fbpx

Milieuprestatie producten steeds belangrijker

Artikel delen

De toeleverende bouwindustrie wil dat er zo snel mogelijk een grenswaarde wordt gesteld voor de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) in het Bouwbesluit. Het voorstel is om de grenswaarde MPG < 1 in te voeren op 1 januari 2018. Dit bleek tijdens de druk bezochte vijfde MRPI & Greenworks Participantendag in de Greenworks Academy in Breda. BouwTotaal was erbij.

Tekst en beeld: ing. Frank de Groot
 

Circa honderd leveranciers van bouwmaterialen hadden zich verzameld in de Greenworks Academy.

Circa honderd leveranciers van bouwmaterialen hadden zich verzameld in de Greenworks Academy (zie ook kadertekst over dit kenniscentrum) in Breda. Dit kenniscentrum voor duurzaam bouwen heeft vestigingen in Breda, Apeldoorn en Amsterdam en biedt informatiebijeenkomsten, trainingen en opleidingen. Greenworks is opgezet door bouwmaterialentoeleverancier Raab Karcher, onderdeel van de Franse multinational Saint-Gobain, wereldleider op het gebied van bouwmaterialen.
Alle leveranciers blijken het belang van duurzame bouwmaterialen te onderkennen, maar probleem is dat groene producten moeilijk zijn te vercommercialiseren. ‘We moeten het beter communiceren naar de markt en vanuit de regelgeving moeten er ook eisen worden gesteld aan de milieuprestatie. Pas dan zal de markt massaal gaan vragen om aantoonbaar duurzame bouwmaterialen’, aldus Daan Ebben, directeur Marketing en Inkoop Raab Karcher bij de opening.
 

NVTB-directeur Peter Fraanje sprak over het belang van goede digitale (milieu-)data: ‘Als je niet gevonden wordt op internet besta je niet. Fabrikanten moeten 2017 gebruiken om te zorgen voor goed onderbouwde en transparante milieudata.’

 

MRPI

De tools om de duurzaamheid van bouwmaterialen inzichtelijk te maken zijn er al. Reeds in 1999 is de Stichting Milieu Relevante Product Informatie (MRPI) opgericht door het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB), in nauwe samenwerking met de rijksoverheid. NVTB-directeur Peter Fraanje: ‘Doel is om betrouwbare en eenduidige milieudata te communiceren over de milieu-aspecten van bouwproducten.’
MRPI® is een geregistreerd en erkend systeem gebaseerd op de levenscyclusanalyse (LCA). De door fabrikanten aangedragen milieu-informatie wordt door deskundige bureaus getoetst en gecontroleerd. Bij goedkeuring ontvangt men een MRPI-certificaat. Het MRPI-certificaat kan als input kan dienen voor de Nationale Milieu Database (NMD), de Belgische Milieu Data Bank (MDB), BREEAM en voor de Europese milieuproductverklaring (Environmental Product Declaration of EPD). Met deze gevalideerde milieugegevens kunnen vervolgens milieuprestatieberekeningen van gebouwen worden uitgevoerd. Dat kan bijvoorbeeld met de gratis MRPI-MPG freetool. Deze tool is te vinden op de website van MRPI (www.mrpi.nl) en op de website van Greenworks (www.greenworksacademy.nl.).
Maar het ontbreekt helaas nog aan een wettelijk vastgelegde grenswaarde. Fraanje: ‘Het Overlegplatform Bouwregelgeving (OPB) heeft Minister Blok geadviseerd een grenswaarde in te voeren voor de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) op 1 januari 2018. Wij hopen dat de Minister voor Wonen ons voorstel overneemt. Niet alleen de energieprestatie telt, ook het gebruik van materialen weegt mee in de uiteindelijke duurzaamheid. De Milieu Prestatie Gebouwen wordt in 2017 ook geschikt gemaakt voor berekeningen in het kader van circulair bouwen. Er is al een zogenaamde Module D waarin ook hergebruik als scenario wordt meegenomen.’
 

