fbpx

“Discussie brandveiligheid isolatiematerialen mist nuance”

Artikel delen

Over de brandveiligheid van constructies en toegepaste isolatiematerialen bestaan veel meningen. Vooral kunststof hardschuimisolatie, zoals EPS en PIR, wordt nog wel eens ter discussie gesteld. Verzekeraars kijken kritisch naar als ‘brandbaar’ geclassificeerde isolatiematerialen. Is deze kritische houding wel terecht? De discussie over isolatiematerialen vraagt om nuancering. Zo blijkt  uit het gesprek van BouwTotaal met drie deskundigen van Stybenex, de vertegenwoordiger van de Nederlandse fabrikanten van EPS.

Tekst: ing. Frank de Groot
Beeld: Stybenex

Dat was even schrikken: op zondag 29 augustus 2021 verwoestte een grote brand een appartementsgebouw van twintig verdiepingen in Milaan. Gelukkig vielen er geen slachtoffers, maar de brand deed denken aan de vuurzee in de Londense Grenfell Tower. Ook bij deze brand verspreidde het vuur zich razendsnel langs de gevel. Bij geen van deze branden was echter EPS toegepast.

“Toch merken we dat er op social media gelijk aan kunststof isolatiemateriaal wordt gedacht, terwijl we uit betrouwbare bron weten dat de gevels in Milaan waren geïsoleerd met minerale wol, dat toch als onbrandbaar wordt gezien. Dat geeft maar weer aan dat we naar de totale constructie- of systeemopbouw moeten kijken en niet naar één specifiek materiaal”, zegt Hugo Smits, projectmanager R&D bij IsoBouw Systems (lid van Stybenex).

Populair isolatiemateriaal

EPS (geëxpandeerd polystyreen) is één van de meest populaire isolatiematerialen in de bouw. Het wordt vooral bij isolatie van vloeren, platte en hellende daken toegepast. “In de gevel zien we ook steeds meer EPS. Dat komt door de opkomst van buitengevelisolatiesystemen, onder andere met steenstrips bij toepassing van prefab gevelelementen. Bij renovatieprojecten zie je steeds vaker buitengevelisolatiesystemen met pleisterwerk”, zegt Rogier Goes, directeur Stybenex. Hij is geen onbekende in de bouw, want hij was al eens van 1994 tot 1998 secretaris milieuzaken bij Stybenex. Daarna was hij onder meer elf jaar directeur van de Nederlandse Vereniging Toeleverende Bouwmaterialenindustrie (NVTB). Daarnaast stond hij aan de basis van de oprichting van Stichting MRPI (Milieurelevante Product Informatie) en was hij elf jaar adviseur bij Aedes, vereniging van woningcorporaties.

Door de energietransitie zal de vraag naar goed geïsoleerde woningen in zowel de nieuw- als bestaande bouw de komende jaren flink toenemen. Aardgas maakt plaats voor warmtepompen en warmtenetten, die werken met lage temperatuurverwarmingssystemen, zoals vloerverwarming. Om de woningen met dergelijke systemen efficiënt warm te houden is een goed geïsoleerde schil onontbeerlijk. “De vraag naar isolatie zal de komende jaren groot zijn en blijven. Ook volgens de trias energetica is het belangrijk om eerst de warmte- en koeltevraag te beperken en dan pas te kijken naar duurzame warmtebronnen. We staan dus voor een forse opgave. Maar dat vraagt wel betaalbare, duurzame en circulaire isolatiematerialen met een hoge isolatiewaarde. EPS heeft een hoge isolatiewaarde en bestaat voor 98% uit lucht. Hierdoor heeft het een zeer gering gewicht en het is ongevoelig voor vocht. Belangrijk is ook dat EPS aan het eind van de gebruiksduur prima is te recyclen en dat maken we ook echt waar”, zegt Rogier Goes.

Circulaire isolatie

EPS dat overblijft op de bouwplaats kon altijd al retour naar leden van Stybenex om er nieuwe producten van te maken. Maar sinds kort is ook EPS dat vrijkomt uit sloopobjecten te recyclen. Gerrit Jan Kuiper van Kingspan Unidek (lid Stybenex) vertelt: “In juni 2021 is de ultramoderne PS-Loop-faciliteit (PolyStyreneLoop, red.) in Terneuzen geopend, die naar verwachting 3.300 ton isolatie materiaal per jaar gaat recyclen. Om transportkosten zo laag mogelijk te houden, persen de deelnemende bedrijven de isolatieplaten samen in blokken. Per vrachtwagen worden ze naar Terneuzen vervoerd, waar ze worden opgeslagen. Door een innovatief fysisch proces worden EPS en geëxtrudeerd polystyreen (XPS) materialen opgelost en gezuiverd, voordat ze worden omgezet in het gegranuleerde recyclaat zonder verlies van materiaalkwaliteit.”

