fbpx

Het is zover: BENG!

Artikel delen

Er is al jaren over gepraat en geschreven, maar sinds 1 januari 2021 gelden dan toch echt de nieuwe BENG-eisen voor nieuwbouw. Na precies vijfentwintig jaar hebben we afscheid genomen van de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Om de BENG eisen te kunnen berekenen is er een nieuwe bepalingsmethode ontwikkeld.

Tekst: ing. Frank de Groot

dakkapel in aanbouw

Het zal even wennen zijn: maar de EPC wordt niet meer gebruikt. Sinds 1 januari 2021 zijn er zogenoemde BENG-eisen in het Bouwbesluit opgenomen. BENG staat voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen. BENG heeft als doel het terugdringen van de CO2-uitstoot van nieuwe gebouwen.
Maar waarom deze overgang naar BENG? De bepaling van de EPC werd gezien als te complex, intransparant en sloot niet aan bij de behoefte van de professionals en de beleving van de consument. Er was bijvoorbeeld onvoldoende eenheid in de getoonde energieprestatie van een gebouw en er is ook geen aansluiting tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Dat werkte erg verwarrend naar de markt. De EPC kon ook op steeds minder waardering rekenen in de markt. Het beeld ontstond dat matige kwaliteit gecompenseerd kon worden met meer zonnepanelen op het dak. Daarom wilde de overheid één nieuwe methode die aansluit bij de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD), zuiver fysisch is en bruikbaar is voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen. Dit in verband met toetsing aan wettelijke eisen en afspraken.

Vergunningaanvraag is BENG

Uit het Energieakkoord (tegenwoordig onderdeel van het Klimaatakkoord) en uit de EPBD vloeit daarnaast de verplichting voort dat alle vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Dat geldt voor alle nieuwe gebouwen, dus zowel woning- als utiliteitsbouw. In de loop van dit jaar zullen dus de eerste gebouwen worden opgeleverd die aan de BENG-eisen moeten voldoen. Uiteraard zijn er al veel gebouwen die zelfs nog veel energiezuiniger zijn, maar dat is dan altijd op vrijwillige basis.

Welke eisen?

Welke energieprestatie-eisen worden er nu gesteld aan nieuwe gebouwen? Anders dan bij de EPC, stelt BENG drie separate eisen, in de volksmond ook wel BENG-indicatoren genoemd:

  • BENG 1. Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling, uitgedrukt in ‘thermische’ kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator kijkt naar een optimale kwaliteit van de gebouwschil, waarbij zowel de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting als de aanwezigheid van koudebruggen een rol speelt. Niet alleen isolatie, maar juist het samenspel van deze factoren, de vorm (geometrie) en de ligging van een gebouw zijn van belang om de energiebehoefte van een gebouw zo veel mogelijk te beperken. BENG 1 gaat over al deze factoren. Hierbij wordt gerekend met een vastgesteld ‘neutraal’ ventilatiesysteem. De energiebehoefte invullen kan met hernieuwbare of fossiele energie.
  • BENG 2. Primair fossiel energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding en ventilatoren. Voor utiliteitsgebouwen telt ook het primair energiegebruik voor verlichting en voor bevochtiging (indien aanwezig) mee. Voor zowel woningen en utiliteitsgebouwen geldt dat, als er PV-panelen of andere hernieuwbare energiebronnen aanwezig zijn, de opgewekte energie van het primair energiegebruik wordt afgetrokken.
  • BENG 3. Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Diverse energiebronnen worden als hernieuwbaar aangemerkt, zoals zonne-energie, geothermische energie en bodemenergie.

TOjuli

Naast de drie BENG-indicatoren is er nog een extra eis, die moet voorkomen dat er oververhitting in woningen ontstaat, tijdens hete zomerdagen. Hogere binnentemperaturen leiden namelijk tot gezondheidsrisico’s en overlast. Het indicatiegetal TOjuli geeft per oriëntatie van het gebouw inzicht in het risico op temperatuuroverschrijding. De grenswaarde voor de TOjuli-indicator is: 1,20. Deze waarde mag niet overschreden worden. Het is verder een dimensieloos getal dat automatisch volgt uit de energieprestatieberekening voor BENG. Er hoeft dus geen extra berekening te worden uitgevoerd.
Indien TOjuli de grenswaarde van 1,2 overstijgt mag aan de hand van een dynamisch simulatieprogramma alsnog aangetoond worden dat het risico op oververhitting acceptabel blijft. De grenswaarde voor de Gewogen Temperatuuroverschrijding (GTO) wordt gesteld op maximaal 450 uur. Bij die methode telt de mate van overschrijding mee: een uur met een binnentemperatuur van 30 °C telt dan zwaarder mee dan een uur met 28 °C.
Belangrijk te weten: als een woning voorzien is van een actieve koeling, dan wordt aangenomen dat er nauwelijks risico hoeft te zijn op temperatuuroverschrijding; er geldt dan geen eis aan TOjuli! Bij actieve koeling moeten we denken aan bijvoorbeeld een warmtepomp met koelfunctie, maar ook het circuleren van water uit een bodembron ten behoeve van regeneratie.

Waarmee kan ik rekenen?