Ing. Jeanette Levels, adviseur bij LBP|SIGHT: ‘Slechts wanneer we te maken hebben met energieneutrale of energieleverende woningen, in combinatie met bijzondere materialisaties, zijn 1-puntscores hoger dan 1 mogelijk.’

 

MPG=1

Welke grenswaarde zou er straks in het Bouwbesluit moeten staan? En draagt de milieuprestatieberekening wel bij aan duurzaam bouwen? Ing. Jeanette Levels, adviseur bij LBP|SIGHT, brengt helderheid in de materie. ‘We moeten in de eerste plaats ook rekening houden met de andere functies van een gebouw. Dat is niet alleen duurzaamheid, maar er wordt ook een energieprestatie gevraagd. En hoe zit het met comfort, gezondheid, vormgeving en kosten?’
De MPG wordt uitgedrukt in € / m2 bvo / jaar. Deze zogenoemde ‘gewogen milieuprestatie’ is een 1-puntscore waarbij de milieukengetallen van emissies en grondstoffen worden opgeteld. De weging tot de een score vindt plaats aan de hand van fictieve kosten die men zou moeten maken om de optredende milieueffecten ongedaan te maken, ook wel schaduwprijs genoemd. Dus hoe lager de score: hoe beter de milieuprestatie.

BREEAM en GPR Gebouw

‘Bij de duurzaamheidslabels GPR Gebouw en BREEAM-NL is de milieuprestatieberekening al onderdeel van de eindscore, maar het Bouwbesluit loop wat achter’ merkt Levels op. ‘In BREEAM.NL is de milieuprestatie goed voor acht creditpunten, hetgeen hoog is. In GPR Gebouw bepaalt de milieuprestatie 60 tot 70 procent van de totaalscore. Door deze labels is de scope verbreed naar alle gebouwtypen en ook naar renovatieprojecten.’
Om inzicht te krijgen in de invloed van de energieprestatie op de milieuprestatie is door LBP|SIGHT een bureaustudie uitgevoerd naar de referentiewoningen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In figuren 1 en 2 zijn de resultaten van de milieuprestatieberekening voor vier referentiewoningen afgebeeld: tussenwoning, hoekwoning, 2-onder-1-kap-woning en vrijstaande woning. In figuur 1 zijn de referentiewoningen afgebeeld met de huidige Bouwbesluit-eis van EPC ≤ 0,4 en bijbehorende Rc-waarden van 4,5, 6 en 3,5 m2K/W voor respectievelijk de gevel, dak en begane grondvloer. In figuur 2 zijn de toekomstige BENG-woningen weergegeven met EPC ≈ 0 en Rc-waarden van 5, 6 en 5 m2K/W voor respectievelijk de gevel, dak en begane grondvloer. Levels: ‘In figuur 2 is de duidelijke invloed van de installaties zichtbaar bij de BENG-woningen. Dit wordt met name veroorzaakt door de extra 5,5 m2 zonneboiler en volvlaks PV-cellen.’
 

Figuur 1. Resultaten milieuprestatieberekeningen referentiewoningen RVO op basis van huidige Bouwbesluit-eis EPC.

 

Figuur 2. Resultaten milieuprestatieberekeningen referentiewoningen RVO op basis van toekomstige BENG-niveau EPC.

 