Het project PS Loop wordt ondersteund door partijen uit de hele keten: van grondstofproductie, EPS producenten, verwerkers tot aan EPS recyclers en alle betrokken partijen. Gerrit Jan Kuiper: “Als officieel recycling-HUB is onder meer Kingspan verantwoordelijk voor het inzamelen en voorbehandelen van de EPS-restproducten voordat ze bij de PS-Loop-fabriek aankomen. De HBCD-vlamvertrager die voor 2016 in EPS-platen werd gebruikt, wordt tijdens het proces veilig verwijderd en vernietigd, terwijl de waardevolle broomcomponent wordt teruggewonnen. De polystyreen kan weer als grondstof dienen voor nieuwe EPS-producten.”

In juni 2021 is de ultramoderne PS-Loop-faciliteit (PolyStyreneLoop, red.) in Terneuzen geopend, die naar verwachting 3.300 ton isolatie materiaal per jaar gaat recyclen.

Zonnepanelen en EPS-daken

Ondanks de vele voordelen van EPS, is er in de markt discussie over het brandrisico van EPS. Vooral verzekeraars stellen zich terughoudend op. IJsstadion Thialf schakelde bijvoorbeeld in juni 2020 alle zonnepanelen op het dak uit. Dit omdat de brandverzekering door de verzekeraar werd opgezegd vanwege de slechte technische kwaliteit van de PV-installatie, maar ook op basis van de onbewezen argumentatie van slechte internationale schadestatistieken voor panden met zonnepanelen in combinatie met het bij Thialf gebruikte EPS isolatiemateriaal.

Burghgraef van Tiel & Partners, onderdeel van de Troostwijk Groep, heeft in opdracht van de provincie Friesland en Thialf een uitgebreide risicoanalyse gemaakt van het schaatsstadion. Daarbij zijn alle facetten onder de loep genomen, van het gebruikte isolatiemateriaal en de brandcompartimenten tot de blusvoorzieningen en de in 2016 aangebrachte zonnepanelen. Conclusie is dat de 5.000 zonnepanelen niet conform de toen geldende normen zijn aangelegd.

Hugo Smits noemt ook de miscommunicatie: “Er wordt gesproken over internationale schadestatistieken, maar die zijn niet eens openbaar! Daarnaast komt de schadestatistiek die TNO heeft verzameld, op één brand op een niet-woongebouw met plat dak en zonnepanelen in 2016 (Denekamp). Uit eigen onderzoek kom ik ook maar uit op twee branden in een periode van vier jaar: in 2016 (Denekamp) en 2019 (Dieren). Daarbij was één dak geïsoleerd met EPS en eentje nota bene met minerale wol. Veel informatie over deze branden wordt helaas niet gedeeld. Dit is zeer nadelig voor het onderzoek naar effectieve brandveiligheidsmaatregelen. Wel staat vast dat  de problemen veelal liggen bij de PV installatie die de ontsteking van de brand veroorzaakt. Hierna ontsteekt het dak en verspreidt de brand zich snel over het dak. Dat de brand zich snel uitbreidt tussen PV paneel en de dakbedekkingconstructie, ongeacht het toegepaste isolatiemateriaal, is in diverse internationale onderzoeken al aangetoond. Om deze uitbreiding te beperken zijn al diverse maatregelen, zoals vliegvuurbestendige dakbedekking, compartimentering en brandwerende dakdetails, opgenomen in het Bouwbesluit, NEN 7250 en de Vakrichlijn voor gesloten dakbedekking constructies (BDA, Vebidak, Dakmerk).”

Scope 12 inspectie

Steeds meer verzekeraars vragen om een SCIOS Scope 12 elektrische inspectie van de zonnestroominstallatie, die bestaat uit een eerste inspectie en periodieke vervolginspecties. Smits: “Het lijkt erop dat de laatste jaren door de hoge kwaliteit van Nederlandse dakbedekkingsbedrijven en PV installateurs, er sprake is van een positief effect op de brandveiligheid van grote industriegebouwen. Uitgezonderd een brand bij Heineken in Den Bosch in 2020 is ons zelfs géén enkele brand gemeld op een plat dak met zonnepanelen op een industriegebouw.”

Toch denkt Stybenex samen met de bouw-, installatie- en verzekeringsbranche dat het beter kan en is er een werkgroep gevormd onder leiding van NEN om een nieuwe testmethode te ontwikkelen die brandveiligheid van zonnepanelen op gevels, platte en hellende daken aantoonbaar kan maken. Stybenex onderzoekt ook al mogelijke testmethodes bij gecertificeerde brandlaboratoria. “We zijn vooral gefocust op maatregelen die de brandveiligheid van een plat dak met PV-installaties verder kunnen verbeteren als input voor deze werkgroep.”

Smits: “Mocht er toch brand ontstaan op het dakoppervlak dan zal EPS door de ingebouwde brandvertrager in eerste instantie door smelting wegtrekken van de brandhaard en dus geen directe bijdrage leveren aan brandverspreiding. Pas bij een uitslaande brand kan EPS ook meedoen, want net als bij gebruik van bijvoorbeeld minerale wol zal de dakbedekking dan volop branden. Het gaat dus om de totale constructie-opbouw, niet om individuele materialen. Er bestaan geen belemmeringen om daken met EPS brandveilig uit te voeren, ongeacht of dat nu mét of zonder PV-panelen is.”

