fbpx

Bouwfouten

Artikel delen

Goed geïsoleerd, niet altijd lekker warm

De nieuwbouwwoningen die tegenwoordig worden opgeleverd moeten voldoen aan strenge isolatie-eisen. Zo ook de woning in een groot uitbreidingsplan; één van de vele grote plannen in Nederland. Alle woningen verkocht met het idee nul-op-de-meter te presteren aan het einde van elk jaar. Goede isolatie en goede installaties moeten hiervoor gaan zorgen. Na een jaar hebben de bewoners het niet lekker warm, ondanks dat de kamerthermostaat aangeeft dat het 20 graden is.

Tekst: Ing. Sjang den Ouden, Bureau voor Bouwpathologie BB

Aanleiding onderzoek

Ventilatierooster in de gevel past niet goed.

De woning is aan de bewoners opgeleverd door een grote aannemer, waarbij de oplevering een keer niet het probleem was: beide partijen zijn erg tevreden. De eerste winter geeft echter al klachten van onbehaaglijkheid: het is niet warm genoeg in de woning. Ruim een jaar later keert dit probleem in het begin van de tweede winter terug. Toen de klachten de eerste winter werden gemeld bij de aannemer gaf de aannemer aan dat dit te maken zou hebben met bouwvocht. Er is een installateur langs geweest om te kijken of de vloerverwarming goed werkte. Op een tweede melding in de eerste winter werd niet meer gereageerd. Het vertrouwen in de aannemer liep een deuk op en de vragen over de koude bleven onbeantwoord. Dus een adviseur ingeschakeld de vragen over de koude klachten te beantwoorden.

Probleem

Het probleem van de bewoners was dat wanneer ze zaten te eten bij de woonkamertafel de ene voet koud werd en de andere warm. Deze temperatuurverschillen voelden ze op meerdere plaatsen op de begane grond. Daarnaast was er tocht voelbaar in de woonkamer en keuken, voornamelijk dicht bij de gevel. Ook als de ventilatieroosters gesloten waren. De kamerthermostaat gaf aan, ook als de klachten werden ervaren, dat de gevraagde temperatuur van 20 graden werd behaald.

Onderzoek

Voorafgaande aan het onderzoek ter plaatse is aan de aannemer verzocht om de warmteverliesberekening, capaciteitsberekening, revisie installatietekeningen, vloerverwarmingstekeningen, Bouwbesluitberekeningen en bouwkundig detailtekeningen. De aannemer gaf aan zich niet verplicht te voelen dit aan te leveren en deed het dus ook niet.

Voor het onderzoek ter plaatse is als eerste de gevel onderzocht. Met behulp van een endoscoop en metingen aan de gevel is vastgesteld dat hierin voldoende dikte isolatiemateriaal aanwezig is om aan de wettelijke eisen te voldoen. Tevens zijn beglazing en kozijnen gecontroleerd op isolatiewaarde en ook die voldeden aan de wettelijke eisen.

Tijdens het onderzoek zijn alle ramen, deuren en ventilatieroosters gesloten, waarna de mechanische ventilatie op de hoogste stand is gezet. Hierbij werd de tocht gevoeld ter plaatse van de gevels, afkomstig van de ventilatieroosters. De ventilatieroosters blijken scheef in de gevel te zijn geplaatst en niet helemaal af te sluiten in de sparing. De sparing is te breed. Doordat aan de buitenzijde ‘blinde’ ventilatie is toegepast (ventilatie boven de kozijnen, achter het metselwerk van het buitenspouwblad) is er onvoldoende diepte gebleken voor de ventilatiecassettes en is een op het binnenspouwblad aansluitende plaatsing niet mogelijk gebleken.