Praktijkcases

Momenteel zijn voor de Nederlandse bouwsector reeds duizenden gebouwen doorgerekend. Deze zomer hebben ingenieursbureaus DGMR, LBP|SIGHT, Nieman Raadgevende Ingenieurs en W/E adviseurs daarom gezamenlijk een onderzoek gedaan naar de milieuprestatieberekeningen uit hun eigen beroepspraktijk. De eerste analyse is gericht op onder andere woongebouwen, tussen- en hoekwoningen, 2-onder-1-kapwoningen en vrijstaande woningen met een energieprestatie van EPC ≤ 0,4. Voor deze woningen uit de periode 2013 – 2016 was de milieuprestatieberekening gemaakt voor de aanvraag omgevingsvergunning. De MPG voor de woningen varieert van circa 0,4 tot 0,7. ‘Met name de vrijstaande woningen behalen door de ongunstige verhouding tussen materiaalgebruik en BVO een relatief hoge MPG’, zegt Levels.
Ook zijn woningen geanalyseerd met een EPC van circa 0 of lager. ‘Bij de diverse ingenieursbureaus is inmiddels al een aantal woningen doorgerekend die voldoen aan de toekomstige BENG-eis. Deze zijn zelfs energieleverend, de zogenoemde Nul-op-de-Meter woningen. De MPG in de resultaten van de milieuprestatieberekening voor deze woningen varieert van circa 0,5 tot 0,9’, zegt Levels. ‘In deze resultaten is een duidelijke invloed te zien door aanvullend materiaalgebruik en een toenemende hoeveelheid aan installaties. Bij energieleverende woningen in combinatie met bijzondere materialisaties, bijvoorbeeld erkers en patio’s, komt de MPG van 1,0 in zicht.’
Naast woningen zijn tevens de kantoorgebouwen beschouwd. Dan blijkt dat de berekende MPG voor kantoren < 5.000 m2 BVO varieert van circa 0,6 tot 1,1 en voor kantoren > 5.000 m2 BVO van circa 0,4 tot 0,6. Levels: ‘Factoren die in deze berekeningen een rol spelen zijn de verhouding tussen vloeroppervlak en oppervlak van de gebouwschil, de energieprestatie, de bouwwijze, de gevelopbouw, et cetera.’

Robuust en bruikbaar?

‘De onderlinge spreiding in de resultaten van vergelijkbare bouwprojecten is zeer beperkt gebleken. Daarnaast blijven de resultaten van de milieuprestatieberekeningen van de zogenoemde BENG-woningen allen onder de MPG = 1. Hieruit concluderen wij dat bij een zorgvuldige invoer de bepalingsmethode en NMD robuust zijn’, legt Levels uit. ‘Slechts wanneer we te maken hebben met energieneutrale of energieleverende woningen, in combinatie met bijzondere materialisaties, zijn 1-puntscores hoger dan 1 mogelijk. Die kans wordt groter bij een ongunstige verhouding tussen vloeroppervlak en oppervlak van de gebouwschil.’
‘Het stellen van een eis voor de milieuprestatie zal meer brancheorganisaties en productleveranciers motiveren om ook van hun producten de levenscyclusanalyse (LCA) uit te laten voeren en de LCA-milieudata van producten aan te bieden voor opname in de NMD.’

Integraal

‘Doordat het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen veelal leidt tot een toename in het gebruik van materialen, zoals isolatie en installaties, beïnvloedt dit de milieuprestatie negatief. Een goede energieprestatie leidt dus tot een slechtere milieuprestatie. Door dit effect van ‘communicerende vaten’ is er een groeiende behoefte naar het in samenhang kunnen uitdrukken van de energie- en milieuprestatie’, constateert Levels.
Dit is bezien over de gehele levenscyclus van het gebouw mede ten behoeve van Total Cost of Ownership (TCO) en de milieuprestatie van de materiaalkeuzes en energieverbruik. Binnen het project van TKI KIEM (zie www.tki-kiem.nl) is een methode ontwikkeld om energie- en milieuprestaties van gebouwen integraal te evalueren, ook in relatie met TCO. ‘De oplossing met de zogenoemde Duurzaamheid Prestatie Gebouwen (DPG)-methodiek voor energie & milieu is inmiddels ingebouwd in GPR Gebouw 4.3. Bij het voorlopig ontbreken van een integrale benadering van milieu- en energieprestatie in wet- en regelgeving kan het een mogelijkheid zijn om bij energieleverende gebouwen (EPC < 0), het energieleverende deel door met name de fotovoltaïsche cellen uit te sluiten van de milieuprestatie-berekening’, besluit Levels.
 