Brandveiligheid gevels complex

Naast dakbranden, kunnen er ook gevelbranden optreden. Naar de oorzaken van de gevelbrand van de Grenfell Tower (2017) heeft in Engeland een grootschalig onderzoek plaatsgevonden. Ook Nederland heeft uitgebreid bestudeerd wat dit betekent voor onze bouwpraktijk. “Belangrijke conclusie uit deze bevindingen is ook hier: niet het isolatiemateriaal, maar de totale gevelopbouw en het niet voldoen aan bouwregelgeving heeft de hoofdrol gespeeld bij de snelle verspreiding van de gevelbrand. Bij de brand in Milaan lijken de gevelpanelen een belangrijke bijdrage aan de snelle verspreiding te hebben geleverd. Het is dus niet juist om gelijk met de vinger naar het isolatiemateriaal te wijzen. Er is een objectieve en integrale beschouwing nodig van gevelconstructies”, aldus Smits.

Ingenieursbureau DGMR concludeert naar aanleiding van de Grenfell-brand hetzelfde in de whitepaper ‘Brandveiligheid gevels’ uit 2018: ‘De bouwpraktijk probeert de brandvoortplantingsprestaties van een gevel vaak te onderbouwen met de prestaties van de afzonderlijke bouwproducten waaruit de gevelconstructie is opgebouwd. Het Bouwbesluit stelt echter eisen aan de gevelconstructie als geheel. Dit is een principieel probleem.

“De brandvoortplanting over het buitenoppervlak van een gevel hangt dus af van de gevelpanelen, onderliggende lagen en constructies en de wijze waarop deze aan elkaar bevestigd zijn; niet van het gebruikte isolatiemateriaal. De opbouw bepaalt ook hoe en hoe snel de brand zich kan ontwikkelen: de zogenaamde brandreactie. Wij hebben veel gevelconstructies getest, waarbij we de brandreactieklasse B van de gehele constructie als minimale eis hanteren. De aansluitdetails van bijvoorbeeld een raamkozijn, bepalen of een brand via de spouw kan uitbreiden en er bijvoorbeeld firestops noodzakelijk zijn, volgens de zogenaamde WBDBO eisen. Of dat de brand de constructie binnendringt, bijvoorbeeld via naden tussen afwerkingsplaten of door spleten en scheuren die ontstaan in het oppervlak als gevolg van de verhitting”, aldus Hugo Smits.

Tot slot worden er meer en meer grootschalige testen uitgevoerd door de isolatie industrie om het effect van een ontwikkelde brand na te bootsen. Tip: controleer de betreffende brandcertificaten of er gehele constructies getest zijn of laat een brandexpert een uitspraak doen, ook als er een zogenaamd onbrandbaar materiaal toegepast wordt.

Slimmer bouwen

“Uiteindelijk willen we naar slimmer bouwen”, zegt Smits. “Dat betekent zo efficiënt, duurzaam en veilig mogelijk isoleren met een zo gering mogelijk gewicht. Maar ook het maken van slimme gevels en daken, waar je veilig zonnepanelen op kan plaatsen. Daarnaast is kwaliteitsborging noodzakelijk, met vastlegging van bijvoorbeeld een zonnestroominstallatie op het dak. Denk aan foto’s en documentatie. Onder de komende Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt dat zelfs noodzakelijk. Correcte uitvoering heeft meer invloed op de brandveiligheid dan de keuze voor een ander isolatiemateriaal.”

Tot slot is er de kritiek dat de fossiele grondstof aardolie nodig is voor de productie van EPS. Volgens Goes moet dit wel genuanceerd worden: “EPS heeft een zeer gunstig milieuprofiel blijkt uit de Nationale Milieu Database. Het energieverbruik voor de productie van EPS is lager dan bij veel andere isolatiematerialen. De EPS-industrie over de hele wereld gebruikt samen maar 0,16 procent van de aardolieproductie. Daar staat tegenover dat met inzet van minder dan één vat aardolie één woning voor altijd optimaal geïsoleerd is en dus een veelvoud aan energie bespaart. En als je gerecycleerd EPS gebruikt neemt het aandeel aardolie nog verder af. Dat moet je dus ook meewegen. Weer een goed voorbeeld dat de totale scope noodzakelijk is voor een juist oordeel.”

Stybenex

Stybenex is de professionele en betrouwbare vertegenwoordiger van de Nederlandse fabrikanten van EPS producten (ook wel bekend als airpop®, piepschuim of tempex). De organisatie stimuleert het gebruik van EPS omdat het duurzame, isolerende, beschermende en constructieve kenmerken heeft en daarom voor veel toepassingen de voorkeur verdient. Met de belangenbehartiging, voorlichting en onderzoeken draagt Stybenex bij aan de naamsbekendheid en de goede reputatie van EPS en zorgt voor effectief beleid voor EPS toepassingen. Leden zijn: HSV, Hordijk Groep, IsoBouw, Kingspan Unidek, Van Nieuwpoort EPS Products, Synprodo, Thermoware, VBI Weurt en Wolters Europe.

Stybenex
www.stybenex.nl