fbpx

Hydrozine-aggregaat voor emissieloze bouwplaats

Artikel delen

Hydrozine-aggregaten maken bouwplaatsen emissieloos. Ze bieden veel voordelen voor bouwers. De aggregaten zijn stil, veilig, schoon, makkelijk te bedienen en kunnen eenvoudig bijgetankt worden. In een project van het Atlas Living Lab op de Technische Universiteit Eindhoven is de toepassing uitvoerig getest. Het hydrozine-aggregaat van DENS is nu klaar voor grotere projecten.

Max Aerts (links), CEO DENS en mede-eigenaar Tijn Swinkels staan op een aggregaat dat werkt op hydrozine, ook wel mierenzuur genoemd. Dit is een vloeibare stof die emissieloos energie kan leveren.

Tekst: Joop van Vlerken
Beeld: Bart van Overbeeke

“Mierenzuur heeft veel mooie eigenschappen. Zo is het makkelijk te transporteren en veilig”, vertelt Max Aerts, CEO van DENS. Zijn bedrijf produceert hydrozine-aggregaten. Hij legt uit dat hydrozine een waterstofdrager is, die de voordelen van waterstof heeft, maar veel minder nadelen. “Hydrozine hoeft niet onder druk bewaard te worden. Het is volledig kleurloos als water en heeft een sterke azijnachtige geur, waardoor lekken makkelijk te detecteren zijn. Je kunt hydrozine toepassen op alle plekken waar waterstof toegepast wordt. Het kan grote verbrandingsmotoren zoals dieselmotoren vervangen.”

Hydrozine

Het aggregaat dat DENS heeft ontwikkeld, werkt op hydrozine, ook wel mierenzuur genoemd. Dit is een vloeibare stof die emissieloos energie kan leveren. De stof bevat 53 gram waterstof per liter. In het aggregaat wordt uit hydrozine direct weer waterstof gemaakt en dat wordt middels een brandstofcel omgezet naar schone elektrische energie.
Het hydrozine-aggregaat was tot voor kort het laboratorium nog niet uit geweest. Eind vorig jaar is daar verandering in gekomen. Mede dankzij financiële ondersteuning via de energie-investeringsaftrek (EIA) is het in een pilot gebruikt door DENS in samenwerking met bouwonderneming Heijmans bij de Technische Universiteit Eindhoven als onderdeel van het Atlas Living Lab. Aerts: “We hebben daar voor het eerst testen gedraaid in een ongecontroleerde omgeving. Deels leverden we aan het net, maar we hebben er ook elektrische wagens mee opgeladen. Het gaat erom dat we de techniek hebben kunnen toepassen bij ongecontroleerde temperatuur en luchtvochtigheid.”

Proef

De TU/e biedt DENS graag de gelegenheid om op de campus te testen, vertelt Mark Cox van startup-hub The Gate op de TU/e-campus. “Je ziet bij marktpartijen toch vaak een aarzeling als het gaat om nieuwe technieken. Ze kijken de kat uit de boom. Daarom hebben wij gezegd: ‘Test maar bij ons’. Dan ontstaat er vanzelf vertrouwen bij de markt omdat ze zien dat het werkt.”
Hij ziet de pilot op de TU/e zeker niet als experiment: “Het is een gewoon project, waarvoor de benodigde vergunningen via de officiële routes zijn aangevraagd.” Dat het inzetten van een aggregaat ook op een stille en schone manier kan, baart volgens Cox nogal wat opzien. “Mensen zijn gewend aan diesel-aggregaten met zwarte rook en veel herrie. Dat is bij het hydrozine-aggregaat heel anders. Je kunt het middenin een wijk toepassen. Het is een muisstil apparaat.”
De proef op het TU/e-terrein leverde meteen een aantal verbeterpunten op, vertelt Stefan Daamen van Heijmans. “De koeling van het aggregaat is verplaatst naar de bovenkant, omdat het daar minder geluid maakt. De tank voor de hydrozine is groter gemaakt en de omvormer kleiner. Daarnaast is de plek van de aansluitingen op het apparaat gewijzigd. Dat zijn allemaal zaken die je er pas bij praktisch gebruik uit kunt halen.”