 

Greenworks uitgebreid met Comfort & Gezondheid

Sinds 1 januari 2011 biedt Raab Karcher onder de naam ‘Greenworks’ een volledig assortiment aan duurzame producten voor de bouw. Voor elk Greenworks product is er een productinformatieblad opgesteld waarop direct te lezen is aan welke duurzame kenmerken het product voldoet. Op de Participantendag werden daaraan Comfort & Gezondheid toegevoegd.
 

Op de participantendag onthulde Gerhard Hospers, adjunct directeur Greenworks Raab Karcher, dat Greenworks wordt uitgebreid met de thema’s Comfort en Gezondheid.

Greenworks biedt onder meer informatie over grondstoffen, productie, toepassing, verpakking en certificaten. Het productinformatieblad bevat tevens drie labels, te weten de ranking in de rekeninstrumenten (indien van toepassing) GPR Gebouw, Greencalc+ en BREEAM-NL. Ook wordt aangegeven of het product één of meer keurmerken heeft zoals: Dubokeur, Natureplus, EU Ecolabel, PEFC, FSC, Cradle to Cradle, MRPI en Leadership in Energy & Environmental Design (LEED). Het label voor de ranking in rekeninstrumenten geeft de branchegemiddelde milieubelasting van het betreffende product binnen het toepassingsgebied weer. De score is afkomstig uit de materialen database van de rekeninstrumenten.

Greenworksscore

De Greenworksscore is door Raab Karcher zelf ontwikkeld. Het is een methode om de duurzame materiaal- en productie eigenschappen inzichtelijk te maken. Daartoe zijn tien eigenschappen geselecteerd. Op basis van objectief meetbare criteria en kwantificeerbare gegevens van de leveranciers wordt een score van nul, één of twee punten toegekend aan iedere eigenschap. De maximale Greenworksscore is dus 20. De score is tot stand gekomen na overleg met diverse partijen, met name Rijksoverheid, GPR Gebouw, Greencalc+ en BREEAM-NL.
 

 

Comfort & Gezondheid

Op de Participantendag onthulde Gerhard Hospers, adjunct directeur Greenworks Raab Karcher, dat Greenworks wordt uitgebreid met de thema’s Comfort en Gezondheid: ‘Zoals al door Jeanette Levels, aangegeven, moeten we ook rekening houden met de andere functies van een gebouw. Is het gebouw thermisch goed geïsoleerd en comfortabel? Is er geen sprake van geluidsoverlast, bijvoorbeeld door installaties, (contact)geluid tussen ruimten of van buitenaf? Is er verder voldoende daglichttoetreding, vrij uitzicht en is er geen hinder door reflectie of verblinding? Is er sprake van een gezonde binnenlucht en wat zijn de economische gevolgen van bepaalde keuzes, qua technische levensduur, onderhoud, energie- en waterverbruik?’
Hospers laat zien dat Greenworks daarom vijf prestaties aan de score heeft toegevoegd onder ‘Comfort & Gezondheid’. ‘Het betreft de thermische, visuele en economische prestaties en prestaties op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. De criteria zijn afkomstig uit My Comfort van Saint-Gobain, BREEAM-NL en Bouwbesluit 2012. De methodiek is afgestemd met de Dutch Green Building Council (DGBC), het ministerie BZK en BREAAM-NL. Uiteindelijk kunnen hiermee 5 x 2 = 10 punten worden gescoord.’
 

Greenworks Academy

In Nederland zijn er drie Greenworks Academies: Breda, Apeldoorn en Amsterdam. In deze Academies bevindt zich een grote showroom waarin de producten van de aangesloten Greenworks leveranciers zijn te zien. Tevens zijn er mogelijkheden voor trainingen en evenementen. Zo beschikken de Academies over een theorieruimte en een praktijkruimte waar gewerkt kan worden met diverse producten. Ook is er een centrale ruimte met tribune waar bezoekers lezingen en demonstraties kunnen zien.

Meer weten? Kijk op www.greenworksacademy.nl.