Om te kunnen berekenen of je aan de nieuwe BENG-eisen voldoet is er een nieuwe bepalingsmethode ontwikkeld. Deze is vastgelegd in een vrij beschikbare Nederlands Technische Afspraak: NTA 8800:2020+A1:2020 ‘Energieprestatie van gebouwen – Bepalingsmethode’. Met NTA 8800 kan niet alleen de energieprestatie van nieuwbouw worden berekend, maar ook de energieprestatie van bestaande gebouwen. Het gaat daarbij zowel om woning- als utiliteitsbouw.
Waarom is er voor een NTA gekozen en niet voor een norm? De procedure om tot een norm te komen neemt veelal meer tijd in beslag omdat normontwikkeling op basis van consensus verloopt. Gezien de snelheid die vanuit Europees perspectief in deze ontwikkeling is geboden, is gekozen voor een NTA. Omdat er naast snelheid ook behoefte is aan draagvlak in de gehele markt is er in het proces van de ontwikkeling van de NTA wel gestreefd naar consensus. Dat is bereikt door draagvlak te creëren middels een programmaraad en projectgroep. Het zo breed mogelijk betrekken van de markt heeft dus voorop gestaan.
De berekeningen van de energieprestatie van gebouwen worden uitgevoerd met speciale rekenprogramma’s. Deze zijn geattesteerd volgens de herziene beoordelingsrichtlijn, BRL 9501 ‘Methoden voor het berekenen van het Energiegebruik van gebouwen en de energetische en financiële gevolgen van energiebesparingsmaatregelen.’ Deze rekensoftware is ontwikkeld door marktpartijen De Twee Snoeken, Team Uniec 3 (samenwerking tussen Earth Energieadvies BV en DGMR Software BV) en VABI.

Energieprestatie-advies

Het huidige Vereenvoudigd Energielabel (VEL) is komen te vervallen bij de oplevering, verkoop of nieuwe verhuur van een gebouw. Vorig jaar konden woningeigenaren nog zelf online een aantal woningkenmerken doorgeven, waarna het label op afstand werd vastgesteld. Sinds 1 januari 2021 wordt een energielabel aangevraagd door een afspraak te maken met een energieadviseur. De adviseur bekijkt de woning en noteert kenmerken waaronder de afmetingen en de aanwezige isolatie en installaties, zoals de cv-ketel en zonnepanelen. Op basis hiervan wordt berekend hoeveel energie nodig is voor verwarming, warm water, ventilatie en koeling van de woning. Dit zorgt voor een nauwkeuriger energielabel en maakt het mogelijk om verbetermogelijkheden op maat aan te bieden. Deze aanbevelingen voor verduurzaming komen ook op het label te staan.
Het verbeterde energielabel en het bijbehorende energieprestatie-advies zijn gebaseerd op NTA 8800. Het aanvragen en opstellen van een energielabel gebeurt door een ‘vakbekwaam’ energieadviseur, die daarvoor gediplomeerd is en werkt voor een gecertificeerd bedrijf/organisatie (conform BRL 9500 ‘Energieprestatieadvisering’).

Grote invloed gebouwontwerp

De rekenmethodiek voor de bepaling van de energiebehoefte in kWh per vierkante meter per jaar (BENG 1) moet rekening houden met diverse factoren. Zo zal een vrijstaande woning meer warmte verliezen dan een appartement in een woongebouw. Maar door de steeds warmere zomers, gaat ook koeling een steeds grotere rol spelen bij het bepalen van de energiebehoefte. In NTA 8800 wordt daar zoveel mogelijk rekening mee gehouden.
De BENG 1 eis voor nieuwe gebouwen wordt bepaald door de verhouding tussen oppervlak van de gebouwschil (Als) en vloeroppervlak (Ag), de zogenaamde geometrieverhouding. Hiermee wordt een differentiatie per woningbouwtype gerealiseerd. Patiobungalows en tiny houses zijn namelijk voorbeelden van woningen die door hun relatief grote schiloppervlak moeilijk aan een vaste BENG 1 eis zouden kunnen voldoen. Om te voorkomen dat er onevenredige kosten gemaakt moeten worden om kleinere woningen aan de BENG 1 eisen te laten voldoen, is er gekozen voor een eis die afhankelijk is van de compactheid van een gebouw.
De BENG 1 eis voor de meeste tussenwoningen is 55 kWh/m².jr (zie tabel). Lichte bouwwijzen, zoals houtskeletbouw- en staalframebouwwoningen, hebben echter te maken met een grotere energiebehoefte doordat het accumulerende vermogen minder is (minder massa binnen de gebouwschil). Vandaar dat er voor woongebouwen, grondgebonden woningen en vakantiewoningen (logiesfuncties anders dan in een logiesgebouw), een compensatie mogelijk is. Voor deze gebruiksfuncties in een gebouw of een gedeelte daarvan, met een naar gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/m2K of minder, bepaald volgens NTA 8800, worden de aangegeven maximumwaarden voor energiebehoefte verhoogd met 5 kWh/m2.jr.

luchtfoto van huis in aanbouw

Foto: RVO.nl.

Invloed gebouwontwerp

Vooral architecten, adviseurs en vastgoedbeheerders zullen veel merken van de nieuwe rekenmethodiek en eisen. De invloed van het gebouwontwerp op de energieprestatie is namelijk veel groter als gevolg van de overstap van EPC/EI naar kWh per m2. Zo spelen gebouwvorm, verhouding open/dicht en daglichttoetreding een veel grotere rol. Projectontwikkelaars, installateurs en aannemers zullen daarnaast moeten zorgen voor een goede samenhang tussen installaties en gebouw. Vooral bij aardgasloos bouwen worden nieuwe technieken belangrijk, zoals lage temperatuur verwarming en warmtepompen.
Het zal even wennen zijn, maar uiteindelijk moet er meer zekerheid zijn dat de beloofde energieprestatie ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gehaald. En dat sluit dan weer mooi aan bij de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen die op 1 januari 2022 van kracht wordt. Ook hieraan zal BouwTotaal dit jaar ruim aandacht besteden, zodat u klaar bent voor de huidige en toekomstige veranderingen in de bouwregelgeving!