Emissieloos

Het ideaalbeeld is volgens Daamen een aggregaat dat lijkt op het dieselaggregaat, maar dan emissieloos. “Onze machinisten werken het liefst met een compact aggregaat. Het tanken van hydrozine komt overeen met het tanken van diesel, omdat het ook een vloeistof is.” Direct waterstof inzetten in aggregaten kan ook, maar vergt meer specialistische kennis, legt Daamen uit. “Het aansluiten van machines op een waterstoftank doe je niet zomaar. Daar hebben onze machinisten een opleiding voor nodig. Daar komt nog bij dat waterstof niet overal zomaar gebruikt mag worden.”
Steeds meer opdrachtgevers vragen om emissieloze bouwplaatsen. Mede daarom wordt steeds vaker elektrisch materieel ingezet dat tijdens en na werktijd wordt opgeladen. Aerts vertelt dat met hydrozine-aggregaten zelfs betere prestaties mogelijk zijn dan met diesel-aggregaten. “Een normaal diesel-aggregaat van 20kW, kan vol gas maximaal 20kW halen, terwijl met een hydrozine-aggregaat van 20kW pieken van 200kW mogelijk zijn. Dat betekent dat je soms met een lichter aggregaat toe kan als het slechts om een piekbelasting gaat.”

Snel laden

De test op het TU-terrein is nog maar het begin van de toepassing van hydrozine-aggregaten, vertelt Aerts. “We zijn nu bezig met meerdere aanvragen van onder meer Brainport Smart District, Heijmans voor een ander project en TBI voor het opladen van machines die aan de A16 werken. Het voordeel van ons systeem is dat we sneller kunnen laden dan een Tesla kan opladen. Dat biedt grote voordelen, zeker als je op plekken werkt waar geen snellaadinfrastructuur voorhanden is. Wat dat betreft zijn we een van de weinige aanbieders die deze oplossing biedt.”
Voor deze grotere projecten zijn ook grotere vermogens nodig, weet Daamen. “DENS gaat zelf zwaardere versies van het aggregaat ontwikkelen om zo ook grotere vermogens te kunnen leveren.” Opschaling is voor een bedrijf als DENS erg belangrijk, legt Aerts uit. “Nu is onze techniek nog vrij duur, omdat we niet in massa kunnen produceren. Maar als je alles meerekent, dus ook de schadelijke gevolgen van diesel en de maatschappelijke kosten, dan zijn we nu al concurrerend. De bouwer betaalt natuurlijk alleen de diesel en niet de gevolgen, maar aangezien de overheid vaak opdrachtgever is en die wel opdraait voor de schade, wordt het een heel andere verhaal. En ook met betrekking tot de stikstofproblematiek is een emissieloze bouwplaats een goede zaak.”
Volgens Cox is regelgeving vaak een trigger voor de markt bij nieuwe ontwikkelingen zoals deze. “Je ziet nu regelgeving ontstaan rondom stikstof en emissieloze bouwplaatsen. Deze prikkel ontstaat bij de overheid en komt zo de markt binnen.”

Batterijcontainers

Aerts ziet de toegevoegde waarde van hydrozine vooral in offgrid-toepassingen. “Juist op plekken waar geen stopcontact is, kun je deze techniek makkelijk toepassen. Op de bouw is het handig dat je een drager hebt die je makkelijk kunt vervoeren en waarmee je de aggregaten makkelijk kunt bijtanken.” In de bouw zien ze dus de voordelen van deze relatief nieuwe toepassing. Aerts: “Je kunt emissieloos machines opladen. Normaal gebruiken ze daar het elektriciteitsnet voor en grote batterijcontainers, maar dat is vrij duur. Met één van onze aggregaten kun je tien batterijcontainers vervangen.” Daamen stelt: “Het is heel duur met batterijen te werken en daarnaast heb je dan vaak nog niet voldoende capaciteit. Je loopt met batterijpacks toch al snel tegen beperkingen aan.”

EIA

Bedrijven die investeren in CO2-reductie, energiezuinige technieken en duurzame energie kunnen gebruikmaken van de regeling Energie-investeringsaftrek (EIA), die door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt uitgevoerd. Voor de investering kan men dan 45,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. De regeling levert ondernemingen gemiddeld 11% voordeel op. Naast de EIA heeft men bovendien ook de gebruikelijke afschrijving voor de energie-investeringen en een lagere energierekening. Belangrijk is wel dat de investering voldoet aan de omschrijving onder één van de codes die op de zogeheten Energielijst staan. Voor 2021 is er een budget van € 149 miljoen.Meer info: www.rvo.nl/eia