GND-label geeft veel zekerheid

Sinds de invoering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) per 1 januari 2024 is de aandacht voor de brandklasse van deuren in vluchtroutes sterk toegenomen. Ook worden er eisen gesteld aan de rookwerendheid. Adviseur Ing. Bob Schmitz is blij dat er GND-labels zijn die snel duidelijkheid geven over de brand- en rookwerendheid van deuren. “Maar de meeste deuren in de bestaande bouw hebben nog geen label, dus moet je extra onderzoek doen en blijven onzekerheden soms bestaan.”

De regelgeving is er niet eenvoudiger op geworden, maar de veiligheid onder de nieuwe brand- en rookwerendheidseisen neemt wel toe. En daar gaat het natuurlijk om. Het Bbl legt de focus op de brandvoortplanting van deurmaterialen, uitgedrukt in brandklasse B of D. Dit is conform EN 13501-1 ‘Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen’. De brandklasse B staat voor een beperkte bijdrage aan brandontwikkeling, terwijl klasse D een hogere mate van brandbaarheid verondersteld.

Daarnaast worden er eisen gesteld aan de rookwerendheid van de deur/kozijn combinatie. Naast brand, vormt namelijk vooral rookverspreiding een ernstig gevaar bij brand. De testmethode is gebaseerd op de Europese norm EN 1634-3 ‘Bepaling van de brandwerendheid en rookbeheersing van deuren, luiken, te openen ramen en hang- en sluitwerken’. Deze kent twee classificaties: Sa en S200. Sa staat voor rookwerendheid bij kamertemperatuur (±20°C) en is bedoeld voor situaties waarin koude rook zich kan verspreiden. S200 betreft rookwerendheid bij verhoogde temperatuur (±200°C), zoals die voorkomt in brandscenario’s met warme rook. Deze classificatie is vooral relevant voor gebouwen met een slaapfunctie, zoals woningen, zorgcentra, hotels en ziekenhuizen.

Adviseur Bob Schmitz, hier bezig met bouwfysische metingen: “GND-labels geven direct de prestatie-eisen van een deur of een deur/kozijncombinatie weer. Dat scheelt tijd en geeft mij ook zekerheid. Dat is echt een meerwaarde.”

Complexe eisen

“Kritisch zijn vooral woningtoegangsdeuren naar corridors, zoals in woongebouwen. Een openstaande woningtoegangsdeur zorgt ervoor dat de rookontwikkeling bij brand zich snel kan verspreiden in de gemeenschappelijke ruimte en vluchtwegroute”, zegt Bob Schmitz van Schmitz – Adviseurs in Built Environment B.V. Hij adviseert opdrachtgevers met betrekking tot bouwfysica, bouwtechniek en doet bouwkundig onderzoek. “Ik krijg ook steeds meer vragen over de brand- en rookwerendheid van deuren. Dat heeft met het toenemend aantal woongebouwen te maken, maar ook met bijvoorbeeld renovatie van portiek-etageflats, waar woningtoegangsdeuren uitkomen op een gemeenschappelijke interne vluchtroute. Gebouwbeheerders en woningcorporaties willen daar duidelijkheid over hebben, omdat het veiligheidsbewustzijn toeneemt.”

“Een woningtoegangsdeur in een woongebouw moet zelfsluitend zijn. In risicovolle gebruiksfuncties, zoals logies en zorg, zijn brandcompartimentering en toegepaste materialen van nog groter belang. Personen kunnen hier namelijk onbekend of minder valide zijn. Het is dus best een complexe materie”, zegt Bob. En dan moet de deur/kozijn combinatie dus ook nog voldoen aan de zogenoemde weerstand tegen branddoorslag en -overslag (WBDBO) en de Sa- en S200-classificatie. Want een deur mag dan bij brand dicht zijn, als de kierdichting niet deugt komt er alsnog rook in de vluchtroutes. “Het zal duidelijk zijn dat in nieuwbouwsituaties – want daarvoor gelden de nieuwe strenge eisen – het duidelijk moet zijn of toegangsdeuren aan de brand- en rookwerendheidseisen voldoen.”

brand

Controle

Jaarlijks worden er circa 70.000 brand- en rookwerende deuren geleverd en gemonteerd met het herkenbare GND-label. Dit rode garantielabel, samen met het zekerheidslabel voorzien van een brand- of rookicoon, is te vinden in de hangzijde van de deur. Via de QR-code op het label is direct inzichtelijk hoe de deur is geleverd, wie verantwoordelijk is voor de montage en controle en welke prestaties de deur of deur/kozijn-combinatie levert. “Maar er worden zelfs in de nieuwbouw nog deuren toegepast zonder GND-label. Dan moet ik dus op basis van kennis en naslagwerk, of navraag bij leveranciers, informatie vergaren over de brand- en rookwerendheid van een deur”, zegt Bob.

Bij de controle van een toegangsdeur is volgens Bob de dikte en zwaarte van de deur van belang, alsmede het gebruikte materiaal. “Deurspionnen kan ik verwijderen, zodat ik ook zicht krijg op de opbouw van een deur. Daarnaast kun je kloppen op een deur en deze een aantal keer dicht- en opendoen. Dan krijg je al een goede indicatie.” Daarnaast is een inschatting van de rookwerendheid te maken op basis van onder meer dichtingsprofielen, die in het kozijn of in het deurblad zijn aangebracht. Bij een S200-classificatie moet er ook een valdorpel of onderdorpel met aanslag aanwezig zijn. Ook moet het deurblad bij 200°C zijn vorm behouden en dus niet krom trekken of zelf ontbranden.”

Indien een deur niet aan de prestatie-eisen voldoet, zijn aanvullende maatregelen nodig. Bob: “Denk aan het opdikken van een sponningaanslag, aanbrengen van brandwerende beplating en/of een betere kierdichting. Maar vooral rookdichtheid is lastig te bepalen als je niet kunt testen.”

brand

Na het scannen van de QR-code zijn snel de prestatie-eisen zichtbaar.

GND-labels

In de wat oudere bestaande bouw zijn er nauwelijks GND-labels te vinden, maar in nieuwbouw nemen de toegangsdeuren die een GND-label hebben gelukkig toe: “In de eerste plaats scheelt het gewoon tijd. Je kunt de QR-code scannen en je weet direct de prestatie-eisen van een deur of een deur/kozijncombinatie. Dat geeft mij ook zekerheid. Dat is echt een meerwaarde. Wanneer in de toekomst ook woongebouwen onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb, red.) vallen, heeft een kwaliteitsborger ook minder werk. Je verlaagt dus de kans op fouten en de kosten voor controle. Maar vooral: je kunt zekerheid bieden over de brandveiligheid van een deur.”