fbpx

Snel gebouwd

Innovatie & Inspiratie
Artikel delen

Bouwplaatsloze bouwplaats in zicht door toenemend gebruik hout

Digitale houtbouw op grote schaal zet het ontwerpproces op z’n kop. Ook moet het bouwproces eraan geloven, tot en met de bouwplaats zelf. Voor wantrouwen is ook geen plek meer. Een gesprek over restwaarde, echt samenwerken en de ‘bouwplaatsloze bouwplaats’ met Ruben Zonnevijlle (Programmamanager Circulariteit DGBC), Bob Elzen (directeur Treetek), Gert van Vugt (CEO Sustainer) en Jop Alberts (architect – partner, INBO).

Tekst: Dutch Green Building Council

Prefab

Prefab unit in fabriek van geWOONhout in Wehl. Deze fabriek is onderdeel van TBI en ontstaan uit een samenwerking tussen Koopmans Bouw en Sustainer. Foto: geWOONhout.

“De archetypische bouwplaats is stoffig, lawaaiig, vaak weinig georganiseerd en duurt lang. Veel onderaannemers nemen weer hun onderaannemers mee; er is weinig eigenaarschap als het gaat om kwaliteit en veiligheid. Er zijn te veel transportbewegingen, bouwen kost veel tijd aan afstemming – terwijl je dat vooraf kunt doordenken”, is de observatie van Bob Elzen. “Dat voordenken zit in het ontwerp, in de integraliteit daarvan, het zit in fabricage maar ook in uitvoering, dus hoe je het monteert en assembleert.”

Hij ziet een bouwplaatsloze bouwplaats aan de horizon, wanneer houtbouw eenmaal grootschalig doorgebroken is: “Dit betekent dat we voor elektrificering gaan, ook voor prefabricage én we houden binnenstedelijk rekening met geluidsoverlast. Al de impact die een bouwplaats traditioneel heeft kun je voor een groot deel voorkomen door een hoge mate van prefabricage, mét veel logistieke en communicatietechnische afstemming.”

Geen halve instructies

Hengelo – Koopmans B.V. Foto van het monteren van van de houten modules op locatie Nieuwe Es in Hengelo. Foto: Rikkert

Gert van Vugt sluit direct hierop aan: “Industrieel werken met hout, daarin kun je heel ver gaan: de afwerking aan de buiten- en binnenkant en de installatietechniek, maar ook badkamer en keuken zitten dan gewoon al in de module. Het plaatsen van een nieuwe module op de vorige module kost ongeveer 2 minuten. Parallel zorgt een ploeg van binnenuit voor de bevestiging. Deze snelheid in montage is een randvoorwaarde als je van een bouwplaats een montageplaats wil maken. Dat zijn de zaken die je vooraf moet doordenken, tot in details.”

Sustainer heeft inmiddels zeven jaar ervaring opgedaan en Van Vugt meldt dat “we tot de conclusie zijn gekomen dat biobased, prefab/industrieel en digitaal elkaar heel erg versterken. Dus het robotisch bewerken – met een freesmachine of een zaag – van een houten object, dat is heel goed te automatiseren en te digitaliseren. Het is ook gewoon noodzakelijk. Hout is duurder per kuub dan beton, dus als je dat 1:1 gaat vervangen, dan komt hout er nooit competitief uit. Je moet daarom in je systemen de enorm krachtige eigenschap van hout gaan gebruiken, namelijk het geringe gewicht.”

Haaks op traditioneel

Volgens Van Vugt is 3D modulair de mogelijkheid om zoveel mogelijk werk naar een assemblagehal te krijgen: “Daar zitten wat voor- en nadelen aan wat betreft je flexibiliteit en in je ontwerp. Die proberen we in de woningbouw met modules op te lossen. Bij kantoorgebouwen geldt dat minder. Dan is een grotere overspanning belangrijk en modulair is dat dan wat lastig te transporteren. En in veel van de vierkante meters in een kantoorgebouw zit weinig intelligentie of toegevoegde waarde. Maar de plekken waar stopcontacten of ventilatiebuizen uitkomen, die zijn geconcentreerd in sub-stukken van het gebouw. Dus dan heb je daar relatief minder aan modulair.”

