fbpx

Brandveilige opslag nieuwe stijl: minder focus op regels, meer op risicobeperking

Artikel delen

De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een ander perspectief op brandveiligheid. Wat is bijvoorbeeld de impact op de richtlijn voor de opslag van gevaarlijke stoffen (PGS 15)? En hoe kijkt een gespecialiseerd adviesbureau als Oostkracht10 naar de ontwikkelingen voor brandveilige bouw en opslag? Xella sprak met Stef van der Zee en Tom Reijers van Oostkracht10.

muur

Formeel zou de nieuwe Omgevingswet begin van dit jaar van kracht worden. In de nieuwe wet worden 26 huidige wetten over onder meer milieu, ruimtelijke ordening, natuur, water en bouwen teruggebracht naar één wet. Zo wil de overheid de regels voor ruimtelijke projecten meer bundelen. De Omgevingswet moet hiermee overzichtelijker worden. Maar door problemen met digitalisering en de Corona-crisis wordt de wet pas per 1 januari 2022 officieel van kracht. In de praktijk maakt dat weinig verschil. Bedrijven moeten zich nu al houden aan de kaders van de nieuwe Omgevingswet, bijvoorbeeld wanneer het gaat over het brandveilig produceren, transporteren, gebruiken of opslaan van goederen. In dit artikel richten we ons op brandveilig bouwen en de brandveilige opslag van gevaarlijke goederen (PGS 15).

Nieuwe opzet PGS’en

Met de komst van de nieuwe Omgevingswet krijgen de PGS-richtlijnen een nieuwe opzet. Het doel van PGS 15 is het beheersen van de risico’s van de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. De PGS-richtlijn beschrijft maatregelen om dat doel te bereiken. Deze maatregelen zijn gebaseerd op een risicobenadering, die uitgaat van mogelijke scenario’s. Die aanpak wint steeds meer terrein, ziet Tom Meijers, Adviseur Veiligheid & Milieu bij Oostracht10 uit Deventer.

mannen met een blok

Cultuuromslag

Tom: “Er zijn twee manieren om met brandveiligheid om te gaan: regelgericht en risicogericht. Voor brandveilig bouwen is de regelgerichte benadering dominant, terwijl men op het gebied van milieu vaker voor een risicogerichte benadering kiest. Ik zie steeds vaker dat de risicogerichte benadering ook op de bouwregelgeving wordt toegepast. Dat is een minder rigide aanpak en vraagt om een cultuuromslag. De vraag is of stakeholders de regels wat meer los durven te laten.”

De nieuwe omgevingswet sluit dus meer aan op de risicogerichte benadering voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Belangrijk daarbij is dat stakeholders – opdrachtgever, aannemer, veiligheidsregio en verzekeraar – elkaar vroegtijdig opzoeken, betoogt Stef van der Zee, directeur-eigenaar van Oostkracht10. “Zorg dat je met elkaar hetzelfde veiligheidsdoel nastreeft. Als daar in een vroeg stadium geen overeenstemming over is, krijg je ook geen vat op de discussie met elkaar. De meeste partijen streven een ander veiligheidsniveau na. Voor de brandweer kan dat niveau wel eens veel hoger liggen dan voor een bedrijf. Natuurlijk zijn hier juridische kaders voor, maar in de praktijk is het vaststellen van het juiste veiligheidsniveau vaak ook een grijs gebied. Daarom moet je al vroeg om tafel zitten om argumenten uit te wisselen.”

Goede vertaling naar de praktijk

Een goede vertaling van ontwerp naar praktijk is eveneens een uitdaging voor brandveilige bouw en opslag, stelt Tom. “Op een tekening kun je eenvoudig een lijn trekken als brandscheiding, maar bij de realisatie van die scheiding in de praktijk gaat het nog wel eens mis. Dat heeft te maken met het volgende: het testen van brandwerende constructies gebeurt vaak in zijn geheel. Maar in de praktijk is een brandwering vaak opgebouwd met onderdelen van verschillende leveranciers. Dat kan impact hebben op een vergunning of aansprakelijkheid. Het is belangrijk voor bedrijven, aannemers en architecten om daar rekening mee te houden”.
Gelijkwaardigheid als basis voor brandveiligheid?
De standaardsituaties leveren doorgaans weinig problemen op, vult Stef aan. “Het wordt vaak ingewikkeld bij afwijkingen of maatwerk. Bijvoorbeeld een distributiecentrum dat grotere brandcompartimenten wenst, omdat dit logistiek beter uitkomt. Of men wil extra opslagcapaciteit voor gevaarlijke stoffen. Dan ga je een beetje aan de randen van PGS 15 opereren. Vaak wordt er dan een beroep gedaan op gelijkwaardigheid door bedrijven en aannemers. Ander gezegd: ze stellen dat de afwijkende ruimtes voldoen aan de brandveiligheidseisen. En dan wordt het moeilijk. Want de brandweer geeft advies op de vergunning en heeft een effectbenadering: zij willen de risico’s met hun team kunnen beheersen. Een verzekeraar kan op zijn beurt gaan voor een risicobenadering, terwijl een aannemer gewoon de opdracht heeft om een pand neer te zetten dat aan bepaalde voorwaarden voldoet. Tja, dan kan makkelijk een ‘vrijworstelpartij’ over brandveiligheid ontstaan.

De laatste ontwikkelingen

Ook hier is het advies van Oostkracht10: zet de stakeholders vroeg in het proces met elkaar aan tafel en bepaal samen het veiligheidsdoel. Andere ontwikkelingen die beide adviseurs onder de aandacht brengen is de toenemende schaalvergroting van distributiecentra, ingegeven door online verkoop. In de XL ‘blokdozen’ is brandveiligheid een aparte tak van sport. Tom noemt ook de impact van de energietransitie. “We zien steeds meer gebruik van zonnepanelen op daken in de utiliteitsbouw. Wat dat betekent voor de brandveiligheid, is nog niet in beton gegoten. Maar ook de grootschalige opslag van accu’s en elektrische apparaten of fietsen heeft impact op brandveiligheidseisen voor bouw of de opslag van gevaarlijke stoffen.”

Stef noemt verregaande automatisering als trend. “Grote magazijnen maken steeds meer gebruik van robots. Een geautomatiseerd proces verkleint de kans op menselijke fouten. Ook dat heeft (een positieve) invloed op de brandrisico’s. Dit is nu typisch zo’n grijs gebied waar overheden nog wel eens moeite mee hebben.” De directeur-eigenaar benadrukt de PGS ‘nieuwe stijl’ vooral gaat over een nieuwe manier van werken. “Het zijn niet zozeer de regels die dat gaan bewerkstellingen, maar de betrokken partijen. Daarom: leg de risico’s met elkaar op tafel, zorg voor een vrije uitwisseling van gedachten en kom op basis daarvan tot een goed brandveiligheidsconcept.”