De thermostaat in de woonkamer wordt vragend gezet (ruim hogere temperatuur dan de ruimtetemperatuur) om de vloerverwarming te activeren. Na enige tijd tekenen de slangen van de vloerverwarming zich af, zijn de verschillende groepen van de vloerverwarming in de vloer zichtbaar en is ook de flow over de verschillende groepen zichtbaar op de debietmeters van de verdeler. Zichtbaar wordt dat niet alle groepen even groot zijn en sommige uit meerdere delen bestaan. Het debiet over de groepen is wel allemaal even groot en de slangen zijn in het zogenoemde meanderpatroon gelegd. Zichtbaar en voelbaar worden ook de temperatuurverschillen tussen de verschillende groepen, ook ter plaatse van de woonkamertafel. Dit is allemaal indicatief zichtbaar gemaakt met behulp van een warmtebeeldcamera.

Verdeler vloerverwarming niet goed in geregeld.

Analyse

De minimaal gewenste ruimtetemperaturen (de ontwerptemperaturen) worden gehaald. Dit wordt door de bewoners ook zo verteld en is door hen langere tijd gevolgd. Er wordt dus voldoende warmte geproduceerd en afgegeven in de woning. De isolatiewaarde van de gevels lijkt ruim voldoende: zowel de doorzichtige als niet doorzichtige constructie voldoet ruimschoots aan de wettelijke eisen. De ventilatieroosters sluiten echter niet goed aan op het binnenspouwblad, waardoor koude lucht ongecontroleerd naar binnen kan komen. Dit bovenop de toegestane 10% van het rooster in gesloten toestand. Dit veroorzaakt tocht (koude, oncontroleerbare luchtstroming).

Temperatuurverschil meanderpatroon.

Door het meanderpatroon van de slangen ontstaan relatief grote temperatuurverschillen tussen naast elkaar gelegen (aanvoer en retour) slangen. Bij het slakkenhuispatroon liggen aanvoer- en retourslang per groep naast elkaar. Bij het meanderpatroon liggen retour van de ene groep en aanvoer van de andere groep veelal nogal eens naast elkaar. Zo blijkt ook bij de woonkamertafel en op meerdere plaatsen op de begane grond.

Temperatuurverschil meanderpatroon.

Conclusie

De capaciteit/vermogen van de installatie is niet in discussie. De gevels zijn goed geïsoleerd en voldoen ruimschoots aan de wettelijke eisen. De aansluiting van het ventilatierooster op het binnenspouwblad kan worden verbeterd door een extra rubber afdichting tussen de aanslag van het rooster en binnenspouwblad. Hierdoor steekt het rooster wel iets meer uit het oppervlak, maar is deze beter luchtdicht.

Het meanderpatroon is op zichzelf niet onjuist, maar kan tot comfortklachten leiden. Dat kan ook bij een goed geïsoleerde woning door de relatief grote temperatuurverschillen op de grens van twee verschillende groepen. Het net opgewarmde water stroomt plaatselijk evenwijdig aan het afgekoelde water en dat over een groter oppervlak. Bij een goed geïsoleerde woning zullen de opwarmtijden van de vloerverwarming relatief kort zijn, waardoor doorwarming van de gehele vloer minder gelijkmatig zal plaatsvinden en de temperatuurverschillen vaker en beter voelbaar worden. Een en ander mede afhankelijk van het aantal stappen waarin de warmtebron kan moduleren. Als laatste blijkt dat de vloerverwarming op de begane grond niet is ingeregeld. Het debiet over de verschillende groep zal moeten worden ingeregeld op basis van de warmteafgifte.

Herstel

Alleen het inregelen van de vloerverwarming is door de installateur uitgevoerd op basis van de garantieregeling en de verplichtingen die daaruit voortvloeien. De bewoner heeft zelf de roosters beter afgedicht en heeft afgezien van een luchtdichtheidsmeting om te bepalen of wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Voor het overige zijn in overleg geen hersteladviezen gegeven omdat het ‘koude gevoel’ niet wordt veroorzaakt door gebreken maar inherent is aan de keuzes die zijn gemaakt bij het ontwerp.

 

 

 

 

 

 

BouwTotaal