Elzen ervaart de voordelen van deze manier van werken ook binnen Treetek: “Je ziet dat veel startups een koppeling maken tussen digitalisering en prefabricage. Hierdoor kunnen ze na enige tijd sneller en efficiënter een engineeringsproces begeleiden. Dat staat haaks op de traditionele manier van ontwerpen en bouwen, waarbij er op pdf’jes opmerkingen gemaakt worden en waarbij versiebeheer heel belangrijk is.”

Special wordt makkelijk

Jop Alberts ziet als architect enerzijds hout als ‘alleen maar een ander middel om mee te bouwen’ maar anderzijds ziet hij de grote mogelijkheden die dit materiaal biedt in de koppeling met digitalisering: “De databases van de houtbouwbedrijven worden nu gevuld met de vragen en de oplossingen – zowel voor het conceptuele 3D bouwen zoals Sustainer doet, of voor allerlei houtbouwsystemen zoals Treetek doet. En op een gegeven moment heb je die databases gevuld. Dit gaat leiden tot oplossingen die in de traditionele bouw als ingewikkeld worden gezien – dus duur – maar dat ze in dit soort systemen tot ‘gewoon één van de varianten’ gaan behoren. Omdat ze slim zijn gepre-engineered, maakt het niet heel veel uit of je de ‘ingewikkelde’ of de ‘simpele’ kiest.”

Dat gaat nogal wat betekenen, voorziet Elzen: “Nu is het nog zo dat een werkvoorbereider een bestek krijgt en het bij drie partijen uitzet. De goedkoopste mag het leveren en dan pas je het op de bouw wel aan. Dat werkt niet. Je moet echt met een hogere mate van vertrouwen met partners gaan samenwerken, om juist de integratie van je gebouwdelen en de uitvoering zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten.”

Prefab hout

Enorme kans

Hout heeft de bijzondere interesse van architect Alberts, naast het duurzame aspect: “Hout brengt dingen met zich mee die we niet kunnen doen vanuit beton. Zeker in de koppeling met digitalisering is hout een enorme kans. Het is veel makkelijker voor te bewerken en in de fabriek te bewerken. Het maakt niet uit of je het nou doet in een 3D-module of in 2D. Alles wat wij ontwerpen tegenwoordig, staat in zulke gedetailleerde modellen.”

“Wel worden die nog te dom gebruikt” verzucht Alberts en hij illustreert: “In onze ontwerpmodellen kunnen we bijvoorbeeld alle armaturen en schakelaars modelleren, dus in principe ook waar de beoogde leidingen zouden moeten lopen voor de elektra, net als voor de andere installaties. Alleen wordt dat nu nog niet slim meegenomen in de fabricage. Uiteindelijk gaat iemand met een tekening op de bouw een betonwand storten en iemand moet met een meetapparaat aangeven waar de sparingen moeten komen. Daar gaat dan later het draadje in. Dat is eigenlijk een heel domme manier van bouwen en het gaat ook mis; dan zit dat ding tot 5 centimeter de verkeerde kant op.” Hoe moet het dan wel? “Slimmer is het om 1:1 dit soort ontwerpmodellen te gebruiken om direct fabricageprocessen aan te sturen.”

Kosten, baten of TCO?

​​​​​​​Al die intelligente prefabricage brengt natuurlijk hogere investeringskosten mee ‘aan de voorkant’. Hoe zit het met de baten? Elzen wijst meteen op de aandacht die de stichtingskosten nog krijgen, bijvoorbeeld bij ontwikkelaars. “Maar wij zeggen: je moet naar Total Cost of Ownership (TCO) kijken, dus van ontwerp tot aan gebruik tot aan het slopen en het weer opnieuw gebruiken. Wanneer in een ontwerp losmaakbaarheid wordt meegenomen, dan is ook de restwaarde van een gebouw hoger. Dan krijg je een andere business case. Wanneer je met gepre-engineerde onderdelen werkt, dan is ook je onderdeel adviseurs en je stichtingskosten lager omdat je werkt met onderdelen waarvan je weet wat de prestatienormen zijn.”

Bron:
Dit artikel is een samenvatting van het artikel ‘Optelsom biobased + prefab + digitaal kan beton verslaan’ op de website van Dutch Green Building Council. Het betreft het laatste artikel in de vierdelige serie ‘opschalen in houtbouw’. In een serie gesprekken kijkt DGBC vooruit naar de mogelijkheden en gevolgen van grootschalige houtbouw, samen met bouwers, ontwikkelaars, architecten en financiers.

BouwTotaal