernieuwing van het voormalige VROM-gebouw in het centrum van Den Haag. In de ochtend van 26 mei 2016 kwamen tijdens het hijsen van steigerdelen, twintig delen los. Deze vielen van ruim zestig meter hoogte naar beneden en kwamen deels buiten het bouwterrein terecht, middenin het voetgangers- en fietsverkeer. Een voorbijgangster werd geraakt en overleed. Een ander voorbeeld is het omvallen van twee hijskranen op een ponton in Alphen a/d Rijn, op 3 augustus 2015. Tijdens hijswerkzaamheden vielen de twee hijskranen, inclusief een brugdek dat werd gehesen, op naastgelegen woningen en winkelpanden. De materiële schade was enorm en als bij wonder vielen er geen slachtoffers. Daarnaast zijn er talrijke andere hijsincidenten geweest, maar gelukkig met minder catastrofale afloop.

Op 3 augustus 2015 vallen in Alphen a/d Rijn twee hijskranen, inclusief een brugdek dat werd gehesen, op naastgelegen woningen en winkelpanden.

Wat zegt het Bouwbesluit

Om de omgevingsveiligheid te verhogen stelt het Bouwbesluit als eis: ‘Bij bouw- en sloopplaatsen van een te bouwen of te slopen gebouw wordt een veiligheidsafstand vrijgehouden bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid’ (Hoofdstuk 8, artikel 8.2). Deze richtlijn is ontwikkeld door de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. Sinds 2020 is deze richtlijn voor een deel aangestuurd in Bouwbesluit 2012 waardoor de bouwveiligheidszone, de hijszone en het hijsgebied van een bouw- en sloopplaats prestatie-eisen zijn geworden. Wat zijn de belangrijkste eisen uit die richtlijn?

Belangrijk onderdeel van de richtlijn is de zogenoemde bouwveiligheidszone (BVZ), het gedeelte van de aan het bouw- of sloopwerk grenzende gebied waarin geen publiek aanwezig is. De grootte van de bouwveiligheidszone wordt bepaald door de hoogte van ofwel het gebouw ofwel de hijslast. Hoe hoger het gebouw of de hijslast, des te groter de zone. De breedte van de zone volgt de contouren van het gebouw. In specifieke situaties kunnen alternatieve oplossingen worden goedgekeurd op basis van gelijkwaardigheid, zolang hierdoor geen verhoogd risico ontstaat voor derden.

Bouwveiligheidszone en Hijszone.

De bouwveiligheidszone in de richtlijn is vergroot ten opzichte van eerdere richtlijnen. Nieuw is vooral dat je rekening moet houden met vallende voorwerpen die kunnen afstuiten op objecten in het valtraject. Objecten die de val kunnen beïnvloeden, zijn onder meer hefsteigers, bouwliften en hulpconstructies.

De breedte van de bouwveiligheidszone volgt de contouren van het gebouw.

Zware, vallende voorwerpen

De bouwveiligheidszone heeft alleen betrekking op kleine en relatief lichte voorwerpen (tot 5 kg). Voor zwaardere voorwerpen doet het gevaar zich voor tijdens het lossen, hijsen en monteren. Hiervoor gelden de hijszone en het hijsgebied. Het hijsgebied is de hijszone, aangevuld met de bouwveiligheidszone. Wordt er voor een gevel of steiger langs omhooggehesen, komt daar extra nog aanvullend een derde deel (1 /3) van de bouwveiligheidszone bij. Belangrijk daarbij is de omvang van het object. Als bijvoorbeeld een vloerelement met een lengte van 8 meter wordt gehesen tot een hoogte van 20 meter (de bouwveiligheidszone is 4 meter), is het hijsgebied voor dit element vanaf de gevel van het bouwwerk: 8 + 4 + 1 /3 ∙ 4 = 13,3 meter.

Bouwveiligheidszone met extra gebied voor afstuitende voorwerpen.

Omgevingswet

Onder de Omgevingswet – die naar verwachting op 1 juli 2022 van kracht wordt – wordt naast de prestatie-eis voor de veiligheidsafstanden ook de Veiligheidscoördinator Directe Omgeving (VDO) geïntroduceerd. Na invoering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger van Bouwbesluit) geldt als een verplicht aanvraag- of indieningsvereiste voor een bouw- en/of sloopactiviteit de invulling van een zogeheten risicomatrix. Indien na invulling van de risicomatrix blijkt dat er sprake is van veiligheids- of gezondheidsrisico’s op het betreffende werk, moet een veiligheidsplan worden opgesteld alsmede een VDO te worden aangesteld door de hoofdaannemer.

Voor de duidelijkheid: de toekomstige kwaliteitsborger heeft dus in principe niet de taak om toe te zien op de veiligheid op de bouwplaats of in de omgeving daarvan. Daar zijn andere personen verantwoordelijk voor. Zo is de V&G-coördinator uit het Arbeidsomstandighedenbesluit verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats zelf. Straks onder de Bbl is dat dus de Veiligheidscoördinator Directe Omgeving. Wat onder de ‘directe omgeving’ moet worden verstaan is afhankelijk van de locatie en aanwezigheid van bebouwing en mensen in de omgeving van het bouw- en/of sloopproject, alsmede van de reikwijdte van de geïnventariseerde risico’s van het sloop- en/of bouwwerk.

Foto: Vincent Hilhorst, gemeente Den Haag.

Taken Veiligheidscoördinator Directe Omgeving (VDO)

Wat zijn de taken van de VDO. In de ontwerptekst van het Besluit bouwwerken leefomgeving, lezen we:

Artikel 7.5a (risicomatrix)

1. Er is een risicomatrix met een duiding van de risico’s voor de veiligheid die zijn verbonden aan de beoogde bouw- of sloopwerkzaamheden.

2. Een veiligheidscoördinator directe omgeving als bedoeld in artikel 7.5b wordt aangesteld en een bouw- of sloopveiligheidsplan wordt opgesteld als de ingevulde risicomatrix daartoe noodzaakt.

Artikel 7.5b (veiligheid en gezondheid directe omgeving: veiligheidscoördinator directe omgeving)

Als op grond van artikel 7.5 of 7.5a een veiligheidscoördinator directe omgeving moet worden aangesteld, draagt degene die de bouw- of sloopwerkzaamheden verricht er zorg voor dat die coördinator:
a. de maatregelen coördineert die bij de bouw- of sloopwerkzaamheden worden getroffen ter uitvoering van de artikelen 7.15 tot en met 7.19 (voorkoming van letsel, werkzaamheden die gevolgen hebben voor de grondwaterstand en die betrekking hebben op geluid-, trilling- en stofhinder), voor zover het maatregelen betreft om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van het bouw- of sloopterrein;

b. erop toe ziet dat:

1. de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a, op doeltreffende wijze worden getroffen;
2. de werkzaamheden die gelijktijdig of achtereenvolgend plaatsvinden, goed op elkaar zijn afgestemd;
3. er voorlichting wordt gegeven aan degenen die de bouw- of sloopwerkzaamheden verrichten;
4. alleen bevoegde personen de directe omgeving waar de bouw- of sloopwerkzaamheden worden verricht, kunnen betreden;
5. de maatregelen die worden getroffen in de directe omgeving van het bouw- of sloopterrein worden aangepast als de bouw- of sloopwerkzaamheden daartoe aanleiding geven; en
6. passende maatregelen worden getroffen als niet, onjuist of in onvoldoende mate uitvoering wordt gegeven aan de onderdelen 1 tot en met 5.

Richtlijn downloaden? Ga naar www.bwtinfo.nl en klik op ‘dossiers’.